Pittig

Door Marc van Oostendorp

Het goede van het woord pittig is dat ik niets weet over de herkomst ervan. Ik gebruik het in twee betekenissen:

  1. ‘gekruid’ (het eten is pittig) en
  2. ‘lastig’ (die opgave is pittig).

Ik weet dat je daarnaast ook nog over vrouwen kunt zeggen (‘een pittig meisje’), maar ik kan me niet herinneren dat ik dat ooit heb gedaan.

De etymologiebank weet bijvoorbeeld alleen te melden dat we het hebben uitgeleend aan het Fries. Als de etymologiebank het niet weet, hoe moet ik het dan wel weten? Het WNT geeft als eerste betekenis ‘Van vruchten. Van een pit voorzien. Inzonderheid: Veel pitten hebbende, vol pitten’, met als voorbeeld ‘een pittige sinaasappel’. Ik kan me voorstellen dat de betekenissen die ik wel ken hier allemaal van zijn afgeleid, maar ik had van dit gebruik van pittig nooit gehoord, dus het is niet mogelijk dat het zo in mijn hoofd zit.

Want hier is het raadsel: ik heb heel sterk het gevoel dat die verschillende betekenissen van pittig toch één woord zijn, en sterker nog dat de eigenlijke betekenis gekruid is. En dat betekenis 2 daarvan is afgeleid.

Ik bedoel: pittig is niet zoals bank. Dat laatste woord kan ‘financiële instelling’ betekenen, en ‘zitmeubel’, maar dat zijn twee woorden, twee homoniemen noem je dat. Pittig voelt meer aan als polysemie, een woord dat wat uitgebreide, verwante betekenissen heeft: ‘de post’ kan zowel verwijzen naar een stapel brieven (‘de post ligt op tafel’) als naar iemand die bij de posterijen werkt (‘is de post al geweest’), maar dat beschouw je dan toch als hetzelfde woord.

Ja, je kunt daar dus kennelijk een gevoel voor hebben, want kennis had ik er dus voor ik in het WNT keek niet van. Het gaat niet om de daadwerkelijke etymologie.

Nu is het natuurlijk ook niet zo lastig te begrijpen dat ‘gekruid’ en ‘lastig’ verwante betekenissen zijn. Pittig eten is geen makkelijk eten. Er is een bepaalde band tussen die twee.

En eigenlijk is misschien ook wel te begrijpen dat de betekenis ‘gekruid’ dan aanvoelt als de primaire. De betekenis ‘lastig’ is dan metaforisch: een pittige opgave is een opgave met pepertjes erin. Omgekeerd zou het een beetje raar zijn, van die algemene betekenis naar deze ene specifieke.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.

22 Responses to Pittig

  1. msvandermeulen schreef:

    Het lijkt me heel plausibel dat 2 is afgeleid van 1 (maar hoe dat van ‘pitten hebben’ komt…), want zie je dat niet bij andere smaakwoorden ook? Bij ‘zuur’ bijvoorbeeld (‘het eten is zuur’ naar ‘wat een zuur figuur’) en bij ‘zoet’ (‘het snoepje is zoet’ naar ‘wat een zoete jongen’). Hier is vast vanuit embodiment of metaforenstudies meer over bekend. Overigens is ‘bitter’ dan wel interessant, omdat het ook kan voor eten en personen, maar een andere herkomst heeft (die dan weer bij temperatuur meespeelt, ‘bitterkoud’). Het raarste aan het verhaal is misschien wel dat ‘zout’ geen betekenisuitbreiding lijkt te hebben (ik ken die althans niet), behalve bij ‘a salty joke’, wat ik recent wel tegenkom.

    • Zout is vertegenwoordigd door ‘hartig’ en door ‘flauw’ en ‘heb je het ooit zo zout gegeten?’.
      ‘Pittig’ als scherp komt mogelijk van peperpitjes? Daarvoor geldt dat je een scherper gerecht krijgt als je de pitjes meekookt.

      • msvandermeulen schreef:

        Kun je een voorbeeld geven van betekenisuitbreiding van ‘hartig’? Ik kan zo niet iets bedenken. En wat betreft ‘heb je het ooit zo zout gegeten?’, dat is meer een spreekwoord, dat ervaar ik toch anders, want de relatie zout+eten is daarmee als geheel uitgebreid.

        • msvandermeulen schreef:

          Bovendien (weer te snel gereageerd) zou ik bij ‘flauw’ eerder denken aan ‘gebrek aan smaak’ überhaupt dan specifiek zouteloos. Dat laatste woord is dan wél weer uitgebreid (zie hieronder).

        • De Etymologiebank vermeldt: ‘Ontbreekt nu aan hetgeen men nuttigt het zout, dan is het smakeloos en laf. Vandaar dat hartig is gaan betekenen: enigermate gezouten, pittig. Ook figuurlijk wordt het woord in de laatstgenoemde zin gebezigd. Men zegt: ik zal daar wel eens een hartig woordje over zeggen. ‘

  2. jandeputter schreef:

    Een zouteloze reactie!

    • jandeputter schreef:

      Toevallig schreef ik mijn reactie op precies hetzelfde moment als Wouter van der Land en beide brachten we zout ter sprake. Marten van der Meulen schrijft dat ‘zouteloos’ een uitgebreid woord is. Vanuit een taalkundig perspectief is dat zonder meer juist. Vanuit een historisch culinair perspectief echter niet. Zout in het eten was de regel, gekruid, pittig, eten echter niet. Zowel zoutloos als pittig wijzen er dus op dat iets van het normale (eet)patroon afwijkt.

  3. Peter-Arno Coppen schreef:

    Ik zou denken dat die “figuurlijke” betekenis eerder van (of via) het zelfstandig naamwoord ‘pit’ is gebeurd. Dat heeft al heel vroeg de betekenissen ‘kern, merg, hart, verstand, daadkracht, energie’ en de uitdrukking ‘dat hij pit in hadt’ is ook al oud. En het zou natuurlijk best kunnen dat die associatie met het znw en de uitdrukking ‘daar zit pit in’ in ons hedendaagse taalgevoel nog een rol speelt.

  4. Marcel Plaatsman schreef:

    Als je er ouder taalgebruik op naslaat, bijvoorbeeld in de dbnl, dan lijkt “pittig” vaak “kernachtig” te betekenen, dus inderdaad bij “pit” in de zin van “kern”. Zo lees ik bv. dat “Hume juist en pittig zegt…”, of: “dit moet pittig luiden”. Vanuit deze betekenis is de stap naar de tweede niet zo groot (kernachtig -> serieus -> moeilijk). De eerste betekenis lijkt dan weer eerder te verbinden aan de gegeten pitjes, een bepaald mondgevoel (de pit is vaak erg bitter of scherp). Dan zouden het dus toch twee woorden zijn.

    Er zijn nog twee betekenissen over. Het “pittige moidje” dat we hier in Noord-Holland kennen, da’s een lief en knap meisje, wat eigenlijk moeilijk met het voorgaande te rijmen valt. Ook Noord-Hollands is “pittig” in de zin van “zeer, heel”: “hij is al pittig groot”. Dat doet denken aan het gebruik van “puur” op dezelfde plek en dat klopt wel weer met “kernachtig”. Mogelijk zo ook “kernachtig, puur, zuiver” voor “pittig” en op die manier het “pittige moidje”, dat ook als “kloin pittigie” door het leven gaat. Al zou een avontuurlijker etymologie die de betekenis “klein” centraal stelt (denk ook aan “piet”) mij ook niet onwaarschijnlijk lijken.

    • Marcel Plaatsman schreef:

      In aanvulling: “pittig” lijkt zich eerst van “kernachtig” te verbreden naar “raak”, ook: “geestig, goed getroffen”. Verhaaltjes zijn “pittig en puntig”, “pittig en humoristisch”, zelfs “pittig en gemakkelijk”. Al vroeg komen dan ook de pittige meisjes bovendrijven, die zullen ook wel “goed getroffen” zijn geweest. Maar hieruit kun je weer door naar een “pittig gesprek” en dat is dan een gesprek waarbij rake dingen gezegd worden. De ontwikkeling richting “moeilijk” lijkt eerder via die weg te zijn verlopen. Vgl. “enerverend”.

      Als bierliefhebber viel mijn oog ook op enkele beschrijvingen van “pittig bier”. Dat is bier met een volle smaak, blijkbaar, beter dan dunbier; het Engelse bier heet dan wel “pittig” maar was ook wat al te vol in de mond, te voedzaam. Je kunt je er wel een voorstelling bij maken. Pittig is in die beleving dan al “stevig, prikkelend”, wellicht hoppig en aangenaam bitter. “Bitter” heeft ook een negatieve connotatie, dus zal er wel naar neutralere woorden gezocht zijn; het Duits heeft daarvoor “herb” (“bitter” zegt ’n Duitser niet graag over z’n bier). Dan is de stap naar “pikant” ook weer ’n stukje dichterbij en vallen beide betekenissen hier toch weer aan elkaar te verbinden.

  5. Joke van Overbruggen schreef:

    Pittig betekent: flink kan slaan op smaak pittig gekruid
    maar ook op een bepaald niveau van bijvoorbeeld opleiding :
    een pittige opleiding, vereist een behoorlijk denkniveau.

  6. DirkJan schreef:

    Als je in de Van Dale kijkt dan zie je als betekenis 3 krachtig en energiek. Die betekenis zou dan ouder zijn dan de nummer 4 die daarop volgt: waar pit in zit, het antoniem van flauw, zoals pittige tabak, pikant, heet.

    Nu kun je je afvragen waar dat pit op slaat, voeren ze beide terug op dezelfde oorsprong? Bij Onze Taal is een pagina over ‘pit hebben’ en daar betekent pit, de kern, het hart, een zaadkorrel. Iemand die pit heeft, heeft een energiek hart. En van daaruit zou je dus de overstap kunnen maken dat een pittige smaak ook een smaak met een hart heeft, en niet pittig is door de scherpte van bijvoorbeeld de pitjes van pepers.

    Pittig in de betekenis van lastig staat, als betekenis 7, helemaal onderaan in de Van Dale en is dus het meest recent. Dan is het meest waarschijnlijk dat dit later van de bekendere en meer verwante betekenis gekruid is afgeleid, hoewel die betekenis zijn oorsprong in de figuurlijke zin kan hebben gehad.

    https://onzetaal.nl/taaladvies/pit-hebben/

    • “En van daaruit zou je dus de overstap kunnen maken dat een pittige smaak ook een smaak met een hart heeft, en niet pittig is door de scherpte van bijvoorbeeld de pitjes van pepers.”
      In een Delpher-tekst van voor WOII vond ik nog een tekst die zei dat een gerecht ‘pittig maar zeker niet piquant’ moest zijn. OOk een spinaziestamppot werd pittig genoemd. Ergens na de oorlog moet de betekenis zijn omgeslagen naar juist vooral pikant. Het rokende pistool heb ik nog niet kunnen vinden, maar een relatie met peperpitjes valt lijkt mij niet uit te sluiten.

      • DirkJan schreef:

        Niets is uit te sluiten, maar het zou wel heel toevallig zijn dat er een nieuwe herkomst van het woord pittig is ontstaan voor de betekenis pikant, als pittig al hoe dan ook sterk en stevig van smaak betekende. Het is denk ik eerder een latere betekenisuitbreiding die mogelijk samenhangt met de opkomst van Indisch eten en de populariteit van bijvoorbeeld sambal.

      • Peter-Arno Coppen schreef:

        Die Delpher-resultaten worden wel een beetje vervuild, als je dat zo mag zeggen, door reclamecampagnes. Als ik zoek op ‘pittige smaak’, dan krijg ik voor 1900 voornamelijk dezelfde reclame van Spaanse portwijnen, terwijl in de jaren na de oorlog duizenden reclames voor Van Nelle koffie met pittige smaak de resultaten bevolken. En een beetje tabak. Iets als ‘pittig eten’ komt pas echt na 1980 op.

        • DirkJan schreef:

          Ik heb ook nog in Delpher gekeken en gezocht op ‘pittig eten Indisch’ en op ‘pedis pittig’. Pedis is het Indonesische woord voor scherp van smaak. En inderdaad een eerste vindplaats kom ik pas in 1979 tegen in de Volkskrant waar pittig synoniem is aan pedis. De eerste opdracht levert alleen maar relevante hits na 1980 op.

          In mijn herinnering (Haagse Indische eet-connectie) bestaat het woord pittig voor scherp eten al wat langer, maar ik denk wel dat het vooral met de opkomst van de Indische keuken te maken heeft, dus na 1960.

          [ Nog over de betekenis van aantrekkelijk van pittig, wat niemand verder kent en ik ook niet. Misschien is dit ontstaan uit een verwarring met het woord kittig dat ook ook leuk en aantrekkelijk betekent, een kittig meisje een kittig pakje. Dan is het snel gemaakt om een kittig meisje ook een pittig meisje te noemen? In mijn Van Dale 14 staat pittig wel als synoniem bij kittig, maar dan in de betekenis van energiek, levendig. Van Dale kent de betekenis van aantrekkelijk van kittig niet, dat is een omissie van de woordenboekenmaker. Hoe dan ook is het een vage theorie. ]

          • Peter-Arno Coppen schreef:

            Kittig staat ook al in het WNT. De etymologische naslagwerken veronderstellen in meerderheid dat het afkomstig is van het woord voor een klein paard. Ik moet bekennen dat ik geen intuïties heb voor een eventueel verschil tussen een pittig meisje en een kittig meisje. Het eerste is mij redelijk onbekend (het woordgebruik dan).

          • Marcel Plaatsman schreef:

            Die betekenis lijkt me typisch Noord-Hollands (“Westfries”). Zelf ben ik er zeker mee vertrouwd, maar ik kom dan ook uit die streek. Het is daar een gebruikelijk woord, zeker niet voorbehouden aan echte dialectsprekers. Je kunt van een kleuter zeggen “dat het echt zo’n pittig meidje” is, echt een schattig klein meisje. Geen “pittige tante” dus! Bij een kittig meisje stel ik me eerder een assertief meisje voor, dus toch wel iets anders. “Kittig” is eerder pikant dan “pittig”, in deze context.

          • DirkJan schreef:

            @ Ik probeerde alleen te suggereren dat er misschien door een vormovereenkomst (kittig/pittig) een betekenisuitbreiding naar aantrekkelijk/sexy voor pittig heeft plaatsgevonden.

    • Marcel Plaatsman schreef:

      “Pittig” en “hartig” hebben een gelijkaardige etymologie en beschrijven toevallig ook beide een smaak, in het geval van “hartig” de vijfde smaak in Japanse lezing, in het geval van “pittig” de vijfde smaak in de oudere Chinese lezing. Die vijfde smaak – de “kernachtige” smaak – zal wel de basis voor de betekenisontwikkeling zijn geweest. Kennelijk was er behoefte was aan een woord om die smaak te omschrijven.

      De overwegingen hier laten zien dat “pittig” de moderne betekenis pas recent gekregen heeft. Ik denk dat het in oudere bronnen “aangenaam bitter” betekende (“bitter” is te negatief en daarom een te verwijden woord, vgl. Duits “herb”). Voor sigaren kun je natuurlijk zowel “pikant” als “bitter” aannemen, maar omdat het ook zo vaak voor bier werd gebezigd, zou ik het dus in de betekenis “bitter” zoeken (hoppig dus).

      Het geeft ook wel een indruk van de hoppigheid van vroegere bieren (het klassieke beeld dat het oude bier weinig hoppig was is door onderzoek al wel onderuitgehaald, maar dit is een mooie bevestiging – men waardeerde juist een stevige hopsmaak, dat was dan aangenaam bitter).

  7. Henk Wolf schreef:

    In het Fries heb je ook ‘piid’, dat naar allerlei binnenstes verwijst, zoals het merg van een plant en het loodstaafje in een potlood, maar dat ook menselijke eigenschappen als kern van de persoonlijkheid beschrijft, zoals ‘vastheid van karakter’, ‘doorzettingsvermogen’, maar ook ‘lastig in de omgang’.

    Als ik kijk in de GTB-woordenboeken, zie ik bij ‘piid’ en ‘pit’ dezelfde ontwikkeling: van tastbaar binnenste dingetje via een metafoor naar ‘binnenste van een mens’ (in de vorm van karakter of karaktereigenschappen). Het lemma ‘pittig’ in het WNT legt voor die karaktereigenschappen ook nog een verband met ruggenmerg. Dan zou je in ‘een pittig paard’ of ‘een pittige tante’ mogelijk dezelfde rugmetafoor hebt als in ‘ruggengraat hebben’.

    Het WNT leidt ook ‘pittig’ in de zin van ‘gekruid’ af van dat ‘pit’ als ‘ruggenmerg’, met weer ‘kracht’ als metafoor. Ik vermoed dat je in ‘een sterke smaak’ en ‘sterkedrank’ vergelijkbare metaforen hebt. Vermoedelijk associëren we eten dat niet zo makkelijk weg te slikken is met een krachtige, onverzettelijke persoon.

    Ik vond het wel opvallend dat ‘pittig’ in het WNT niet expliciet genoemd wordt als synoniem van ‘lastig’ en dat er ook geen voorbeeldzinnen in worden genoemd waarin het die betekenis heeft. Voor ‘pittich’ in het WFT geldt hetzelfde. Dat kan van alles betekenen, mogelijk ook dat die betekenis vrij nieuw is. Dat ‘pittig’ sluit natuurlijk in betekenis wel aan bij de andere ‘pittigs’, zeker bij het smaak-‘pittig’: dat ook dat element ‘niet zo makkelijk’ in zich heeft.

    Het ‘pittige meisje’ in de zin van ‘aantrekkelijk/lief/aardig meisje’ kende ik trouwens niet – als iemand het zou gebruiken, zou ik het tot nu toe verkeerd hebben geïnterpreteerd als ‘standvastig, karaktervol meisje’. Ik zag dat ‘pittig’ in het WNT staan, ook in combinatie met ‘neusje’, ‘haartje’ en andere verkleindwoordjes. Het WFT leidt ‘pittig’ in die betekenis af van het ruggenmerg-‘pittig’ af, maar omdat het erbij zegt dat het de associatie ‘klein’ heeft, vraag ik me af of het niet direct van ‘pit’ als ‘harde kern van een vrucht’ komt.

Laat een reactie achter