In een dialect glijden

Herinneringen van een taalgebruiker (4)

Door Marc van Oostendorp

Mijn jeugd bestaat uit twee stukken. In het eerste korte stukje (pakweg tot ik vijf was) woonde ik in Zuid-Holland. In het tweede, langere stuk woonde ik in Brabant.

Wat kan ons dat schelen, zullen jullie zeggen. Maar omdat ik in deze onregelmatig verschijnende reeks nu eenmaal aan het graven ben naar mijn herinneringen aan de taal is het van belang.

Mijn vader was geïnteresseerd in audio en heeft daarom al in de vroege jaren zeventig, toen we nog in Rotterdam woonden, opnamen van mij gemaakt. Op die opnamen spreek ik vrij duidelijk met een Rotterdams accent. Weliswaar niet heel erg plat want ik kom uit een nette familie, maar herkenbaar genoeg. 

Dat Rotterdams is sindsdien niet meer in mijn spraak te traceren, althans niet gemakkelijk: wie de weg weet in mijn mond, vindt er nog wel degelijk de sporen van. Er is ook geen Brabants voor teruggekomen (al ben ik dialectoloog genoeg om te weten dat sommige delen van mijn taalgevoel overeenkomen met dat van andere mensen uit de Meierij), maar op de kleuterschool en de basisschool moet mijn taal zijn geworden wat het nu is – niet makkelijk geografisch te bepalen.

Hoe dat gebeurd is, herinner ik me niet meer. Ik geloof niet dat het Rotterdams er op het schoolplein is uitgetimmerd, of dat ik er om werd uitgelachen. Ik zal me zelf hebben aangepast; mijn ouders spreken overigens tegenwoordig ook niet echt Rotterdams meer.

Ik kan me ook niet herinneren dat ik zelf ooit vond dat de kinderen in mijn klas raar spraken, hoewel ik vriendjes en vriendinnetjes moet hebben gehad met een duidelijk Brabants accent. Ik kan me die alleen pas herinneren van op de middelbare school. Dat waren dan ook altijd mensen uit dorpen uit de omgeving, Sint Oedenrode of Vlijmen. Wij vonden dat die jongens (ik herinner me alleen jongens) plat praatten. Wij vonden dat dom. Bosch vond ik kennelijk niet plat of opvallend. Ik ben daar kennelijk als kind zo ingegleden, en ik vind het nog steeds een heel natuurlijke manier van spreken. Net als Rotterdams.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter