geest / ziel

Verwarwoordenboek Vervolg (120)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

geest / ziel      

De woorden verschillen in betekenis.

geest               levensbeginsel van het lichaam
                        zetel van denken, voelen, willen

Dat was een bijzondere ervaring, die staat me nog helder voor de geest.

ziel                  levensbeginsel van lichaam én geest
                        dat wat gedacht wordt bovenmenselijk te zijn

Odysseus sprak in de onderwereld met de zielen van de gestorvenen.

Het hier geformuleerde onderscheid is niet bedoeld om in discussie te gaan met theologen of filosofen, maar probeert het alledaagse taalgebruik te beschrijven. De aspecten denken-voelen-willen in de betekenis geest zien we terug in: fris van geest (denken), naargeestig (voelen) en geestdriftig (willen). Het woord wordt ook in de afgezwakte betekenis ‘sfeer’ of ‘stijl’ gebruikt: in dezelfde geest. Met het accent op het aspect ‘denken’ kan geest ook ‘begaafdheid’ betekenen: Hoe groter geest, hoe groter beest. En omdat de geest niet-lichamelijk, dus vluchtig is, kan het ook ‘vluchtige stof’ betekenen: Nu is de geest uit de fles. Dat is iets heel anders dan de ziel van de fles waarmee heel geheimzinnig de ronde instulping aangeduid wordt in de bodem van een fles met of voor geestrijk vocht.

Een woord dat dicht bij ziel komt, is psyche. Maar dit wordt tegenwoordig vooral gebruikt in een betekenis die dichter ligt bij geest: geheel van denken-voelen-willen, ofwel ‘gemoedsaard’: Het gaat hier om een ervaring die veel schade aan zijn psyche heeft toegebracht. Mocht u in de vorige zin haar hebben verwacht, dan bewijst ook u dat het hier vaak om een ‘vrouwenwoord’ gaat.

De ziel als een ‘zelf’ dat niet te herleiden is tot de geest, roept uiteraard tal van vragen op, maar die zijn niet taalkundig te beantwoorden. Taalkundig blijft het wel interessant waarom we in de volgende uitdrukkingen nooit geest gebruiken.

            Met hart en geest
            Twee geesten één gedachte
            Hoe meer geesten, hoe meer vreugd
            Met je geest onder de arm lopen
            Ogen zijn de spiegels van de geest

Nog een vraag. Wat zegt u: een gezonde geest in een gezond lichaam of een gezonde ziel in een gezond lichaam? De uitdrukking met ziel hoor je vaak, maar geest lijkt hier toch beter, want die geest is er niet meer als het lichaam er niet meer is, terwijl de meningen over de ziel op dit punt verschillen.