Gedicht: Akim A.J. Willems • drie gedichten

Uit op de rand van het zwijgen, de nieuwe bundel van Akim. A.J. Willems.

ik ben op mijn mooist als ik alleen leef,
mijn hongerhuid afgestroopt,
mijn aderen van heimwee blauw
naar een plek waar ik nooit eerder thuis kwam.

waar mensen niet denken dat ik ongelukkig ben,
ik houd gewoon van stilte.
in een wereld die nooit stopt met praten, schijn ik op mijn mooist
ver en lang van huis zonder koffers vol vergeten.

*

ik heb mijn stem gevonden in een doodlopende straat;
op de hoek een leegstaand krot
met aan de muur een halfsleetse plaat:
in mij huisde / een ellendeling / onvatbaar voor ontroering.

ik heb een stem die me babels influistert
dat alles ijdel, onuitsprekelijk, dat alles vermoeiend
en op een aftands plakkaat staat
aan een muur van een krot op de hoek van een straat.

*

de nacht ligt blauw op een bed dat niet het jouwe is.
buiten ritselt de onrust door dunne bomen.
kruinen buigen zich tot luisterend oor.
tussen de uren op het nachtkastje tikt een horloge

de laatste loodjes weg. daar gelden andere wetten,
geen taboes, die jij alleen begrijpt.
de nacht ligt er op een bed dat nog niet het koude is,
in gekrompen licht dat de schijn tegen heeft.

Akim A.J. Willems (1974)
uit: op de rand van het zwijgen (2019)

—————————–