De voornamen van de adel

Voornamendrift (39)  

Door Gerrit Bloothooft en David Onland

De adel profileert zich als een hoogstaande groep in de samenleving die wortelt in de middeleeuwse standenmaatschappij, ook al is het overgrote deel van de hedendaagse adel pas in de 19e eeuw verheven. Waar de adel oorspronkelijk macht had, ging het toen en vooral nu ook om status: het voeren van een adellijke titel  en heraldisch wapen is het enige wettelijke recht dat de adel sinds de grondwet van 1848 nog heeft. Maar dat recht is wel zo essentieel dat de titel in de basisregistratie personen is opgenomen – men wil ook graag op een correcte manier door de overheid geadresseerd worden. Die wens biedt ons nu de mogelijkheid om gedetailleerd onderzoek te doen naar de voornaamgeving in de enige sociale groep die in de nationale administratie herkenbaar is en wil zijn. Familienamen zoals Van Zuylen van Nijevelt doen adel vermoeden, maar herken je de adel ook aan hun voornaam?

Toen de adel nog een invloedrijke elite was, kon dat leiden tot het navolgen van hun gewoontes door lagere sociale klassen omdat die zich graag met de adel wilden vereenzelvigen. Dat kan ook het geval zijn met de voornaamgeving. Frans onderzoek van enkele decennia geleden suggereerde dat de adel daar nog steeds vooruitloopt in het initiëren van nieuwe namenmodes. We hebben ernstige twijfel of dat in Nederland ook het geval is, maar dat behoeft een onderbouwing.

Wie zijn van adel? Volgens de basisregistratie personen wonen er nu (gegevens april 2018) 6.027 personen met een adellijke titel of predicaat in Nederland. Er zijn 1.604 baronnen en baronessen, 88 graven en gravinnen, 72 ridders en 8 prinsen en prinsessen. Daarnaast  voeren 4.255 personen het predicaat jonkheer of jonkvrouw (dat is ongetitelde adel), terwijl leden van het Koninklijk Huis met het predicaat (Koninklijke) Hoogheid of Majesteit worden aangesproken. Hertogen, markiezen en burggraven van Nederlandse adel hebben we niet meer, behalve koning Willem-Alexander die zowel prins, markies, burggraaf als baron is. Jaarlijks worden gemiddeld 48 jongens en 46 meisjes van adel geboren en dat is al decennia vrij constant, ook omdat een adellijke titel alleen via de mannelijke lijn wordt doorgegeven. Omdat in de basisregistratie ook overleden personen zijn opgenomen bevat ons totale bestand 11.552 personen. Deze hebben allen de Nederlandse nationaliteit, maar kunnen desalniettemin van buitenlandse adel zijn, dat onderscheid valt in de basisregistratie niet te maken.

Terzijde moet opgemerkt worden dat adellijke titels meervoudig en complex kunnen zijn, in het bijzonder die van het Koninklijk Huis. We laten dat voor ons doel voor wat het is en volgen de titel en voornaam gegevens zoals die in de basisregistratie personen staan, ook al zouden er zeer kleine verschillen kunnen zijn met het filiatieregister van de Hoge Raad van de Adel.

We geven in tabel 1 de top-20 van de eerste voornaam van de adel, onderscheiden in de perioden voor en na 1970. Dat is het jaar waarin niet alleen een nieuwe, liberale naamwet van kracht werd maar 1970 kan ook gezien kan worden als het kantelpunt van traditionele vernoemingsnamen naar modenamen. Ter vergelijking geven we in tabel 2 dezelfde lijsten voor de hele bevolking.

Tabel 1. Top-20 van de eerste voornaam van de adel. Vetgedrukt zijn de nieuwkomers in de top-20 na 1970.
Tabel 2. Top-20 van de eerste voornaam van de hele bevolking. Vetgedrukt zijn voornamen die ook in de top-20 van de adel voorkomen.

Voor 1970 komt bijna de helft van de namen overeen met die welke voor de hele bevolking populair zijn in de top-20, in die namen onderscheidt de adel zich niet: Willem, Jan, Johan, Hendrik, Johannes, Pieter, Jacob, Cornelis bij de mannen, en Maria, Elisabeth, Anna, Johanna, Catharina, Wilhelmina, Margaretha, Cornelia, Jacoba bij de vrouwen. Opvallend afwezig, niet alleen in de top-20 maar in het hele bestand, zijn bij de mannelijke adel de gelatiniseerde namen zoals  Petrus, Wilhelmus en Antonius wat duidt op een ondervertegenwoordiging van katholieken, ook al staat Maria op één bij de vrouwen. Òf dat de katholieke adel er voor koos om de duidelijke verwijzing naar het geloof in de naam achterwege te laten. Dat kan na de Reformatie politieke redenen gehad hebben, maar vanaf de 19e eeuw toch minder.  Waar de adel zich wel duidelijk mee onderscheidt zijn de Franse voornamen  – het Frans is van oudsher de taal van de elite en het diplomatieke verkeer –  en dat zien we terug in de voorkeuren voor Henri, Louis, Robert, Paul, Eduard bij de mannen (de laatste drie mogelijk op zijn Frans uitgesproken), en Marie, Henriette, Louise, Pauline, Constance, Anne, Caroline, Jeanne, Charlotte, Jacqueline bij de vrouwen. Met Alexander, Carel, Frans, Herman, Lodewijk en de verkorting Joan (als Jo-an uitgesproken), en Alexandra is de top-20 van namen voor 1970 compleet.

Na 1970 handhaaft een kleine helft van de top-voornamen van voor 1970 zich in de top-20. Dat duidt erop dat vernoeming, meer dan voor de rest van de bevolking  voor de adel nog steeds belangrijk is. Opvallend is natuurlijk dat de eerste namen van de koning, Willem en Alexander, het meest populair zijn, maar dat waren ze in het verleden ook al. En dat geldt eigenlijk ook voor de meeste namen die nieuw zijn in de top-20 van na 1970. Franse namen vinden we alleen nog bij de vrouwen met Sophie, Julie, Emilie, Frédérique, Isabelle en Juliëtte. Nieuwe voorkeuren worden bij vrouwen deels gedeeld met de hele bevolking want  Anna, Sophie, Anne, Emma, Fleur, Julia en Merel zijn algemeen populair, bij mannen geldt dat alleen voor Thomas.

Waar er voor 1970 nog grote overeenkomsten waren tussen de namen van de adel en die van de hele bevolking, is dat na 1970 veel minder het geval. Doordat ouders nauwelijks meer  vernoemen in de eerste voornaam, worden daarin nu veel meer dan vroeger sociale groepen scherper zichtbaar.  Die konden we in eerder onderzoek ontdekken door de voornamen van broertjes en zusjes te analyseren. Door veel voorkomende  combinaties van voornamen te clusteren kunnen naamgroepen gemaakt worden waaruit onderscheiden groepen ouders vaak kiezen. De keuze van de adel blijkt goed overeen te komen met die van een veel bredere groep ouders die een voorkeur hebben voor wat we eerder al elitenamen noemden – dat blijkt een juiste term.

Indicaties dat de adel voorop loopt in het initiëren van nieuwe voornamen – wat Frans onderzoek suggereert – zijn er helemaal niet. De adel is als vanouds deels  traditioneel en voor vrouwen nog Frans georiënteerd, en gaat verder heel gewoon met de mode mee.