Rotterdamisering en spinraggisering: de Binnenhofse voorliefde voor een achtervoegsel

Door Siemon Reker

In het debat over de evaluatie van de Politiewet 2012 (vorig jaar op de toepasselijke datum 12-12), gebruikte Roelof Bisschop (SGP) een term die niet eerder in de Handelingen stond opgenomen en die hij daarom toelichtte: “Ergens lezen we iets over Rotterdamisering van de politie. Dat is dat politiemensen op het platteland zich opgeslokt voelen en zich gedwongen voelen om als grootstedelijke politie te werken.” Bijzonder was dat Bisschop Rotterdamisering zei en niet Rotterdammisering (wat hij volgens de Handelingen later wél een keertje deed). Nu oogt het net als robotisering terwijl robottisering ook zou kunnen.

We kunnen veilig aannemen dat Binnenhofse sprekers stapelverzot zijn op woorden die eindigen op –isering en –iseren, ik veeg ze maar even samen. In het Retrograde woordenboek van Nieuwborg zijn enkele tientallen vindbaar op –isering, in de Handelingen verzuip je erin maar daar gaat het om honderden. Sommige zijn zó gangbaar dat ze een neutrale betekenis hebben (gekregen), denk aan willekeurig aangestreepte gevallen als harmonisering, liberalisering, digitalisering, deconstitutionalisering, internationalisering, legalisering, commercialisering, formalisering, modernisering, optimalisering, individualisering, flexibilisering, actualisering, democratisering, temporisering, automatisering.

Van Dale zegt bij het achtervoegsel –iseren dat daarmee “van uitheemse bijvoeglijke naamwoorden werkwoorden worden gevormd die betekenen: de door het grondwoord bedoelde of de daarmee geassocieerde eigenschap (doen) krijgen: afrikaniseren, amerikaniseren, banaliseren, bestialiseren, bureaucratiseren” e.v.a. Of dat helemaal klopt is twijfelachtig, getuige commercialisering, deconstitutionalisering, formalisering waar we dan een andere klinker zouden hebben verwacht (wegens commercieel, deconstitutioneel, formeel). En bovendien: niet ieder basiswoord kunnen we uitheems noemen.

Wat Bisschop aanhaalde was ondanks alles een bijzonder voorbeeld van een geografische afleiding op –isering. Enerzijds is dat heel gewoon, zie afrikaniseren en amerikaniseren, maar gebruikelijk is dan een land of een werelddeel als basis en niet een stad, zelfs niet als het zo’n grote havenstad betreft. In de Handelingen vond ik als vergelijkbaar geval alleen het in 1994 genoemde Srebrenisering “optie, waarbij talrijke vluchtelingen in de omsingelde stad zijn samengedreven”, afgeleid van Srebrenica. Van Balkanisering was al in 1947 sprake, Europeïsering dateert van 1963, Vietnamisering is van 1970 en daarna, Finlandisering volgt spoedig en er is in 1979 sprake van Tsjechoslowakisering. Soms zien we Amerikanisering naast ver-Amerikanisering. Misschien geldt niet voor iedereen dat in de tweede vorm door ver– een zekere veroordeling doorklinkt.

En woorden op –isering kunnen wel degelijk afstandnemend en spottend van inhoud zijn. Vermassalisering en multiculturalisering zijn daarvan actuelere voorbeelden zoals vitaminisering (van de margarine) in 1949 al eerder kan zijn geweest. In de Eerste Kamer werd de aanduiding Wallagisering in 1992 gebezigd om kritiek op de grotere omvang van scholen mee aan te geven: dat verwees naar Wallage als Staatssecretaris van Onderwijs. Ook spinraggisering hoort in deze groep, een term die in 1999 door minister Peper (Binnenlandse Zaken) in het debat gebruikt is in éen adem met de juridisering, horizontalisering en dehiërarchisering van de overheid. Roelof Bisschop zou liever van spinragisering gesproken hebben, neem ik aan.

Dit stuk verscheen eerder op het weblog van Siemon Reker.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.

1 Response to Rotterdamisering en spinraggisering: de Binnenhofse voorliefde voor een achtervoegsel

  1. Jan Michielsen schreef:

    Het Vlaamse tv-programma De ideale wereld maakt ook interessant gebruik van achtervoegselisering: https://www.canvas.be/tag/debation-island

Laat een reactie achter