Poëzie tegen de breekbare vaasjes

Door Marc van Oostendorp

“Waarom ik lees en schrijf”, lees ik en schrijft Piet Gerbrandy aan het begin van zijn essaybundel Grondwater, “zal voor mijzelf altijd tot op zekere hoogte een raadsel blijven.” Om iets later in die eerste alinea een deel van de verklaring toch te geven: “Het zijn de handelingen zelf die me in een stemming en ritme brengen waarbij ik me blijkbaar thuisvoel.”

Veel van de essays in deze bundel gaan over dat ritme. De stukken zijn elders verschenen, maar samen vormen ze een antwoord op de vraag: waarom lezen en schrijven? Vanwege een ritme waarbij de mens zich thuisvoelt.

Grondwater is te lezen als een pleidooi voor grootse gedichten die proberen te bewegen en de lezer in beweging te brengen, die niet als breekbare vaasjes op de bladspiegel hangen, maar de mist in durven te gaan. Niet voor niets staan er ook stukken in over zwemmen, lopen en fietsen, allemaal bewegingen die Gerbrandy gaat maakt, en die hij steeds verbindt met de poëzie. 

Verbondenheid

Het pièce de resistance is het stuk over Hans Faverey: niet alleen is dat het langste artikel in de bundel, maar het is ook het mooist, onder andere omdat Gerbrandy er iets onmogelijks in doet: laten zien hoe deze grootmeester van de breekbare vaasjes gedichten schreef die bij nadere beschouwing ook rituelen zijn – gestileerde handelingen die de wereld bezweren door haar in het klein na te bootsen.

Gedichten als rituelen, dat doet de gemiddelde Nederlandse poëzielezer aan Jan de Roder denken die in Het schandaal van de poëzie in navolging van de filosoof Frits Staal stelde dat rituelen zinloze handelingen waren met alleen een syntaxis en geen semantiek; dat het ging om die syntaxis, om de vorm, om de verbondenheid die volgt uit het gezamelijk ondergaan van die vorm. De Roder betoogde dat dit – ik zeg het een beetje huiselijk – ook opging voor de poëzie.

Spijt

Gerbrandy vindt dit iets te gortig en beweert dat ‘de wetenschap’ tegenwoordig meer oog heeft voor betekenis dan in de tijd van Staal (zelf een aanhanger van Chomsky, die overigens nog steeds leeft dus wiens tijd het natuurlijk nog is). Hij ziet dan ook meer inhoud in het ritueel; het gaat niet alléén om de vorm, sterker, de vorm moet misschien niet al te perfect zijn. De troost van de rituele beweging zit minstens voor een belangrijk deel ook in de betekenis die je aan die beweging toekent.

Gerbrandy heeft soms de neiging wat breedsprakig te zijn, maar hij is behalve een ongemeen boeiende dichter waarschijnlijk de interessantste essayist die we momenteel hebben waar het gaat over poëzie. Het heeft me enige tijd gekost voor ik dit boek ter hand nam. Ik heb spijt van de afgelopen maanden die ik daarmee verloren heb,.

Piet Gerbrandy. Grondwater. Amsterdam, Atlas Contact, 2018. Bestelinformatie bij de uitgever.