Hoe kijkt u daarnaar?

Door Ronny Boogaart

Interviewers op tv vragen tegenwoordig niet meer aan hun gasten wat die ergens van vinden maar hoe ze ergens naar kijken. Zelf kijk ik daarnaar met mijn voeten op tafel en een glas wijn in de hand. Maar dat is niet het soort antwoord waar die interviewers op zitten te wachten.

Als je antwoord moet geven op de vraag ‘Hoe kijkt u daarnaar?’, heb je niet zoveel aan de letterlijke betekenis en de grammaticale structuur van de vraag. Na vragen als ‘Wat vindt u daarvan?’ of ‘Hoe vindt u dat?’, kan de geïnterviewde zijn/haar antwoord beginnen met ‘Ik vind (dat) x’. Op de plek van x kun je allerlei positief en negatief gekleurde adjectieven invullen of een complete bijzin:

  • Ik vind dat leuk/erg
  • Ik vind dat het leuk/erg is

Maar de vraag ‘Hoe kijkt u daarnaar?’ heeft geen bevestigende variant die voor de interviewer een bevredigend antwoord vormt. Er is in de grammaticale structuur wel plek voor een bepaling (‘Ik kijk daar x naar’), maar op die plek kun je niet goed een mening kwijt.

  • Ik kijk daar leuk/erg naar ?

Op de plek van x kun je wel iets invullen als ‘met mijn voeten op tafel’ maar als antwoord op de vraag ‘hoe kijkt u daarnaar?’ kan dat hooguit een flauwe grap zijn. Op internet kom ik een paar mooie antwoorden tegen die ook passen in de grammaticale structuur van de vraag maar een stuk minder flauw zijn:

  • [Ik kijk daar] met verbijstering [naar]
  • [Ik kijk daar] heel genuanceerd [naar]
  • [Ik kijk daar] heel anders [naar]

Hier wordt het werkwoord kijken al wat minder letterlijk opgevat, maar je voelt al wel aan dat de interviewer geen genoegen zal nemen met zo’n antwoord: het is nog geen antwoord op de vraag  zoals die werkelijk bedoeld is (‘namelijk?’ ‘want?’ ‘ja maar wat vindt u ervan?’). Kortom, de geïnterviewde moet begrijpen dat ‘ergens op een bepaalde manier naar kijken’ hetzelfde betekent als ‘ergens iets van vinden’ en dus eigenlijk gewoon antwoord geven op de vraag ‘Wat vindt u daarvan?’. (Mijn indruk is dat ‘Hoe kijkt u daarnaar?’ in talkshows eigenlijk vaak betekent ‘Vindt u dat niet belachelijk?’, maar misschien geldt dat voor ‘Wat vindt u daarvan?’ eigenlijk ook al.)

Maar waarom vraagt de interviewer dan niet gewoon ‘Wat vindt u daarvan’? Misschien omdat de formulering met kijken naar in plaats van vinden meer ruimte geeft aan de geïnterviewde en daarom ook een interessanter antwoord op kan leveren. Wie ‘ergens naar kijkt’, heeft een bepaalde afstand tot het onderwerp en de vraag suggereert dat de geïnterviewde bij dat onderwerp wellicht allerlei interessante gedachten en gevoelens heeft. Het antwoord kan dus nog alle kanten op. Dat geldt voor de inhoud, maar ook voor de vorm: de grammaticale structuur van de vraag geeft, zoals we net zagen, ook weinig houvast voor de formulering van het antwoord. (Bij de vraag ‘Hoe staat u daarin?’ is dat trouwens nog veel erger.)

Het werkwoord kijken in combinatie met het voorzetsel naar is niet alleen onder interviewers heel populair, maar ook onder beoefenaren van mindfulness. In mindfulness-training leer je ‘naar’ gedachten en gevoelens te ‘kijken’, in plaats van ‘erin te stappen’ of ‘er een verhaal van te maken’. Nog meer dan in de talkshow-vraag is hier de betekeniscomponent ‘afstand’ cruciaal: je bent niet je gedachten, maar je kijkt ernaar en je hoeft er niks mee.  In een ander opzicht is het mindful gebruik van ‘kijken naar’ tegenovergesteld aan het talkshow-gebruik. Terwijl in een interview ‘Hoe kijkt u daarnaar?’ eigenlijk naar de mening van de geïnterviewde vraagt, is er volgens de leer van de mindfulness maar één antwoord mogelijk op die vraag, namelijk:

  • [Ik kijk daar] zonder oordeel [naar]

Misschien toch leuk om dat antwoord ook een keer bij Eva Jinek te proberen.

Ronny Boogaart schrijft al jaren een column voor VakTaal, het blad van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek. Word lid, en steun daarmee niet alleen de enige echte vereniging voor neerlandici, maar ontvang ook vier keer per jaar dit mooie blad.