Gender in de literatuur: de vanzelfsprekendheden zijn veranderd

Door Toos Streng

Ik wil graag reageren op de bijdrage van Freek van de Velde, over Gender-obsessie in de literatuurwetenschap, Neerlandistiek 17 april 2019, waarin ik word genoemd als een van de drammerige, gelijkhebberige, verongelijkte, onder gebrek aan erkenning lijdende en daarom moraliserende cultuurwetenschappers met een verborgen agenda.

Toen ik midden jaren negentig vertelde dat ik een boekje aan het schrijven was over vrouwen en schrijverschap in de negentiende eeuw, reageerde een weledelzeergeleerde, gespecialiseerd in de letterkunde van de negentiende eeuw, dat hij het onderwerp niet begreep: Bosboom-Toussaint was toen toch een algemeen gerespecteerd schrijfster? Hij zag er geen onderwerp in: je onderzoekt toch ook niet het verschil in omstandighden tussen blonde en bruinharige auteurs? In Geschapen om te scheppen?, zoals het boek uiteindelijk zou heten, vertel ik onder meer dat Bosboom-Tousssaint na een boek of drie besloot geen recensie-exemplaren meer te versturen omdat ze het zat was dat critici uitsluitend reageerden op het feit dat de historische roman door een vrouw was geschreven. In Het Parool werd Geschapen om te scheppen? neergesabeld. De toon was dusdanig venijnig dat boekhandelaren op het Waterlooplein mij vroegen of ik de recensent, die van oordeel was dat dat het boekje niets bevatte dat niet iedereen al wist, soms een blauwtje had laten lopen.

Volgens Freek van de Velde hadden gendergerichte studie andere doeleinden dan het literaire veld kennis te laten nemen van de resultaten. Beoefenaars van genderstudies wilden met hun moreel gelijk revanche nemen voor het statusverlies dat de bedrijfstak, en daarmee ook de individuele beoefenaars, in de loop van de twintigste eeuw had geleden. Geen socioloog zal worden aangeklaagd wanneer hij de mogelijkheid dat mannen en vrouwen anders worden beoordeeld systematisch in het onderzoek betrekt. Nu, twintig jaar later, zal dit ook een cultuurwetenschapper niet worden aangewreven, zelfs niet door Freek van de Velde, die waardering blijkt te kunnen opbrengen voor recent onderzoek waarin de gender-bias als vanzelfsprekend wordt beschouwd.

Blijkbaar zijn de vanzelfsprekendheden in de literatuurwetenschap veranderd. Zouden die veranderingen ook zonder programmatische studies hebben plaatsgevonden? We zullen het nooit weten. Hoe het zij, de inzichten uit de sociologie zijn omarmd door cultuurwetenschappers. Gelukkig maar.