Gedicht: Albert Verwey • Sonnet

Sonnet
aan Frederik van Eeden

Ik ben gestemd om een sonnet te maken,
Teêr-blauw als mij Japansche verzen lijken,
Zoo vlak als water, dat geen rimpels strijken
Tot vloeiend matglas, waar zij d’ oever raken.

Fijn porselein met, voor verwende smaken,
Bleek-blauwe poppen die zoo wijd uitwijken,
En zonder perspectief – de rijken kijken
Bij ’t koopen, of de kleine barstjes kraken.

Zóo is mijn stemming, bleek met wijde luchten,
‘k Ben bang, dat zij zal breken onder ’t schrijven,
‘k Schrijf fijne letters, in mijn teeder duchten:

Ik wil, dat ze ongebroken weg zal drijven
Zonder een lijn, als luchte wolken vluchten, –
Doch dit Sonnet zal voor U overblijven.

Albert Verwey (1865-1937)
uit: Persephone en andere gedichten (1885)

———————————–