Het kapitaal van de taal

Door Michiel van Kempen

Bij het afschaffen van de studie Nederlands aan de VU

Van alle talen die in de kieren van de wereld zijn geboren
roept men altijd: goed voor de markt, maar niet voor de letteren;
Sranan, Sarnami, Papiaments: ze zijn meer een vorm van kwetteren
dan dat ze een chique zoetgevooisdheid doen horen,
ze zijn prima voor ’t kopen van een bosje kousenband
maar hoger denken, redeneren, deduceren?
Ho maar, daar hebben wíj het woord van onze Statenbijbel voor.
Welnu, aan de Amsterdamse Boelelaan hebben ze het bestaan
de taal van Hooft en Hart tot bijkomstigheid te reduceren,
een lillerig onbenullig ding, geen rots heb je,
maar de diepgang van een whatsappje.
Wie zijn taal slechts afrekent op ‘t dividend
heeft aan het Nederlands geen boodschap
– men doet er boodschappen in – de taal wordt
spiegel van de koopmansgeest, het Nederlands
gesproken als het Frans: “zju mappèl Piet”
en veel meer dan dat, Kuyper-lieden, wordt het niet.