De aanslag en de gebarentaal

Door Marc van Oostendorp

Wat is Nederland toch een achterlijk land.

Terecht plaatste de webredactie van Onze Taal gisterenochtend een kritisch stukje over de zogenaamde ‘erkenning’ van het Limburgs die minister Ollongren dit weekeinde uitriep. Dat is een erkenning van niets, een verkiezingsstunt, een puur symbolisch gebaar, terwijl er twintig jaar geleden ook al zo’n erkenning is geweest, ook al een symbolisch gebaar. Waarom de Limburgers het slikken is mij een raadsel.

Maar dan maakt de overheid tenminste nog een symbolisch gebaar richting de Limburgers, zoals het een paar maanden geleden een gebaar maakte naar de sprekers van het Nedersaksisch. Om erkenning van de Nederlandse Gebarentaal wordt al veel langer gevraagd. In 1997 (ne-gen-tien-ze-ven-en-ne-gen-tig) was er al een commissie die op die erkenning aandrong.

Kluitje

De inwoners van de provincie Utrecht die gisteren afhankelijk waren van de gebarentaal kregen niets mee van het gebeurde. Ik ben het nagegaan: geen enkele tv-uitzending werd door een gebarentaaltolk vertaald. Natuurlijk konden mensen via geschreven bronnen het nieuws tot zich nemen. Maar in ieder geval voor een deel van de Dove gemeenschap is het Nederlands een tweede taal.

Het verschil tussen het Limburgs of het Nedersaksisch aan de ene kant en het Nederlands aan de andere kant is veel kleiner dan de afstand tot de gebarentaal, een taal met een heel andere woordenschat en grammatica.  Als een groep sprekers van een ‘autochtone’ taal steun verdient, zijn het de gebruikers van die gebarentaal.

En toch, ondanks twintig jaar gesoebat, en streven, en werken, gebeurt er niets. Wie in Kanaleneiland op zijn flatje zat en zich afvroeg wat er eigenlijk gebeurde, moest maar Teletekst lezen en werd door de publieke omroep verder niet bediend.

Het probleem is natuurlijk: de Doven hebben geen invloedrijke lobbyisten, geen politici die voor hen strijden zoals de sprekers van het Limburgs en het Nedersaksisch. Zelfs het kluitje waarmee die politici zich in het riet laten sturen wordt de Doven niet toegeworpen.