Waarom heet iemand eigenlijk Van Houdenhoven?

over de H in familienamen

door Jan Stroop

’t Idee voor dit stukje ontstond toen ik in een
krant de familienaam Van Houdenhoven
tegenkwam. Van Houdenhoven is natuurlijk een variant van Van Oudenhoven, maar een variant waar een verhaal aan vast zit, want ’t betreft hier niet zomaar een spellingvariant, als Janssen naast Jansen. Of De Craemer naast De Kramer.

Hier is uitspraak mee gemoeid. De vorm Van Houdenhoven komt uit de mond van iemand wiens moedertaal de H niet kent en die ook ’t schriftbeeld van de echte naam niet voor de geest heeft; hij is analfabeet. Hoewel hijzelf Van Oudenhoven heet, vermoedt hij dat die naam wellicht met een H begint en hij spreekt hem dus zo uit. En de gemeenteklerk schrijft ’m dan ook zo op: Van Houdenhoven. Zo zou ’t toegegaan kunnen zijn.

De naam Van Houdenhoven komt in 1947 maar vijf keer voor, waarvan vier in Zeeland, ’t gebied dat op ’t kaartje van Weijnen geen H kent; zie kaartje. De variant Van Houdenhoven is dus een geval van hypercorrectie en die moet in dat gebied ontstaan zijn.

Om te zien of dit verschijnsel algemener is, ben ik eerst gaan kijken in de Familienamenbank van ’t Meertensinstituut. Maar ’t zoeken daar heeft alleen resultaat als je precies weet welke namen in aanmerking komen. Ik heb gemerkt dat voor dit soort onderzoek de oude serie boeken Nederlands Repertorium van familienamen veel geschikter is. Je neemt bijvoorbeeld deel Zeeland, omdat je daar veel kans hebt, en kijkt bij de H of er namen bij staan waarbij je meteen varianten zonder H te binnen schieten, echt geesteswetenschappelijk werk dus.

Zo kwam ik daar de familienaam Van den Hende tegen, zonder twijfel een variant van Van den Ende. Dan heb je weer wel veel aan de Familienamenbank, want die levert ook een kaartje. ’t Meeste heb je aan ’t kaartje dat gebaseerd is op de gegevens van de Volkstelling van 1947, omdat je dan minder met de gevolgen van migratie rekening te houden hebt dan bij die van 2007. Tussen 1947 en 2007 is er demografisch namelijk nogal wat veranderd in Nederland, waardoor veel naamdragers wonen in gebieden die ver af liggen van de bakermat van de naam.

 

Zoals ’t kaartje laat zien komt Van den Hende voor in Zeeland (8 keer) en in Groningen (58). Hoewel ik niet uitsluit dat die Groningse Van den Hendes daar gekomen zijn door emigratie ergens vandaan, lijkt ’t me veel waarschijnlijker dat deze hypercorrecte variant gevolg is van een autonome Groningse ontwikkeling, want Groningen is ook H-loos; zie dit kaartje van Toon Weijnen van de verspreiding van de H-loosheid.

Mijn geboortedorp Heerle (beter: Èrel) ligt in West-Brabant. De H is daar geen foneem. Dat wil zeggen dat die nooit uitgesproken wordt. De afwezigheid van de H is hier geen lexicaal diffuus verschijnsel, dus dat ’t ene woord wel een H heeft en een ander woord niet. Nee: de H maakt geen deel uit van ’t klanksysteem van ’t West-Brabants en komt (of kwam) in de spraak van de dialectspreker niet voor.

Die situatie is de eindfase van een ontwikkeling die begonnen is in ’t Indo-Europees. Overal waar ’t Nederlands een H heeft en de bewuste dialecten nu de H missen, had ’t Indo-Europees een k. Er zijn talen die die k nog bewaard hebben. ’t Frans bijvoorbeeld: coeur (hart), cor (hoorn). In de Germaanse talen is die k veranderd in een ch. Die fase is nu alleen nog midden in een woord te vinden; zie acht naast octo. Aan ’t begin van een woord is de ch al in een vroeg stadium gereduceerd tot H: hart, hoorn, enz. Een aantal dialecten gingen nog een stapje verder en zetten de H helemaal aan de kant: art, oorn.

Dat bezorgt iemand die ’t West-Brabants als moedertaal heeft de nodige problemen als ie Nederlands spreekt. Hij is onzeker over waar wel en geen H hoort en dat zal hij levenslang blijven. Ik kan er over meepraten, want nog steeds, bijvoorbeeld bij ’t voorlezen, betrapt men me erop dat ik woorden als huisarts (soms) uitspreek als uisharts en dat ik van Albert Heijn zomaar Halbert Eijn maak en van Enkhuizen Henkuizen.

Op Èrel wordt ook de H aan ’t begin van familienamen vanzelf niet uitgesproken: (H)oetelmans, (H)ultermans, (H)eimans, (H)agenaars. Die H bestaat dus alleen in de geschreven vorm van de naam. Dan kun je je afvragen waar die geschreven H vandaan komt. Maakt hij deel uit de van de etymologie van ’t woord of is hij een gevolg van een hypercorrectie?

In de noemde voorbeelden is dat eerste aan de orde, zeker ook bij de naam Hoetelmans. Die naam is gevormd van de stam van ’t werkwoord hoetelen dat ‘kleinhandel drijven, scharrelen’ betekent. Of zoals Kiliaan (1599) ’t zo mooi zegt: “ex rebus velissimis quaestum captare” (winst behalen uit waardeloze spullen).

Maar er is ook een vorm Oetelmans; die komt in Noord-Holland voor en wel 53 keer, waarvan 44 in Amsterdam. Op ’t eerste gezicht denk je dan aan H-aphaeresis (zoals dat vroeger bij Weijnen nog heette, tegenwoordig spreekt men van H-procope). Maar even later blijkt er in Noord-Holland ook een werkwoord oetelen te bestaan, dat ‘onhandig en slordig werken’ betekent (zie Boekenoogen, De Zaansche volkstaal). Dus geen H-afval bij de Noord-Hollandse Oetelmansen.

Hoe die twee werkwoorden zich tot elkaar verhouden is onduidelijk (voor mij althans). Je zou de vorm zonder H in West-Brabant verwachten en de andere in Noord-Holland, maar ’t is precies andersom.

Overigens schrijft A.M. de Jong in Merijntje Gijzen’s jeugd. Deel 2. Flierefluiters oponthoud (1926) de naam zoals ie in West-Brabant uitgesproken wordt: “En toen kreeg Toon Oetelmans, bijgenaamd de Kwak, van Flierefluiter een dracht stokslagen als waarvan hij zeker in zijn ergste nachtmerrie nooit had gedroomd.”

Deze andere kant van de zaak, dat de H ten onrechte weggelaten wordt, komt in familienamen minder voor, heb ik de indruk, maar ’t is ook moeilijker om daar een beeld van te krijgen, laat staan een compleet beeld. Vaak stuit je er toevallig op. Ik heb twee voorbeelden.

In de Zaanstreek komt de familienaam Ofman voor, zonder twijfel een variant van Hofman. Een hofman is “Iemand die den hof verzorgt; tuinman.”(WNT). De familienaam is frequent in de Zaanstreek. 93 van de 118 Noord-Hollandse Ofmans woonden in 1947 in de Zaanstreek, waaronder de eigenaars van Tuincentrum Ofman te Wormer (!).

Ofman is uit Hofman, maar H-aphaeresis is toch geen typisch Noord-Hollands verschijnsel, al zijn er een paar plaatsen waar de H-afval voorkomt of voorkwam; zie nogmaals ’t kaartje van Weijnen. Een van die plaatsen is Assendelft, waar Boekenoogen (in De Zaansche Volkstaal) van meldt:

“Opmerking verdient echter dat te Assendelft verwarring heerscht in het gebruik der h. Zij wordt dikwijls aan het begin van woorden weggelaten en bij andere verkeerdelijk voorgevoegd. Vroeger geschiedde dit in het geheele dorp. …. Daar de Assendelvers zich in dit opzicht van alle andere Zaankanters onderscheiden, geeft dit aanleiding tot geplaag van den kant hunner naburen. Zoo roepen b.v. de Westzaners hen schimpend na: As jə weer òp mə ekkie kòmme, zel ik mit mə ooiaak in jə atje ikkə (als je weer op mijn hekje komt, zal ik met mijn hooihaak in je gatje pikken), met opzet overdrijvende door ook andere consonanten weg te laten.” (Boekenoogen 1897, 61-2)

Assendelft grenst ongeveer aan Wormer en Wormerveer; maar zie mijn reactie hieronder. In de plaats zelf bestaat Ofman niet, maar ’t is denkbaar dat de oorspronkelijke naam Hofman daar eenmaal voorkwam, als Ofman uitgesproken werd en in die vorm, sprekenderwijs dus, terechtkwam in Wormer en andere plaatsen in de omgeving.

Mijn tweede voorbeeld betreft de familienaam Holierhoek. Van deze naam kwamen in 1947 de volgende varianten voor: Holierhoek (170), Olierhoek (37), Olijerhoek (y) (143), Holierook (26), Olieroek (6), Olieroock (29), Olierook (161), Oliehoek (25), Olijhoek (101), Olyhoek (18), Olijhoeck (y) (18). Totaal In Nederland 716 naamdragers, waarvan 589 in Zuid-Holland, voornamelijk ’t in ’t zuidelijke deel van de provincie.

De naam gaat terug naar voormalige heerlijkheid en hofstede Holy. De hofstede, gelegen aan de Holyweg in de Holierhoekse en Zouteveense polder onder Vlaardinger-Ambacht, was het centrum van de heerlijkheid.

Heerlijkheid en hofstede bestaan niet meer maar de naam is vereeuwigd in die van de huidige wijk Holy in Vlaardingen.

De samenstelling Holierhoek verwijst zeker naar een stuk grond in de nabijheid van de hofstede. Daar woonden o.a. de pachters of nog eerder de horigen en die werden ernaar vernoemd.

Uit Holierhoek is die serie varianten ontstaan zijn. Er is er maar een die de H behouden heeft, Holierook, de andere hebben allemaal hun H verloren. Vraag is of die H-afval in Holierhoek zelf ontstaan is? Antwoord: vermoedelijk wel op grond van deze feiten.

Cor van Bree, zelf Vlaardinger van geboorte, wijdt in zijn artikel over ’t oude  Vlaardings de volgende woorden aan de positie van de H daar:

“Daar hebben we wel de meest bekende eigenaardigheid van het Vlaardings: het “weglaten” van de h, beter gezegd: het ontbreken van deze klank. En de keerzijde ervan: het hypercorrecte zeggen of schrijven van de h waar hij gezien vanuit het algemene Nederlands niet thuis hoort…… Ook Schiedam en Overschie worden in dit verband door Winkler (blz. 148, 149) genoemd.” (Van Bree, Het oude Vlaardings, 1989)

Die eigenaardigheid heeft ertoe geleid dat de lokale benaming Holierhoek z’n H kwijt raakte, althans bij een deel van de bevolking. Toen dat eenmaal gebeurd was, was de weg vrij voor verdere aberraties. Waarschijnlijk zijn al die varianten pas in 1811, toen de burgerlijke stand in heel Nederland was ingevoerd, (op ’t gehoor!) schriftelijk vastgelegd.