Van jonge mensen, de dingen, die nog komen gaan…

Door Peter Hoffman

Van oude menschen, eerste druk.

Een heuse rel rond Couperus, wie had dat anno nu nog verwacht? Aanleiding is het initiatief van neerlandica Michelle van Dijk om Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan te hertalen, om zo Couperus’ beroemde roman weer toegankelijk te maken voor jonge lezers. En dat is hoognodig volgens haar, want zijn proza is ‘veel te bloemrijk voor deze moderne tijd, met zijn herhalingen, de neologismen, de gallicismen, de puntjes… de uitroeptekens!! Maar dat wat nog het meest afwijkt van onze taal nu, is de zinsvolgorde (-lengte ook, ja). En geloof me, dat is dus iets waar een jonge lezer over struikelt’.

Eerst even iets over het misverstand dat Couperus’ taalgebruik en stijl mettertijd zouden zijn ‘verouderd’. De waarheid is dat Couperus’ manier van schrijven al ouderwets en ingewikkeld werd bevonden voordat zijn paarse inkt goed en wel was opgedroogd. En niet alleen door scholieren. Lees een willekeurige recensie van zijn werk uit die tijd, en je stuit steeds weer op dezelfde bezwaren: ‘de gemaaktheid van stijl en woordenkeus’, ‘het kwistig gebruik van Fransche uitdrukkingen’, ‘opzettelijke gekunsteldheid’, ‘verwrongen zinsconstructies’, enzovoort. Wat dat aangaat had Van Dijk honderd jaar geleden al aan de slag gekund.

Ze was trouwens al een tijdje bezig – het work in progress is te volgen op haar website –, maar het gekrakeel barstte pas echt los nadat Van Dijk had aangekondigd dat haar hertaling ook daadwerkelijk als boek zou verschijnen. ‘Heiligschennis,’ brieste de één, ‘alsof de Sixtijnse kapel wordt beschilderd door Dick Bruna,’ spotte de ander. Couperus trending topic op Twitter: het moet niet gekker worden.

Anderen, onder wie Tzumredacteur Coen Peppelenbos, sprongen voor Van Dijk in de bres:

‘Misschien groeien die lezers uit tot echte lezers die als volwassene in vervoering kunnen raken van een mooi geformuleerde zin, een goed gekozen woord of een fijn gekozen perspectief. Maar zullen we het eerst eens over het verhaal gaan hebben?’

Nou graag, want ik vroeg me namelijk af waarom Van Dijk nu uitgerekend een van Couperus’ meest toegankelijke romans heeft gekozen voor haar omstreden exercitie. Tenminste, toegankelijk wat betreft stijl en taalgebruik; nu eens een keer geen eindeloos meanderende zinnen, maar vlotte dialogen; geen kunstig gejongleer met geparfumeerde woorden in een malle volgorde, maar betrekkelijk sober normale-mensen-proza. Natuurlijk, het is en blijft onmiskenbaar Couperus, maar hij sneed hier zijn pen kundig en bescheiden naar de aard van zijn onderwerp.

Zou de taal van Couperus nu echt de belangrijkste reden zijn waarom de bakvissen en knapen van nu de roman niet lusten? Af en toe een gek Frans woordje, soit – lang leve de verklarende woordenlijst. Een grotere horde lijkt me nu juist het verhaal. Ik bedoel maar: een stel stokoude mensen wacht gelaten op de bevrijdende dood, die het Spook van het Verleden voorgoed zal verjagen… Nu ben ik geen expert in de ‘belevingswereld’ van de leerplichtige jeugd, maar ik kan me goed voorstellen dat het volksdeel dat normaal gesproken veel meer toekomst dan verleden heeft zich niet erg aangesproken voelt door deze geriatrische tragiek. Je kunt wel hertalen tot het boek een ons weegt, bepaald sexy wordt het er niet van.

Als je nou tóch aan het hertalen slaat, zo vraag ik me af, is er in Couperus’ oeuvre nou geen betere rattenvanger van Hamelen te vinden?

Ik dacht meteen aan De komedianten: een met vrolijke vaart geschreven, onvervalste avonturenroman over een rondreizend groepje acteurs dat rond 96 na Christus neerstrijkt in het Rome van keizer Domitianus om daar zijn kunsten te vertonen. Even behendig als lichtvoetig tovert Couperus een sprankelende wereld uit zijn pen die je nooit meer wilt verlaten. Waar in Van oude menschen de dood als een loodzware deken over de bladzijden hangt, daar knispert het in De komedianten van frisse levenslust. Een groter contrast dan tussen deze twee romans is er niet, maar beide: vintage Couperus.

Als de voorstanders voor hertaling betogen: laat scholieren nu eerst maar eens kennisnemen van het verhaal, dan komt de waardering voor de stijl later wel, dan stel ik: ga eerst maar eens op al dan niet hertaald avontuur met Cecilius en Cecilianus. Die oude mens(ch)en wachten wel. Eerst het leven, dan de dood.

Dit stuk verscheen gisteren op de website van het Louis Couperus Genootschap.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.

5 reacties op Van jonge mensen, de dingen, die nog komen gaan…

  1. Lucas schreef:

    Wie moet er nu eigenlijk bereikt worden? Want ik als jongere, welk boek je me van Couperus ook zou geven, zou het pas gaan lezen als het op de literatuurlijst stond. En met lezen bedoel ik, een samenvatting van internet trekken. Ik besteedde mijn tijd liever aan Thea Beckman of Arendsoog.

    Is het doel alle jeugd aan Couperus krijgen, en zo ja, waarom? Of gaat het juist om een selecte doelgroep? We hebben een eindige hoeveelheid tijd, er komen jaarlijks legio nieuwe, fantastische boeken uit (los nog van alle Netflix-series en PlayStation-games waaraan we tijd besteden); een hertaling alleen gaat niet plots ervoor zorgen dat jongeren nu wel Couperus gaan lezen.

    Als het gaat om de grootsheid der literatuur te laten zien, dan lijkt hertaling me volstrekt zinloos, omdat je dan immers niet meer Couperus leest in de vorm waarin hij tot de literatori—vast geen woord, maar klinkt leuk—is gaan horen.

    Is trouwens iemand op het idee gekomen om te onderzoeken waarom de jeugd Couperus niet leest? Anders dan speculeren over lastige verhalen of complexe taal?

    Ik krijg altijd het gevoel dat de culturele elite, die weet hoe geweldig die literatuur is, van mening is dat iedereen moet lezen en denken zoals zij, omdat ze anders iets missen in hun leven. Kan er naast zitten, maar als dat het perspectief is, dan is elke missie gedoemd om te mislukken.

    • nieuwenhuijsen schreef:

      Als je niet leest, dan mis je iets ja. Dat valt moeilijk te bestrijden, lijkt me.

      • Lucas schreef:

        Volgens wie? Fans van Nascar zullen zeggen dat ik iets mis door geen Nascar te kijken, fans van 50 Shades of Grey zullen zeggen dat ik iets mis door geen 50SoG te lezen, etc. ad infinitum.

        Missen veronderstelt dat iets waardevol is, maar dat is een cirkelredenering en dus geen argument. Als je niet kunt uitleggen waarom dit van belang is, anders dan een elitair “je mist wat” perspectief, ga je niemand overtuigen.

  2. Het lijkt mij ook dat er betere Couperussen zijn om aan jongeren te slijten.
    Het beste lijkt mij om het leraren Nederlands en hun scholen vrij te laten hoe zij literatuur willen doceren. De een kan dan hertalingen en vertalingen toestaan en een ander houdt vast aan de originelen en een traditionele canon. Je zult dan vanzelf zien wat werkt. Het is niet meer van deze tijd om alles centraal te willen toetsen en vastleggen. Ik kan me bij de geweldenaar uit de Surinamestraat ook voorstellen dat hij in Den Haag populairder zal zijn, omdat je allerlei locaties kunt bezoeken. Daar zou je een editie met plattegronden voor kunnen uitbrengen.

    Verder kun je nog denken aan samenvattingen met een aantal pagina’s in het origineel. Elke scholier kan plezier beleven aan een paar pagina’s stilistisch geweld van Couperus.

  3. Mary Kröner schreef:

    Wat mooi gezegd “De geweldenaar uit de Surinamestraat” en wat een prima idee voor een editie met plattegronden. Over de hertaling maar geen commentaar. Zo onzinnig.

Laat een reactie achter