Niemand gelooft elkaar nog

Door Marc van Oostendorp

Het begon met een post op Facebook van de schrijver Abdelkader Benali:

Ja, dat is een wijze inhoud, maar ik ben nu eenmaal geen man van de inhoud, maar van de vorm en ik vond die zin een beetje vreemd klinken, met dat elkaar en zo’n enkelvoudig onderwerp. Helemaal ongrammaticaal is het ook niet, en Benali is een schrijver met een groot taalgevoel en hij vond het kennelijk wel in orde.

Het wederkerig voornaamwoord elkaar is raar. Vorig jaar verscheen er al een interessant Utrechts artikel over dat ik hier besprak. Dat ging vooral over de vraag wie er nu precies wie bijt als je zegt Anne, Sanne en Janne bijten elkaar: bijt ieder van de vrouwen iedere andere vrouw, of is het genoeg als iedere vrouw één andere vrouw bijt en door één andere vrouw gebeten wordt (dus dat men als het ware in een rondje bijt)?De menigte kust elkaar

Maar hier gaat het om iets anders: kan een grammaticaal enkelvoudig onderwerp terugslaan op elkaar? Dat lijkt te verschillen en wel op een manier die niet helemaal duidelijk is:

  • Dat stelletje kust elkaar.
  • Iedereen gelooft elkaar.
  • De menigte kust elkaar.
  • De mensheid gelooft elkaar.

Ik vind deze zinnen, in ongeveer deze volgorde (ik weet het niet helemaal zeker, het is nogal subtiel) steeds slechter worden. De eerste zin komt uit het Taalportaal.  Op basis van dit soort voorbeelden zou ik zeggen dat het beter werkt als het onderwerp een groep aanduidt terwijl je tegelijkertijd nog op de een of andere manier ieder van de individuen voor je ziet: een stelletje bestaat duidelijker uit individuen dan de menigte, laat staan de mensheid.

Het taalgevoel kan hier kennelijk ook licht verschillen: op Facebook meldde de ook al zeer taalgevoelige dichter Wiel Kusters dat voor hem “Niemand gelooft elkaar nog” ook volkomen grammaticaal was.

Onopgelost

Het Taalportaal wijst bovendien op nog iets raadselachtigs, namelijk zinnen zoals de volgende:

  • Jan en Marie zitten achter elkaar.
  • De jongens gaan na elkaar weg.
  • Ik stapel de dozen op elkaar.

Normaliter impliceert elkaar wederkerigheid: als Jan en Marie elkaar kussen, dan kust Jan Marie en Marie Jan. Maar bij achter elkaar zitten en de andere genoemde voorbeelden is dat niet mogelijk. Je denkt niet onmiddellijk dat Jan en Marie in een kringetje zitten, het is voldoende als een van de twee achter de ander zit.

Dat geldt dan weer niet voor:

  • Jan en Marie zitten links van elkaar. [onmogelijk]

Het komt, zegt het Taalportaal, misschien doordat we in het Nederlands naast links van en rechts van een symmetrisch voorzetsel hebben, naast. Zo’n asymmetrisch voorzetsel ontbreekt bij voor en achter: er is geen woord dat betekent ‘op verschillende plaatsen in de dimensie voor-achter’; dat geldt ook voor voor en na, en voor op en onder. Waarom dát zo is (het geldt voor de andere talen die ik ken ook), is weer een ander onopgelost raadsel.