Grammaticaonderwijs leidt tot taalfouten door hypercorrectie

(Persbericht Radboud Universiteit)

Het aanleren van regels voor bepaalde grammaticaconstructies kan leiden tot het maken van fouten in andere grammaticaconstructies. Dit blijkt uit onderzoek onder ruim driehonderd middelbare scholieren door taalwetenschappers van de Radboud Universiteit dat op 6 februari verscheen in Applied Linguistics. De onderzoekers pleiten voor een andere aanpak van grammaticaonderwijs.

De onderzoekers keken naar de prestaties van meer dan 300 middelbare scholieren op het gebruik van ‘hun’ en ‘hen’ en ‘als’ en ‘dan’. ‘Onze eerste conclusie is dat leerlingen heel goed scoren op de constructies waaraan veel aandacht besteed wordt op school en in de samenleving. Zo werden er bijzonder weinig fouten gemaakt van het type “groter als” en ‘hun hebben”, aldus Ferdy Hubers, één van de betrokken onderzoekers. Wat vaker fout ging, waren zinnen met ‘hun’ als meewerkend voorwerp en ‘twee keer zo groot als’. Leerlingen kozen hier vaak voor respectievelijk ‘hen’ in plaats van ‘hun’ en ‘dan’ in plaats van ‘als’.

Opleidingsniveau

De onderzoekers vonden dat de prestaties wel verbeterden met opleidingsniveau: vwo’ers doen het net iets beter dan vmbo’ers bij ‘groter dan’ en ‘Ik geef het boek aan hen’. Verrassender was dat dit niet opging voor de zinnen waarin ‘als’ of ‘hun’ het goede antwoord was. In zinnen zoals ‘Ik geef … het boek’ kozen de meeste vwo’ers voor het incorrecte woordje ‘hen’, terwijl de vmbo’ers hier vaker het correcte ‘hun’ invulden. 

Hypercorrectie

‘Onze verklaring daarvoor is hypercorrectie: het zo goed willen doen dat je het juist fout doet’, aldus Hubers. Scholieren hebben wel begrepen dat “groter als” niet mag en ook dat je liever “hen” dan “hun” moet schrijven. De woorden “hen” en “dan” krijgen daardoor meer status en “klinken” beter, terwijl “hun” en “als” geassocieerd worden met fout taalgebruik. Soms wordt er op school wel verteld dat je “als” bij constructies van gelijkheid moet gebruiken en “hun’voor een meewerkend voorwerp in de zin. Maar daar wordt veel minder aandacht aan besteed dan aan het uitbannen van de foute constructies “groter als” en “hun hebben”.’

Hubers: ‘Dat je soms wel “als” en “hun” moet gebruiken, weten leerlingen meestal wel, maar hoe en waarom precies, dat wordt nooit volledig duidelijk. Een makkelijke strategie is dan om maar helemaal geen “als” en “hun” meer te gebruiken.’

Wat werkt wel?

Heeft het onderwijzen van grammaticaregels dan wel effect? Dat ligt eraan hoe je het bekijkt. We steken veel energie in grammaticaonderwijs om scholieren met de beste bedoelingen de regels van het Nederlands bij te brengen. Maar als de lessen zich bezighouden met wat je vooral niet mag zeggen, dan leidt dat dus niet per se tot betere prestaties.

Hubers: ‘Beter is het om in de grammatica zelf te duiken in plaats van op zichzelf staande regels te leren over wat goed en fout is. Het verschil tussen “als” en “dan” is niet een verschil in gelijkheid of ongelijkheid per se, maar een verschil in grammaticale constructie. Ook krijg je meer inzicht door bijvoorbeeld het Nederlands te vergelijken met het Duits en het Engels. Alleen het verschil tussen “hen” en “hun” is zo gekunsteld, dat we die regel maar beter helemaal kunnen laten varen.