Gedicht: Tom Lanoye • ongegronde eigendom

Uit vrij – wij?, het Poëzieweekgeschenk van Tom Lanoye, dat u de komende week in de boekhandel cadeau krijgt bij aankoop van een gedichtenbundel.

ongegronde eigendom (keivrij naar shakespeares ‘sonnet nr 134’)

Hierbij erken ik: hij werd jouw bezit.
En ik? De wissel op jouw willekeur.
Het onderpand van jouw vijandig bod.

Ik delg mezelf, dat wel. Ik schrijf me af.
Opdat de schat die ik bezat — van wie
Ik vrat, van wie ik kleddernat en ladderzat
De oogst heb uitgeperst en leeggezogen —
Opnieuw de markt betrad. Tot jouw profijt
En mijn gewin aan troost en mededogen.

Maar jij, de dwingeland, biedt hem niet aan
En hij, mijn hartendief, mag zich niet slijten.
Hij staat bij jou voor mijn tekort garant
En wordt voorgoed beboet voor dat tegoed.

Jij woekeraar, jij beurzensnijder — beul!
Jouw schoonheid zet een mes op ieders keel.
Jij staat voor niets en vordert alles, zelfs
Een vriend die schuldenaar uit liefde werd.
Je legt hem vast, je lost hem niet en zo
Word ik twee keer gestraft voor één failliet:

Hem ben ik kwijt, maar jij bezit ons beiden.
Hij dokt zich rot, maar kan zich nooit bevrijden.

(zijn breidel hoort mij toe —
maar jij blijft hem berijden)

Tom Lanoye (1958)
uit: vrij – wij? (2019)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Gedicht: Tom Lanoye • ongegronde eigendom

  1. Anton schreef:

    Repliek:

    Snap die Giorgione toch eens & dan vooral Col Tempo.
    Vijfhonderd jaar geleden.

Laat een reactie achter