Een windbrief van P.C. Hooft

Door Willem Kuiper

Afgelopen vrijdag 25 januari vertelde ik u over de lancering van de
Digitale Charterbank Nederland (DCN) en wees ik u op dit stuk:

32 Windbrief, opgesteld door P.C. Hooft betreffende het bouwen van drie watermolens, 19-06-1643. 1 charter

alsook op de mogelijkheid om via de DCN-website direct contact op te nemen met het archief waar dit stuk bewaard wordt: het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen. Ik heb dat gedaan en kreeg prompt antwoord.

Omdat het mij interessant leek voor de lezers van Neerlandistiek heb ik geïnformeerd naar de mogelijkheid dit stuk te fotograferen, al was het maar met een smartphone, zodat de Renaissancisten (in spe) onder ons Hoofts eigen handschrift en spelling onder ogen kunnen krijgen in een gedateerd en gelokaliseerd ambtelijk stuk.

Het archief liet mij in de persoon van Sander Wegereef, Coördinator dienstverlening en vrijwilligers, via e-mail weten:

Zoals beloofd, heb ik even gekeken naar de mogelijkheden om de windbrief van P.C. Hooft voor u te fotograferen. Het perkamenten document is [altijd] opgevouwen bewaard, wat uiteraard niet de meest ideale situatie is. Het perkament is kwetsbaar en breekbaar en het zegel (of wat er nog van over is) valt er bijna af. Ik heb met enige moeite met behulp van een paar loodveters een enigszins acceptabele foto van het document kunnen maken. Ik hoop dat u hiermee uit de voeten kunt. Meer kan ik er op dit moment helaas niet van maken.

U begrijpt hoe blij en dankbaar ik was toen ik deze uitgevouwen bijlage(n) onder ogen kreeg:

Windbrief van P.C. Hooft d.d. 19 juni 1643. Bewaarplaats: Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen. Foto: Sander Wegereef.

Dit is wat er over is van het zegel, samen met de beschrijving van het stuk:

Foto: Sander Wegereef

En voor wie de hand van Hooft wil leren lezen is hier een afschrift:

Foto: Sander Wegereef

De foto is scherp genoeg om dit afschrift te collationeren. Dat wil zeggen origineel en afschrift letter voor letter met elkaar te vergelijken. Een oude tekst afschrijven is mensenwerk, en het is praktisch onmogelijk om dat foutloos te doen. Daarom ook moeten afschriften door een ander dan de afschrijver zelf gecollationeerd worden om eventuele fouten te ontdekken en te verbeteren. U bent bij dezen uitgenodigd deze taak op u te nemen. Stuur mij de fouten toe die u denkt gevonden te hebben in een reactie hieronder, alsook vragen over eventuele problemen bij het ontletteren van deze oorkonde . Ik zal ernaar kijken en ervoor zorgen dat de verbeteringen worden doorgegeven.

Naschrift:

Via e-mail bereikten mij twee reacties van Cora van de Poppe en Ton Harmsen, waarin zij hun twijfel uitspraken of dit wel écht een autograaf van P.C. Hooft was. Ik meen te weten dat P.C. Hooft als kind van zijn tijd een gotische cursief leerde schrijven, maar dat hij later in zijn leven die  gotische cursief heeft ingeruild voor een renaissancistische cursief, wat hem grote moeite kostte, Het is mij niet bekend in welk jaar die transitie plaats vond, en ook ben ik als Middeleeuwer niet vertrouwd met het persoonlijke en ambtelijke handschrift van P.C. Hooft. Wie het weet mag het zeggen.

En nu ik toch bezig ben. Bij het ontletteren van deze oorkonde merkte ik op dat er in deze oorkonde poldernederlands geschreven wordt: ’t gain voor het Gein.

 

Dit bericht is geplaatst in cultuurgeschiedenis, edities, websites met de tags , . Bookmark de permalink.

12 reacties op Een windbrief van P.C. Hooft

  1. DirkJan schreef:

    “De foto is scherp genoeg om dit afschrift te collationeren.” Dan heeft u heel bijzondere ogen.

    • Willem Kuiper schreef:

      Die heb ik inderdaad. ik ben officiëel slechtziend. Maar als student al wilde ik middeleeuws schrift kunnen lezen, omdat ik er al snel achter kwam dat een tekst in het handschrift er (te) vaak heel anders uitziet dan hoe die tekst afgedrukt werd in een editie. Wie vertrouwd is met de laat-middeleeuwse cursief kan Hooft tamelijk moeiteloos lezen.

      • DirkJan schreef:

        Het lezen van een 17e-eeuws handschrift is zeker een kunde, maar ik doelde op de naar mijn inziens slechte kwaliteit van de (uitvergrote) fotokopie van de brief, die is toch vrijwel in deze vorm onlees- en onontcijferbaar? U beschikt mogelijk over het originele bestand met een hogere resolutie of grotere vergroting? De brief in de vorige blog uit de Charterbank is wel goed leesbaar.

        • Willem Kuiper schreef:

          Deze opname is, zoals uit het citaat blijkt, geïmproviseerd tot stand gekomen, en daarom ook heb ik de transcriptie erbij gezet. Zelf heb ik de foto ingelezen in Photoshop en uitvergroot, en daarna kon ik het begin van de oorkonde betrekkelijk gemakkelijk letter voor letter lezen. Doe dat ook, of in een vergelijkbaar programma, en probeer het dan nog eens. Het archief is momenteel doende het bezit te digitaliseren en dan zullen de opnamen, denk ik en hoop ik, net zo goed zijn als de brief die ik eerder publiceerde. Die brief overigens was uitzonderlijk goed gedigitaliseerd. Daarvoor heb ik andere stukken op mijn monitor gezien, die (veel) minder goed en scherp waren. Ook hier geldt de Wet van de Remmende Voorsprong.

  2. Het zeventiende-eeuws kan ik niet lezen maar “mesch” in de vierde regel van onderen zal toch wel “mensch” moeten zijn?

  3. Arcimboldo schreef:

    misschien kun je de volgende correcties doorgeven:
    r3 ingelanden ipv ingelandt
    r3 Gain ipv Gein
    r3 Bijdelmeer ipv Byelmermeer
    r4 voorbehoudens ipv voor behoudende
    r5 ighelijcke ipv jygelycke
    r5 in mijne ipv in mijn
    r6 geboudt ipv gebouwd
    r7 kercke ipv kerck
    r8 Bijdelmeer ipv Byelmermeer
    r9 aen ipv aan
    r10 aen ipv aent
    r10 Bijdelmeer ipv Byelmermeer
    r10 zuijdtzijde ipv zuijdzijde
    r11 Thijszoon ipv Gijszoon?
    r15 geviele ipv gerecht
    r15 mensch ipv mesch
    r16 wierde ipv wierden
    r17 eeniger ipv eenigen
    r19 in junio des jaers ipv junio des jaere

    • Willem Kuiper schreef:

      Bedankt dat u de moeite genomen heeft een poging te wagen. Ik ga het nakijken. U hoort nog me.

      • Willem Kuiper schreef:

        Ken uw achtergrond niet en weet dus niet of u dit vaker gedaan heeft. Maar u heeft het heel goed gedaan. Ik heb er nog paar gevonden:

        Diplomatisch afschrift windbrief P.C. Hooft dd. 19 juni 1643
        W.K. 12-02-2019

        Ik Pieter Corneliszoon Hooft, Ridder, Castelain van Muyde, ende Baljuw van Goeylandt;
        doe weten eenen ygelyke, die desen sal zien oft hooren leesen, dat ik, volgens de gerechticheijt mijner voor-
        saten in ampte, den Ingelanden vanden polder, gelegen tusschen ’t gain, de Gaesp, ende ’t Bijdelmeer; gegunt
        Ende gegeven heb, gun ende geef mits desen vanwege der Hooge Overicheijt van Hollandt, (voorbehoudende my ende eenen Ighelijcke sijn goedt recht, Ende voor soo veel als in mijne macht is) het recht vanden windt
        tot drie watermolens, geboudt inden voorschreven Polder; namentlijck den Eersten aen de Oost gaesp, op
        het kercklandt, belendt aende Oost Zijde met het landt vande kercke der stede Weesp, aende Noordtzijde met
        het landt der erffgenamen van Melis willemsz; den tweden bij de Bijdelmeer, op Het weeshuijs landt, belendt
        aende Oostzijde met het landt van Claes willemzoon, aan de westzijde met het landt van ’t weeshuijs der Stede
        Weesp; den derden aent ’t westejndt vande Bijdelmeer, Ende belendt aen de Zuijdt zijde met het landt van
        A[…] thijszoon [… ende] noordzijde met het landt van R[…] Ianszoon: [den wijze dat sij ingelanden]
        Ende hunne nacomelingen d[ese voorschreve watermoolens gerustelijck ende vreedelijck zullen mogen ge
        bruijcken, oock wanneer die door ongeluck oft ouderdoom zullen bedorven ofte vergaen sijn, andere op de
        zelfste plaetsen stichten, sonder aen mij ofte mijne nasaten Castelains ende Balliuwen, oorlof daer toe te
        versoecken. Ende oft het geviele (’t welck Godt verhoede) dat eenich mensch oft vee, van eenigen
        Molen, onder zejl sijnde, verminckt oft doodt geslagen wierde[;] sullen zij zulckx jeeghens mij ofte mijne
        naazaten in ampte; niet hebben te boeten noch te beteren, in eeniger maniere: mits dat elcke moolen
        wel ende behoorlijck sij afgehejnt. Des ten oirconde heb ick desen met mijnen uijt hangenden zeeghele
        bevesticht. Gedaen op den Huijse te Muijde; den negentienden in Iunio des Iaers duijsent ses hondert
        drie en veertich.

Laat een reactie achter