De schijnduidelijkheid van begrippen 2/2: werkloosheidscijfer

Nultaal (21)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Soms worden begrippen zo gebruikt dat we er niets mee kunnen beginnen. Is dat erg? Ja, vooral als dat van overheidswege gebeurt en als journalisten daar kritiekloos mee omgaan. In de vorige aflevering ging het over inflatiecorrectie. Nu een eigentijds, eenvoudiger voorbeeld, weer met een quiz.

Met enige regelmaat wordt er door overheid bericht over de werkloosheid in Nederland. En de media zien dit uiteraard als nieuws. Vandaar berichtgeving als: Het werkloosheidscijfer in Nederland is nu net onder de 4%.

Wat moeten we ons daarbij voorstellen? ‘Werkloosheid’ betekent zonder werk. Zijn de volgende personen werkloos?

  1. Annie (50) was lang ziek, kon daarom niet solliciteren maar wil graag aan het werk nu de kinderen de deur uit zijn.
  2. Jesse (15) volgt een opleiding en werkt één avond per week in een restaurant.
  3. Mila (63) is een paar weken geleden ontslagen en heeft uit pure verveling een krantenwijk genomen.
  4. Lars (43) zit zonder werk en is zeer teleurgesteld na zijn zoveelste sollicitatie. Hij denkt dat het weinig zin heeft om in de zes weken schoolvakantie van zijn kinderen weer een brief te schrijven. Daarna gaat hij zeker weer solliciteren.
  5. Zoë (28) solliciteert elke maand, en helpt nu ook in de mantelzorg voor de terminaal zieke overbuurvrouw. Daarom schrijft zij in haar brieven dat ze pas aan de gang kan als de mantelzorg niet meer nodig is (vermoedelijk over drie tot vier weken).

1 Nee, Annie is niet werkloos, omdat ze nog niet heeft gesolliciteerd. Dat kon ze niet door haar ziekte, maar dat geldt niet.

2 Nee, Jesse behoort hiermee tot de beroepsbevolking, althans volgens de Nederlandse definitie waar de grens bij één uur per week ligt. Als je meer werkt, ben je niet werkloos. In de internationale definitie ligt de grens bij twaalf uur.

3 Nee, Mila werkt immers al weer!

4 Nee, Lars is niet werkloos. Want dan moet je de afgelopen vier weken naar werk hebben gezocht.

5 Nee, Zoë is niet werkloos. Voor werkloosheid geldt als criterium dat je binnen twee weken aan de slag kunt.

Dus wanneer wij berichten lezen over een daling van het werkeloosheidspercentage van 4,2% naar 3,9%, wat weten wij dan? Even veel als met de mededeling dat de arbeidsparticipatie met één procentpunt gestegen is van 69% naar 70%. Een leek zou trouwens verwachten dat bij een arbeidsparticipatie van 70% de werkloosheid 30% is. Natuurlijk ligt dat ingewikkelder. Hoe definieer je beroepsbevolking? Wanneer is iemand echt werkzoekend? enz. Maar wanneer kranten berichten over werkloosheidscijfers die stijgen of dalen, is daarmee bedrieglijk weinig gezegd. Ik zou graag willen weten hoeveel Annies, Jesses, Mila’s, Larsen en Zoë’s er zijn. Anders blijft het begrip werkloosheidscijfer leeg. Het lijkt dan wel of er iets gezegd wordt, maar in feite weten we niet wat er gezegd wordt. Kortom, nultaal.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter