Zeg niet dat ik vreemde woorden maak

De Multatulileescursus (14)

Door Marc van Oostendorp

– Ja, de Ideën!

– Dat wil zeggen: het eerste deel van de Ideën.

– Nu ik het zo aan het lezen ben, valt me op hoe vorm en inhoud bij Multatuli altijd samenvallen.

– Ja, daar zit wat in. Dat brokkelige, dat in de Ideeën zijn definitieve beslag krijgt, dat is ook in zekere zin de boodschap.

– “Misschien is niets geheel waar en zelfs dat niet”. Dan ga je niet vervolgens een boek schrijven waarin één bepaald standpunt wordt verdedigd.

– Behalve dan dat de Javaan wordt mishandeld.

– Mij lijkt duidelijk wat hier gebeurd is. Multatuli was ineens op zijn veertigste van een ambtenaar ergens ver weg ineens heel beroemd geworden. Nu wilde hij laten zien hoe het volgens hem allemaal zat, wat een grote, miskende intellectueel hij eigenlijk was, wat voor een denker. Hij had zoveel in te halen! Eindelijk zou de wereld hem zien zoals hij zichzelf altijd al zag!

– Ja.

– Maar wat hij te vertellen had was, ondanks die Javanen, niet één groot overkoepelend systeem. Het was iets dat alleen samenhing omdat het allemaal om de schouders van één man hing, van Multatuli.

– Ja, want dat lijkt me de kernboodschap…

– … voor zover er een kernboodschap is…

– Jullie praten hier nu over alsof dit iets geheel nieuws is, maar dit is dus gewoon Het pak van Sjaalman, hè? Iedereen weet dat dit een manier voor Multatuli was om zijn veelzijdige genie te demonstreren.

– De waarheid is de waarheid van één mens. Alles kun je alleen maar zien op een menselijke maat. Heel Multatuli’s wereldbeeld is hyperindividualistisch.

De roeping van den mens is mens te zyn. Daarheen moeten leiden: opvoeding, onderwys, beroepskeuze, zedeleer, wetgeving, godsdienst.

– Ja op dat idee, nummer 136 geloof ik, volgt een hele reeks ideeën die zich richten tegen de godsdienst als systeem die mensen aan banden legt.

– En meer. Hij pleit bijvoorbeeld ook tegen het onderwijs, hij vindt dat je als vader je eigen kinderen moet opvoeden.

– Mag ik even opmerken dat hij dat schreef terwijl hij dus zelf ver weg van vrouw en kinderen verbleef omdat hij zo nodig moest schrijven én allerlei jonge vrouwen moest redden? Of ben ik dan een zeur?

– Je bent dan wel een beetje een zeur.

– Het is op de keper beschouwd mysterieus wat ‘een mens zyn’ nu eigenlijk inhoudt. Multatuli lijkt enerzijds te denken dat dit een soort natuurlijke staat van zijn is, het is zoals je ter aarde komt, maar anderzijds is het iets dat je wel kan ontwikkelen:

Dit nu maakt me verdrietig, dat we veelal belet worden mens te zyn, omdat wy door opvoeding en onderwys zyn verschoold. Door beroepskeuze verambtenaard, vermilitaird, en verbeurst. Door zedeleer en wetgeving verwrongen en vermanierd. Door godsdienst verstelseld en verkérkt…

Zeg niet dat ik vreemde woorden maak. Het Volk zelf noemt dat alles in z’n dikwyls krachtige taal: verdokterd.

– De mens is alles wat niet in het systeem past? In dat opzicht was Multatuli natuurlijk zelf echt een mens, en wel een die je nog steeds vanaf de pagina’s tegemoet spat.

– Het is op zich een opmerkelijk verschijnsel dat we geneigd zijn excentrieke mensen uit het verleden eerder ‘menselijk’ te vinden. Een brave huisvader uit de negentiende eeuw die allemaal aardige briefjes schreef aan zijn moeder vinden we toch minder ‘menselijk’.

– Mag ik even tussendoor opmerken dat die laatste opmerking uit dat citaat dat je net voorlas ook weer zo typisch Multatuliaans vindt? Altijd maar bezig commentaar te geven op taal.

– Ja, zo wordt je in Nederland een groot stilist, he: door de hele tijd expliciet te vermelden hoe belangrijk taal voor je is.

– Gaan we in dat kader ook nog eens dat boek van Willem Frederik Hermans over Multatuli lezen? Ook zo iemand die altijd bezig was met aanmerkingen te maken op andermans stijl en daardoor aan zijn eigen reputatie als stilist te werken?

– Mensen, rustig nou, ik wilde het nog wat meer hebben over dit idee 136. Een belangrijke zin in dit idee lijkt me:

Om myn denkbeeld over te brengen in een vergelyking, wil ik de menselyke fouten en verkeerdheden ziekte noemen.

– Let eens op de inhoud van die vergelijking. Er is dus kennelijk sprake van ‘fouten en verkeerdheden’. Nu zou je kunnen denken dat die ook horen bij het ‘mens zijn’, maar zo zit het dus niet. Je moet die fouten en verkeerdheden wel degelijk genezen, alleen moet je die genezing niet tot een systeem maken.

– Ja, en een van Multatuli’s eigen technieken, was dus heel arrogant zijn. Hoog opgeven van zijn eigen voortreffelijkheid. Dat was tegelijkertijd een soort contract waar hij zich dan aan moest houden door ook voortreffelijk te zijn.

– Mij valt overigens wel op dat hij hier toch ook echt wel onversneden feministisch is. Zijn kritiek op de godsdienst is voor een groot deel kritiek op hoe vrouwen worden behandeld:

Wat maakt gy van onze dochters, o zeden! Gy dwingt ze tot liegen en huichelen. Ze mogen niet weten wat zy weten, niet voelen wat ze voelen, niet begeren wat zy begeren, niet wezen wat ze zyn.

‘Dat doet geen meisje. Dat zegt geen meisje. Dat vraagt geen meisje. Zo spreekt geen meisje…’

Ziedaar schering en inslag van de opvoeding. En als dan zo’n arm ingebakerd kind gelooft, berust, gehoorzaamt… als ze, heel onderworpen, haar heven bloeityd heeft doorgebracht met snoeien en knotten, met smoren en verkrachten van lust, geest en gemoed… als ze behoorlyk verdraaid, verkreukt, verknoeid, heel braaf is gebleven – dat noemen de zeden braaf! – dan heeft ze kans dat deze of gene lummel haar ’t loon komt aanbieden voor zoveel braafheid, door ’n aanstelling tot opzichtster over z’n linnenkast, tot uitsluitend-brevetmachine om zyn eerwaard geslacht aan den gang te houden. ’t Is wel de moeite waard.

– Ja, dat is heel krachtig gezegd. Multatuli op zijn best.

– En tegelijk heb je soms toch ook de indruk dat Multatuli vooral één recht voor de vrouw opeist. Haar recht op grote liefde, voor een geweldige man, een genie.

– Sorry, maar dat doet er niets aan af dat het geluid dat we net hebben gehoord in 1861 toch nog niet heel vaak eerder was gehoord in Nederland, en zeker niet op zo’n sterke manier.

– Jongens, het is alweer laat, ik wil naar huis…

– We zijn nog niet heel erg ver gekomen met deze Ideeën….

– Zullen we volgende keer dan nog een keer over het eerste deel praten?

– Ja, fijn! En dan over Woutertje Pieterse!