Wetenschapsbloggers als intellectuelen

Door Marc van Oostendorp

Ik zat na te denken over ons symposium voor wetenschapsbloggers en vroeg me af wat het soort mensen dat daar kwam nu zulke leuke mensen maakt. Want dat waren ze, zonder uitzondering, had ik maar weer eens kunnen constateren. Zoals uit deze middag al bleek zijn er heel verschillende motieven om te bloggen over wetenschap: om de wereld te verbeteren, om eens contact te hebben met iemand anders dan je drie collega’s op de gang, om bij DWDD te worden uitgenodigd, en wat al niet. Maar daar ging het niet om.

In doorgaans ijdele pogingen om ook nog wat geld te zien voor deze activiteiten, of wat erkenning tijdens functioneringsgesprekken, wordt een en ander dan meestal samengevat als valorisatie van de wetenschap, een manier om je als wetenschapper nuttig te maken doordat je al die ingewikkelde wetenschappelijke dingen op een begrijpelijke manier uitlegt.

Niet hip genoeg

Doorgaans gaat het dan om het contact met een publiek – of dat nu je vakgenoten zijn of het veelkoppige monster dat ‘het brede publiek’ genoemd wordt.  Die activiteit heeft allerlei namen in het hedendaagse managersjargon, behalve valorisatie wordt bijvoorbeeld ook outreach veel gebruikt, en dat wordt kennelijk zo belangrijk gevonden dat de minister er deze week maar liefst een miljoen (een 1 met zes nullen: 1.000.000) aan heeft toegekend, al weet niemand waar dat geld naartoe gaat en merkte een van de sprekers gisteren op dat het woord blog nergens wordt genoemd in de brief van de minister. Dat zal dus wel weer een door Jort Kelder gepresenteerd gala van de wetenschap worden waarin een jonge sterrenkundige in 1 minuut iets mag zeggen over de foto’s van Ultima Thule, omdat ze altijd zo lekker enthousiast over haar woorden struikelt, ten overstaan van de koning, allerlei verder zorgvuldig van het publiek afgeschermde beleidsmakers en een enkele verdwaalde hoogleraar in een gehuurde smoking.

Bloggen is misschien wel de effectiefste vorm van wetenschapscommunicatie, maar net niet hip genoeg voor de grote bedragen.

De juiste punten

Wetenschapsbloggers zijn, kortom, idealisten, mensen die iets doen waar geen voorzienbare materiële beloning tegenover staat, maar dat ze belangrijk vinden. Dat maakt ze op zich natuurlijk al sympathiek.

Maar dat gaat, zoals je gisteren kon zien, verder dan outreach en valorisatie. Er is iets wat alle sprekers die gisteren aan het woord kwamen, en alle bloggers die in de zaal zaten, in gunstige zin onderscheidt van een groot deel van hun collega-academici: dat ze intellectuelen willen zijn.

Dat lijkt een verloren ambitie. Door allerlei omstandigheden zijn helaas veel academici tegenwoordig erg gericht geraakt op de zaken die precies nodig zijn voor de carrière en/of om het hoofd boven water te houden. Het academische bedrijf is een baan geworden, een waar je misschien te hard moet werken, maar vooral een waar je heel specialistisch te werk moet gaan, en ervoor zorgen dat je precies op de juiste punten scoort.

Wiedeweerga

Het wordt daardoor steeds lastiger om intellectuelen te vinden, in de zin van mensen die zich breder oriënteren op de samenleving, die zich ook met die samenleving willen engageren, die allerlei aspecten van de samenleving bestuderen en daarover publiceren.  Je scoort geen punten met dergelijk intellectualisme en helaas wordt het academisch werk te vaak gezien als het scoren van punten.

Ze zijn er natuurlijk nog steeds, de denkers, de breed georiënteerden, en het is ook beslist niet waar dat de uitzonderingen allemaal bloggen (al zouden degenen die het niet doen zich als de wiedeweerga de geheimen van WordPress moeten eigen maken om hieronder uiteengezette redenen). Het doet de universiteit geen goed, deze eenzijdigheid, en gelukkig beginnen de universiteiten dat geloof ik ook langzaam maar zeker in te zien.

Haarfijn

Ondertussen zijn de media bezig met hun eigen races, die een breder georiënteerd intellectueel geluid nauwelijks mogelijk maken. Dat is te saai, of de intellectueel is te onbekend, of te onduidelijk. Het is een onzinnig beleid van die media, een die naar mijn overtuiging de lezers, kijkers en luisteraars uiteindelijk alleen maar wegjaagt, maar het is helaas wel het beleid.

Blogs en aanverwanten, zoals vlogs, maar vooral podcasts, springen langzamerhand in dit gat. Dat zijn de plaatsen waar je nog wel interessante stemmen kunt horen die wat dieper denken en wat breder. Daar is de outreach niet alleen maar gericht op het verwerven van enorme hoeveelheden clicks, maar op het verdiepen van het debat – in de overtuiging dat de meeste mensen helemaal niet zo dom zijn, dat we best een discussie op niveau kunnen voeren over de belangrijke dingen des levens. Dat we als het om internetveiligheid gaat niet per se vijf dwaze tonelisten hoeven uit te nodigen (lees, even terzijde, hier hoe zelfs een nu niet bepaald wetenschappelijk blog haarfijn weet te fileren hoe het mis gaat op de tv).

Ik wil hiermee natuurlijk niet zeggen dat iedere academicus die een stukje op internet knalt, daarmee ineens een diepe denker is, een eigentijdse Sartre of Beauvoir. Maar het steven is er en is sympathiek.

Een intellectueel zijn, een blogger zijn, het is geen baan. Het is een verantwoordelijkheid, die gelukkig door sommige mensen nog wordt gevoeld.

Ik snap natuurlijk wel dat ik zelf met enige wil ook tot de wetenschapsbloggers gerekend kan worden, maar er zijn nu eenmaal uitzonderingen op de regel.