Pleonasme en tautologie

Nultaal (16)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Wat is het toch jammer dat iedereen op de middelbare school leert dat pleonasmen en tautologieën fout zijn. Je zou geen ronde cirkel (pleonasme ) mogen schrijven of dat iemand eenzaam en verlaten oud wordt (tautologie). Waarom niet? Antwoord: dit zijn gevallen van dubbelzegging waarin niets wordt toegevoegd. – Maar juist dat niets is zo intrigerend. Dat niets is altijd iets! Daarom heten pleonasmen en tautologieën ook stijlfiguren, figuren waarin door schijnbare nietszegging toch iets bijzonders kan worden gezegd.

Wat gebeurt er in het pleo-niets? Hoe voorstelbaar is die ronde cirkel! Een peuter probeert met veel inspanning de stift weer terug te krijgen bij het beginpunt. En dan roept moeder: “Kijk ze kan al een mooie ronde cirkel tekenen!” Iedereen ziet dat het een uitgedroogde kwal is, maar iedereen voelt nu ook hoe trots de moeder is op haar kind.

Wat gebeurt er in het tauto-niets? Als iemand eenzaam oud wordt, is dat verdrietig, maar als iemand eenzaam en verlaten oud wordt, dan zegt de spreker nog iets meer, dan komt er nog meer verdriet in de woorden. (Er zijn dus mensen geweest die deze bejaarde de rug toegekeerd hebben!)

Pleonasmen en tautologieën zijn stijlfiguren omdat ze zorgen voor extra emotie in taal. Dus in dat niets door dubbelzegging verschuilt zich gevoel. Is er nog meer? Jazeker: precisie. In de woordcombinatie bebouwde kom lijkt het eerste woord overbodig is. Immers, er bestaan geen onbebouwde kommen. Maar critici die dat zeggen, zijn nog nooit in een Drents dorp geweest waar de kom juist niet bebouwd is omdat daar vroeger ’s nachts de schapen verbleven. Die critici hebben bij Monopoly dus niet door hoe dieronvriendelijk ze zijn als ze gaan bouwen op de Brink van Ons Dorp. En oplettende taalgebruikers die zeggen dat in gerichte maatregelen het eerste woord overbodig is omdat ‘maatregelen’ altijd gericht zijn, luisteren nooit naar Troonredes waar het vaak gaat over gerichte maatregelen ter onderscheiding van algemene maatregelen. Kennelijk zorgen pleonasmen ook voor meer precisie. Ja natuurlijk gaat er wel eens wat fout: wederzijdse overeenkomst, uitstellen tot later, enz. En natuurlijk gaat er ook wel eens wat fout bij tautologieën: De export is licht gestegen. Dit geldt ook voor de handel met het buitenland. Maar om dan het (spreekwoordelijke) kind met het (vuile) badwater weg te gooien …

Ik pleit voor een hernieuwde analyse van deze twee stijlfiguren. Neem het volgende zinnetje dat in eerste instantie de lachlust opwekt: Cursus voor zwangeren (alleen voor vrouwen). Toch was die toevoeging nuttig, want er waren aanstaande vaders die zich ‘medezwanger’ voelen. En in dat buurthuis wilden ze geen gedoe omdat ze klachten hadden gekregen van vrouwen die niet met vreemde mannen samen puf-oefeningen wilden doen. Of neem de volgende uitspraak van een fractieleider: Alle leden van de fractie hebben unaniem voor het wetsvoorstel gestemd. Zonder unaniem geeft deze formulering aan dat er pas na heftige verschillen eensgezindheid werd bereikt of afgedwongen. Met de toevoeging unaniem wordt gesuggereerd dat iedereen het echt met elkaar eens is. Zo prachtig is taal: ook al lijkt iets niet iets extra’s toe te voegen, dan toch blijkt vaak bij nadere beschouwing ‘niets extra’s’ ‘iets extra’s’.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter