Gedicht: Riekus Waskowsky • Elfde Elegie

Elfde Elegie
(voor Karin Röling-Gellinek)

omdat ze het zo fijn vond, dat de ijsberen wit zijn en
van bosbessen houden, draaiden we ‘Mingus, Oh Yeah’
op die hifi platenspeler in luxe houten cassette
met beschermkap, 4 snelheden en gevoelige naald.

‘Don’t let them drop that bomb on me, o Lord’
‘Don’t let them drop that bomb on me, o Lord’

Dat was wel heel gevoelig, de dood – het wie, wat,
waar, hoe, waarom en wanneer, bijvoorbeeld…

De wijn was op, de schaakpartij verloren en m’n ball-
point uit die voordelige aanbieding met 25 centen
korting schreef ook al niet meer.

Toen typte ik op de schrijfmachine: Duino is
een dorpje aan de Golf van Trieste, waar het goed
elegieën schrijven was. Dit is de elfde, het gekkengetal.
Daarom (o Lord) laat ze toch alsjeblieft de bom
niet op die arme witte ijsberen gooien – en ook niet
op de bosbessen.

Riekus Waskowsky (1932-1977)
uit: Slechts de namen der grote drinkers leven voort (1968)

———————————–