De schatkamer van… Stefaan Goossens

Door Stefaan Goossens

‘De schatkamer van…’ is een nieuwe rubriek in de DBNL-nieuwsbrief, ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van DBNL. In deze rubriek komt maandelijks een bekende DBNL-fan aan het woord, die vertelt over een schat die hij of zij uit de digitale bibliotheek heeft opgediept. Deze maand is dat Stefaan Goossens, hoofddocumentalist bij het Poëziecentrum in Gent.

‘De grootste schat in de DBNL is voor mij Reinaert de Vos, specifiek het exemplaar uit 1846 van de Stadsbibliotheek Haarlem met de berijming van Jan Frans Willems. De Reinaert is om te beginnen natuurlijk gewoon een rijk en interessant verhaal, maar begin negentiende eeuw was het wat in de vergetelheid geraakt in Vlaanderen. Na de onafhankelijkheid van België in 1830 vond er een sterke verfransing plaats van het openbaar leven, waardoor er maar weinig ruimte was voor de Vlaamse taal en cultuur. Willems was een groot beijveraar van de Vlaamse taal en cultuur en ageerde tegen deze ontwikkeling onder meer door bestaande Nederlandse teksten te bewerken voor een negentiende-eeuws publiek, waaronder dus het middeleeuwse verhaal over de streken van Reinaert.

De uitgave uit 1846 werd bovendien in Gent gedrukt en dat is geen onbelangrijk detail, want in het werk zitten vele verwijzingen naar Gent. Dat laatste staat niet helemaal vast, maar Gentenaren herkennen hun regio in ieder geval in de tekst en ze herkennen vooral ook zichzelf. Reinaert was een maatschappelijke querulant, een oproerkraaier die zich niet neerlegde bij het gezag, en zo zien Gentenaren zichzelf ook. Reinaert is dan ook volop aanwezig in de stad: in straatnamen, namen van cafés en zelfs op het monument voor Jan Frans Willems.

In het exemplaar op DBNL staat tot slot ook een ex libris. Meestal staat hier de naam van de eigenaar van het boek, maar deze ex libris is “van een voorbijganger”. Dit om aan te geven dat het leven kort is, maar dat de kunst verder leeft. Oftewel, het verhaal van Reinaert is nog steeds bekend, ook al is het al eeuwen oud.

De DBNL is trouwens wel echt een schatkamer. Er zijn in de geschiedenis grote stappen gezet in het toegankelijk maken van boeken, denk aan de boekdrukkunst, het ontstaan van bibliotheken, maar dat er nu zoveel teksten gratis en vrij toegankelijk zijn voor iedereen, dat is geweldig. Natuurlijk zijn er ook nog steeds schatten die ik daar graag aan toegevoegd zou zien. Er moeten véél meer Vlaamse teksten in uiteraard. De Poëziekrant bijvoorbeeld als ik even reclame mag maken, een uitgave van het Poëziecentrum. Er staan al enkele jaargangen online, maar er kan nog veel meer bij en de inhoud heeft zeker een meerwaarde voor de lezers. Om dat te bereiken wens ik de DBNL voor de komende twintig jaar transparante Belgische auteursrechtenwetgeving toe, voldoende geld en uitbreiding van de redactie om al die teksten online te krijgen. Begin 2019 maken we een grote sprong voorwaarts trouwens met aandacht voor Vlaamse poëzie, dan lanceert het Poëziecentrum het Poëzieportaal, met links naar teksten en auteurs in de DBNL.’

Meld je hier aan voor de DBNL-nieuwsbrief.