De grammatica van verkeersborden

Door Emma Kemp

Het eerste verkeersbord in Nederland verscheen in Zuid-Limburg, aan het eind van de 19e eeuw, met een waarschuwing voor het heuvelachtige terrein. Jaren later werd er een internationale standaard ontworpen voor verkeersborden die tot op de dag van vandaag geldig is. Over wegwijzers zijn echter geen afspraken gemaakt, waardoor elk land zijn eigen gang kan gaan, en wegwijzers allerlei verschillende kleuren en vormen kunnen hebben.

Kennis van verkeersborden

Dat automobilisten die al meer dan 20 jaar hun rijbewijs hebben bijna allemaal zakken als ze hun theorie-examen opnieuw doen, is regelmatig te lezen in Kampioen, het blad van de ANWB. Voor meer bewijs voldoet het kijken van één aflevering van De Slechtste Chauffeur Van Nederland.

Heel vreemd vind ik dit niet: er zit wel een systeem achter de kleur en vorm van verkeersborden, maar vaak is het lastig om deze te koppelen aan voor de hand liggende informatie. Rood is een bijna internationaal bekende kleur voor “stop” of “verboden”, maar een driehoekig bord betekent niet altijd hetzelfde. En wat betekent een rond bord onder een vierkant bord? Wat maakt het zo lastig om verkeersborden te begrijpen, en hun betekenis te onthouden? Tijd om een aantal verkeersborden onder de loep te nemen.

Kleuren in voorrangsborden

Rood staat voor ‘niet inrijden’, daarom is het stopbord rood. Het bord voor een doodlopende weg heeft een (positieve) blauwe kleur, waarin de witte lijn een ‘rijdbare’ weg aangeeft. Aan het einde van die witte lijn staat een brede rode streep. De boodschap is duidelijk: de weg mag je inrijden, maar uiteindelijk kom je vast te staan.

Net zo duidelijk vind ik de borden waarbij verkeer van twee kanten komt, en slechts één vande twee voorrang heeft. Heb jij geen voorrang? Rond rood bord waarbij jij de rode pijl bent, en je tegenligger de zwarte pijl. Heb jij wel voorrang? Mooi vierkant blauw bord waarbij jij de witte pijl bent (je mag iets vóór een ander doen), en je tegenligger de rode pijl. Hier is goed over nagedacht.

Het bord waar ik tijdens mijn rijlessen veel moeite mee had, is het geel-witte voorrangsbord in de vorm van een ruit. De ruit, die bovendien weinig voorkomt in het verkeer, en de gele kleur zeggen: lekker doorrijden hier. Nog lastiger werd het toen ik leerde dat de plek van het bord ook uitmaakt voor de betekenis: na een kruising heb je te maken met een 80-weg (buiten de bebouwde kom), vóór een kruising met een 50-weg (binnen de bebouwde kom).

Ondanks het feit dat de gele kleur wel een praktische reden heeft, het is goed zichtbaar, zou een blauwe kleur hier logischer zijn, net als bij de vorige voorrangsregeling. Geel in het verkeer heeft voor mij eigenlijk geen betekenis, het is te neutraal, en dus kon ik er met geen mogelijkheid achter komen wat het bord betekende, zonder dat iemand het me eerst uit moest leggen. Andere borden, zoals de rode stopborden, had ik al onder de knie voordat ik op de bijrijdersstoel mocht plaatsnemen.

Nog verwarrender wordt het voorrangsverhaal met een derde voorrangsbord, waarbij je alleen bij het eerstvolgende kruispunt voorrang hebt. Je bent dus wit: je mag iets doen vóór een ander. Waarom heeft het bord dan een rode rand, en sta jij afgebeeld op een zwarte weg? Het gaat hier om een eenmalige situatie, dus is het bord tegelijkertijd een waarschuwing die zegt: “niet te enthousiast worden, straks is de pret weer voorbij”.

De volgorde van verkeersborden

Soms zijn er extra borden nodig om verkeersgebruikers van genoeg informatie te voorzien. Daarbij is de volgorde van de borden ook van belang. Onderweg naar Zwanenburg staan op het fietspad drie verkeersborden onder elkaar:

De verdere weg naar mijn werk dacht ik na over de volgorde van de borden, en mijn eindconclusie was: “Goed over nagedacht!” Als het snelheidsbord namelijk eerst had gestaan, zou voor fietsers en bestemmingsverkeer niet alleen gelden dat ze de weg wél in mogen rijden, maar geldt ook de snelheidslimiet niet meer.

Mijn trotse gevoel verdween toen ik een paar dagen later, op hetzelfde fietspad, de volgende borden tegenkwam:

De logische volgorde van het eerste bord wordt hier opgeheven. We hebben te maken met een fietspad, maar bewoners mogen er wel met de auto in. Maar betekent dit dat zij pas na 200 meter de weg in mogen rijden? En dat zij daar vervolgens harder dan 30 mogen? Bedenk wel: de weg die hierachter ligt is absoluut niet geschikt om harder te gaan dan 30. Het onderste bord had hier, net als in de eerste foto, beter op de tweede plek kunnen staan.

Mijn sombere humeur bleef nog even hangen toen ik de regels voor het plaatsen van verkeersborden las. Het plaatsen van meer dan drie borden binnen de bebouwde kom wordt afgeraden, omdat de weggebruiker dan te veel informatie moet verwerken. Check. Een andere regel zegt: A-borden moeten boven B-borden worden geplaatst, daaronder komen C-borden, enzovoort. Het bord voor ‘verplicht fietspad’ is een G-bord, het bord met de snelheidslimiet? Een A-bord. We hebben duidelijk te maken met het werk van een amateur.

Omleidingen

Op hetzelfde fietspad zijn flinke werkzaamheden aan de gang. Voor het gebruik van omleidingen wordt een bekend systeem gebruikt: vaak wordt de eerste letter van de plaats gebruikt waar de omgeleide naartoe geleid wordt. Zo wordt een omleiding naar Haarlem afgekort tot H, en naar Eindhoven tot E. Omleidingen voor auto’s worden afgekort tot A, omleidingen voor fietsen tot F. Duidelijk, kort, herkenbaar. Zodra er volledig willekeurige letters worden gebruikt, zijn die omleidingen niet meer zo logisch. Op dezelfde weg van Zwanenburg naar Amsterdam staat er op het fietspad “omleidingen naar Haarlem, volg A”, maar terwijl ik richting Amsterdam fiets, kom ik het bord “A” tegen. Ik fiets de route elke week, maar ik wist plotseling niet meer waar ik naartoe ging.

Spelfouten in verkeersborden

Makers van verkeersborden zijn ook meesters in het maken van spelfouten. Dit leidt tot dubbele betekenissen, vreemde constructies door plaatsnamen als “Nergens” en zelfs verkeersborden die ondersteboven worden opgehangen. Deze fouten worden al jaren verzameld door onder andere Onze Taal en Taalvoutjes, en voor het verkeer zelf zal het weinig problemen opleveren. Dat het fietspad is ‘gestolen’ in plaats van ‘gesloten’ maakt in principe niet veel uit voor de lezer: fietsen kan daar niet meer.

Wat mij meer verbaasde, is dat verkeersborden erg duur zijn. Daarom zou je verwachten dat er goed wordt nagedacht voor een verkeersbord wordt geplaatst. Of twee. Maar daarmee worden zaken als deze blijkbaar niet voorkomen:

Automobilisten zijn dus niet de enigen die verkeersborden niet altijd even goed begrijpen. Misschien kan iemand nog eens naar die internationale standaard gaan kijken.