Gedicht: Aart van der Leeuw • De stilte

De stilte

Zoo vaak als ik de stilte wek
Behoedzaam met een vingerdruk,
En tot heur geurend bed mij buk,
Ontspint vanzelf zich ons gesprek:

Als tusschen lentewind en woud,
Den leeuwrik en het morgenblauw,
Een bloem in tweespraak met den dauw,
Klaar water dat met zonlicht kout.

Ons woord ontsluit de lippen niet,
Wij luistren zonder te verstaan
Naar de gedachten die vergaan
Wolkengeboorne in goud verschiet.

Aart van der Leeuw (1876-1931)

———————————–