Urelijks

Door Roland de Bonth

Het is 20 augustus 2010. Menno slaagt er maar niet in een antwoord te vinden op de vraag die hem al de hele dag bezighoudt. Tegen half elf ’s avonds kan hij er niet meer tegen. Hij kruipt achter zijn computer en plaatst zijn vraag op www.startpagina.nl:

“waarom geen urelijks, maar wel dagelijks, wekelijks, maandelijks en jaarlijks?”

Menno verbaast zich over dit gat in de Nederlandse woordenschat, want urelijks is toch net als de andere vier woorden een tijdsbepaling? Nu had hij de woorden urelijks en de spellingvariant uurlijks al proberen op te zoeken in een online woordenboek maar daarin had hij geen van beide woorden aangetroffen. In gesproken vorm had hij het wel gehoord. Tenminste, ik vermoed dat hij dat bedoelt wanneer hij het in het volgende citaat over spreektaal heeft: “alleen als spreektaal aangaande bijv. Het nieuws op de radio.”

Menno’s handelwijze blijkt bijzonder effectief te zijn. Binnen tien minuten heeft hij de eerste reactie op zijn vraag al binnen. Die is afkomstig van een zekere Leonard. Deze ‘reageerder’ heeft weinig moeite met het bedenken van zaken die dagelijks, wekelijks, maandelijks respectievelijk jaarlijks plaatsvinden. Hij somt op:

  • Je gaat dagelijks naar je werk..
  • Je gaat wekenlijks naar de snackbar..
  • Je gaat maandelijks naar de boekhouder..
  • Je gaat jaarlijks naar het oudejaarsfeest op de Euromast..

Maar zaken die je uurlijks doet? Leonard kan daar echt geen voorbeeld van geven, maar Menno komt daar wel onmiddellijk mee op de proppen:

  • ‘’het anp verzorgt uurlijk[s] het nieuws op radio 1’’

Leonard geeft toe dat dit inderdaad een goed voorbeeld is van iets wat uurlijks plaatsvindt. Of men hiervoor echter dit woord gebruikt, is volgens hem zeer de vraag:

Maar dan word er toch gezegd “ieder uur”.

Hiermee is de uitwisseling tussen Menno en Leonard gesloten. Nog geen tien minuten nadat de vraag op startpagina.nl is geplaatst, komt de onderstaande reactie binnen:

Het komt zelden voor en een woordenboek is altijd een selectie, maar daarom is het nog geen slecht Nederlands.

In het WNT zal het vast wel voorkomen, maar dat is dan ook nogal flink groter dan een normaal woordenboek.

Halfuurlijks is ook zo’n woord wat alleen in verhandelingen over het slagwerk van een uurwerk voorkomt, verder niks mis mee.

Deze anonieme persoon zegt een aantal verstandige dingen. Ten eerste, een woord dat zelden of – zoals bij halfuurlijks – in specialistisch taalgebruik voorkomt, hoeft nog geen slecht Nederlands te zijn. Ten tweede, ook als een woord níet voorkomt in een woordenboek, kan het wel degelijk bestaan; het hoeft daarmee niet direct afgekeurd te worden als incorrect Nederlands. Dat een spel als Wordfeud bestaanbare woorden afkeurt omdat ze niet in de woordenlijst van de app voorkomen, wekt bij sommige spelers dan ook grote ergernis. 

Het WNT

Grote woordenboeken bevatten meer woorden dan kleine woordenboeken en daarom zal het woord uurlijks in het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) wel voorkomen, zagen we zojuist. Hoewel het WNT al sinds 2007 online staat, heeft hij of zij niet de moeite genomen die uitspraak te verifiëren. Zou uurlijks zich daadwerkelijk een plaats hebben weten te verwerven in het grootste woordenboek ter wereld? Jazeker, maar het aantal bronnen waarin het woord voorkomt, is zowel beperkt in aantal als zeer specifiek. Volgens het WNT is deze afleiding namelijk uitsluitend in woordenboeken aangetroffen (WNT, s.v. UURI). Zonder uitzondering betreft het – zo kunnen we nagaan via de bronnenlijst – woordenboeken Engels-Nederlands, twee uit de zeventiende en één uit de achttiende eeuw.

De eerste maal treffen we het – zonder adverbiale -s – aan als vertaling van het Engelse woord hourly in Henry Hexhams A copious English and Netherdutch dictionary, Comprehending the English Language with the Low-Dutch Explication (Rotterdam, 1675-1678): 

  • Hourly, Uyrlijck, ofte alle uyren

Wanneer enkele decennia later, eveneens in twee delen, A new Dictionary English and Dutch (1691) van Willem Sewel verschijnt, lezen we daar:

  • Hourly, Uurlyks, alle uuren

John Holtrop ten slotte geeft in zijn A new English and Dutch Dictionary (Dordrecht, 1789) de volgende betekenisomschrijving van het Engelse woord horary:

  • Horary. Uurlijk, dat alle uur geschiedt, of een uur duurt

Delpher

Hadden de redacteuren van het WNT indertijd de beschikking gehad over de gedigitaliseerde bestanden die hedendaagse onderzoekers kunnen doorzoeken en raadplegen, dan zouden zij gezien hebben dat urelijks niet enkel en alleen in woordenboeken voorkomt. Een zoekopdracht op Delpher levert bijvoorbeeld een citaat op uit De Curacaosche courant van 29 november 1817. Daar lezen we: ‘’Sterke versterkingen werden uurlijks door beide partyen verwacht, en byaldien kom. Champlin, die op de hoogte van de bank van St. Mary’s met drie of vier zeilen was, inging, verwachteden de Amerikanen de overwinning te behalen.” Omdat dit citaat afkomstig is uit een stuk dat ‘IUT [sic] Amerikaansche papieren’ heet, zou het me niet verbazen als uurlijks hier een letterlijke vertaling van hourly is.

Anders ligt dat bij het gebruik van urelijks in een artikel uit Het Nieuws van den dag van 6 april 1908: ‘’Zooals de tijd in seconden, bestaat ons leven in kleine handelingen, spontaan vaak opkomend uit onzen innigsten mensch. Aldus herhalen zich zekere uitingen, in woord of daad, dagelijks, zoo niet urelijks, en zonder het te weten stempelen wij het met ons karaktermerk.” De schrijver bezigt het woord urelijks hier haast achteloos; het behoeft geen nadere toelichting omdat de betekenis ervan naar analogie van dagelijks eenvoudig te achterhalen is.

Datzelfde geldt voor het gebruik van uurlijks in het Algemeen Handelsblad van 23 maart 1911: “De geregelde meterologische waarnemingen aan het observatorium te Batavia onderscheiden zich van de meeste andere moderne observatoria, doordat zij uurlijks door een waarnemer worden verricht en niet slechts enkele malen daags.” Door elk uur trouw gegevens te noteren onderscheidt dit waarnemingsstation zich dus duidelijk van andere.

Uurlijks in 2018

Op de door Menno gestelde vraag mengt de volgende dag een derde deelnemer zich in de discussie. Volgens deze persoon is uurlijks een normaal woord, dat deel uitmaakt van het Nederlands vocabulaire:

Als je googled op uurlijks, zul je zien dat het wel degelijk wordt gebruikt. In b.v. uurlijkse treinen.

In het zojuist gegeven voorbeeld is uurlijks gebruikt als bijvoeglijk naamwoord, terwijl er bij Menno’s voorbeeldzin sprake is van een bijwoordelijk gebruik ervan. Maar ik geloof dat het de vragensteller niet zozeer ging om het onderscheid tussen uurlijks als adjectief en als adverbium, als wel om het – naar zijn zeggen – ontbreken van de woordvorm uurlijks.

Hoeveel treffers het woord uurlijks in 2010 in Google zou hebben opgeleverd, is me niet bekend. Anno 2018 levert die zoekopdracht ettelijke vindplaatsen op. Vaak komen die voor op internetpagina’s die betrekking hebben op het weer. Verwonderlijk is dat niet. Weerstations verzamelen voortdurend gegevens over onder andere temperatuur en neerslag. Om een betrouwbaar beeld te krijgen hoe deze zich gedurende de dag ontwikkelen, is het belangrijk op geregelde tijden metingen te verrichten. Zo schrijft meteoroloog Peter Kuipers Munneke, bekend van het NOS-journaal in een tweet van 29 maart 2018:

  • Icoon van klimaatwetenschap én van wetenschappelijke toewijding. Al 60 jaar wordt uurlijks (!) de CO2-concentratie gemeten. Dat zijn dus al ruim 500.000 meetpunten in deze grafiek.

Ook met betrekking tot energie wordt veel gemeten:

  • Uurlijks wordt de warmte- of koudebehoefte van een gebouw berekend (website Vabi)
  • DYWAG toont de warmte- en koellast in een ruimte door uurlijks de gehele warmte- en vochthuishouding van het gebouw of ruimte te berekenen (website Cobouw)

Meer dan gemiddeld komt het woord eveneens voor in berichten die te maken hebben met data. Zo schrijft Epass-Online, een softwareprogramma voor ledenadministratie, dat zij uurlijks een backup van de belangrijkste data maken en die vervolgens naar een andere server sturen.

Terug naar Menno. Met de vierde reactie die hij kreeg – op 22 augustus 2010 – was hij het meest content. Hij verkoos het dan ook tot beste antwoord: 

‘Uurlijks’ is typisch een woord voor creatief, persoonlijk ontwikkeld en eigenhoofdig verzonnen taalgebruik. Iedereen snapt op grond van analogie meteen wat je bedoelt als je zo’n woord gebruikt en wie weet, verschijnt het over tien jaar in een woordenboek.

Op Twitter zijn talrijke voorbeelden te vinden van creatieve taalgebruikers die menen dat zij de bedenker zijn van het woord uurlijks. Verschillende malen wordt daar dan aan toegevoegd dat het woord eigenlijk niet bestaat, zoals blijkt uit de volgende drie voorbeelden:

  • It feels good to be back. Het dagelijks of uurlijks gezeik van Macy. (uurlijks is geen woord maar fuck dat) [Mace,  7 augustus 2015]
  • Dat probleem heb ik uurlijks (das vgm geen woord maar nu wel) [Joyce Amber, 6 juni 2016]
  • J. (10) bedacht ‘uurlijks’. Zoals in weeklijks, jaarlijks, etc. Ik mag hem nu uurlijks kietelen. [Anneke van Bostelen, 29 april 2013]

In het gratis onlinewoordenboek Nederlands van Van Dale komt uurlijks niet voor. Evenmin is het opgenomen in het eveneens gratis beschikbare Algemeen Nederlands Woordenboek. Voor de meeste taalgebruikers zal dat geen groot gemis zijn. Vergeleken met andere woorden komt urelijks slechts mondjesmaat voor. Bovendien is de betekenis van het woord op basis van de context en naar analogie van de woorden dagelijks, wekelijks, maandelijks en jaarlijks eenvoudig af te leiden. Maar omdat digitale woordenboeken voortdurend worden bijgewerkt, zou het mij niet bevreemden als de voorspelling uit 2010 dat uurlijks over tien jaar in een woordenboek verschijnt, binnen nu en twee jaar bewaarheid wordt. Wat zal Menno dan rustig kunnen slapen.