In memoriam Frans C. de Rover

Door Willem Kuiper

Afgelopen maandag, 26 november 2018, overleed Frans de Rover, in leven onder andere werkzaam aan het Instituut voor Neerlandistiek UvA als docent Moderne Letterkunde.

Bron: de Volkskrant van 30 novermber 2018

In 1976 leerde ik Frans de Rover kennen toen hij en ik de twee letterkunde vacatures vulden in de redactie van Spektator, tijdschrift voor neerlandistiek.  Frans voor Moderne Letterkunde, ik voor Historische Letterkunde. In die jaren was er nog draagvlak voor een algemeen neerlandistisch tijdschrift omdat de docenten letterkunde, taalbeheersing en taalkunde elkaar nog als collega’s zagen en niet als concurrenten. Werd er eerst nu eens hier en dan weer daar vergaderd, na verloop van tijd werden wij door Frans uitgenodigd om bij hem thuis te komen vergaderen, en dat deden wij met groot genoegen. Frans fungeerde ook als secretaris en gaf zodoende het agendapunt ingekomen en uitgegane post een geheel eigen invulling. Dit heeft geduurd totdat Frans zijn baan in Amsterdam opgaf en in 1988 naar Berlijn verhuisde. Het jaar daarvoor was hij in Leiden gepromoveerd op het proefschrift De weg van het lachen. Over het oeuvre van Harry Mulisch. Ik mocht mede aanzitten aan het diner in een chique Leids herenhuis. Harry Mulisch was eregast en hield een pracht van een tafelrede over een ontvreemding uit het Teylers Museum tijdens de oorlogsdagen. Ik zat aan tafel met onder anderen Jan Siebelink, die indringend vertelde over zijn overleden vader en diens geestelijke broeders. Toen in 2005 het boek Knielen op een bed violen verscheen, kwam de inhoud ervan mij zeer bekend voor.

Graag laat ik het aan mijn collega’s Moderne Letterkunde en collega’s extra muros over om Frans te herdenken op een wijze die hem vakmatig toekomt. Ik herinner hier de aimabele, erudiete, gastvrije en vrolijke collega met wie ik samen met vooral de taalkundigen Geert Booij en Jaap van Marle jarenlang met hart en ziel gewerkt heb aan het volgende nummer van Spektator in een tijd toen er veel meer kopij binnenkwam dan er ruimte was om te plaatsen, en er op de laatste bladzijde een gedicht werd afgedrukt.

Tijdens het schrijven van dit in memoriam herinnerde ik mij een voorval, dat ik nu dankzij het nóg betere geheugen van Jaap van Marle hier kan navertellen. Ik citeer: “Bij een themanummer onder gastredactie van Hugo Verdaasdonk (nou niet bepaald Frans’ grootste vriend) had Frans een gedicht geschreven, waarin hij Verdaasdonk c.s. op de hak nam. Dat gedicht zouden we, als grap, en zonder medeweten van de gastredactie (!), plaatsen. Wat gebeurde er, door een fout bij de drukker werd dit gedicht aan Verdaasdonk gestuurd, samen met de rest van de proeven. En Verdaasdonk ontplofte vervolgens. Toen was voor ons de grap er wel af, en is het dus nooit gepubliciteerd. Deze anekdote verraadt dat Spektator nog lange tijd ook een beetje Propria Cures-trekjes had.”

Dit bericht is geplaatst in In memoriam met de tags . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter