Gedicht: Anoniem • De schafting

Gedicht van vandaag is een fragment uit het anonieme Het zeemans-leven, inhoudende hoe men zich aan boord moet gedragen in de storm, de schafting en het gevecht (uit ca. 1825).

De schafting

’s Weeks kunt gij rekenen op spek en kaas, één pond,
Van boter half zooveel; smeer daags zooveel gij kondt.
Graauwe erwten tweemaal ‘sweeks; van brood wordt wel gegeven,
Dan eens randsoen, dan niet, naar men er meê ziet leven,
Ook mostert, zout, azijn, en, als het snertdag is,
Voorziet men ’t nagerecht met stok- of drooge visch;
Tot Englands end voorbij, wordt u ook bier gegeven,
Maar dan een soort van wijn waarvan de kikkers leven,
Ten ’s middags twaalf uur hoort men den etens-klok! –
Een ieder voegt zich dan bij een berookten kok,
Zijn tranende oogen, met een’ rand als van scharlaken;
Doen u de daagsche snert, als regte knapkoek smaken,
Het soupje is ook al snert, gort, ’s ochtends voor ’t ontbijt,
Met boter van ’t randsoen zeer smakelijk toebereid;
‘kSpreek niet,als men op’t schip twee,drie jaar moet verkeeren,
Dan valt den schil der erwt wat hard om te verteeren,
Enfin, ’t is dagelijksch werk; ik heb genoeg gezegd!
Dan ik geef u voor ’t laatst een schets van het gevecht.

Anoniem
uit: Het zeemans-leven (ca. 1825)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter