World Word Poker

door Peter-Arno Coppen

“Goedenavond dames en heren, en welkom bij Studio Sport World Word Poker. Het Holland Hold’em toernooi lijkt zijn beslissende stadium bereikt te hebben maar het is niet voorbij voordat de dikke vrouw gezongen heeft, om met Mickey Spillane te spreken, dus we schakelen snel over naar Mart en Rivkah.”

“Ja Tom, dank je wel, het is inderdaad bloedjespannend (mag ik dat zeggen?), want er zijn nog maar twee spelers over in wat de laatste ronde belooft te worden. Alleen Raymond en Fatima zijn nog in de race, en het verdict is bepaald nog niet gevallen, nietwaar Rivkah?”

“Inderdaad Mart, in de pre-flop kreeg Raymond twee werkwoorden, zeggen en lachen, dus hij heeft al een tweekaart werkwoorden te pakken, maar deze deal biedt ook kansen om uiteindelijk bij een samengestelde vijfkaartzin uit te komen, dus dan zou hij de hoogste combinatie hebben.”
“Maar zo ver is het nog lang niet als ik dat mag zeggen. Hij heeft er goede hoop op, want hij heeft meteen al 10.000 smarties gezet van de 40.000 die hij nog over heeft.”

“Even voor de kijkers thuis, Mart, smarties, is dat een soort bitcoins?”

“Nee, Rivkah, het zijn een soort chocolade fiches met een gekleurd suikerlaagje eromheen. Overigens, als ik het mag zeggen, de winnaar mag de pot niet zelf opeten, want de opbrengst gaat naar een weeshuis ergens in het land.”

“Misschien goed om te zeggen Mart dat Fatima heeft gecheckt. Zij had een zelfstandig naamwoord juf en een werkwoord denken.”

“Dat wordt moeilijk”

“Ja maar let op: zij kan beide kaarten omdraaien, waardoor zij ook juffen denken of juf denkt kan maken. Ook zij heeft dus al een tweekaart, en wel een hogere combinatie in de vorm van een tweekaartzin.”

Juf denkt, is dat wel een goede zin?”

“Jazeker, zoals je weet werken we volgens de officiële regels van de Nederlandse taal, en woorden als juf en meester kunnen zelfstandig zonder lidwoord gebruikt worden. En bij denken kan het voorwerp achterwege blijven.”

“En kunnen juffen wel denken, Rivkah? Mag ik dat zeggen?”

“Nee dat mag je niet zeggen Mart. Maar wacht, want nu krijgen we de flop

“Dat is de eigennaam Chris. Dat lijkt gunstig voor Raymond, die immers zijn werkwoorden zeggen en lachen ook kan omkeren tot zegt en lacht. Maar Raymond raiset niet! Dat is verrassend. Eens kijken wat Fatima doet.”

“Wacht eens Mart, voor Fatima kan het ook gunstig zijn, want zij kan juf Chris maken”

Juf Chris?”

“Ja Mart, Chris kan zowel een jongens- als een meisjesnaam zijn. Dus Fatima heeft al een driekaartzin Juf Chris denkt. Maar ze twijfelt nog of ze met een vroege raise Raymond zal afschrikken.”

“Ondertussen is het misschien goed, als ik het mag zeggen, om eens terug te kijken naar de stormachtige ontwikkeling die deze sport heeft doorgemaakt sinds de introductie van de Woordkaarten op een obscuur onderwijscongresje HSN op 17 november 2018 om 12 uur in Brussel.”

“Inderdaad, het kaartspel was eigenlijk bedoeld om allerlei educatieve grammaticaspelletjes mee te maken, maar de naam Woordpoker inspireerde mensen meteen om een echte Texas Hold’em-variant te spelen.”

“Maar dat is – mag ik dat zeggen – een gokspelletje.”

“Ja, dus werd het direct door allerlei scholen verboden, en voor je het wist ging het viral op het internet. Overal in het land ontstonden illegale gokcircuits, en om het uit de criminaliteit te halen was de overheid gedwongen om een National League in te stellen. Met succes.”

“Ja, dat mag je wel zeggen, Rivkah. Waar we hier de gevolgen van zien. We hebben vandaag miljoenen kijkers, die nu Fatima zien raisen met 20.000 smarties. Zo! Die gaat er even met gestrekt been in. Goeiedag zeg!”

“Toch heeft Raymond nog de betere papieren, dus als hij ballen heeft kon hij het toernooi weleens gaan beslissen. Eens kijken wat hij doet.”

“Hij heeft ballen, Rivkah, want hij checkt.”

“Daar komt de turn, Mart. Wat is het?”

“Het is de hij/hem-kaart, Rivkah. Een voornaamwoord. Dat lijkt voor Fatima weer gunstiger. Raymond zit met dat lachen, waar geen voorwerp bij past. Hij kan wel hij lacht maken, maar wat moet hij dan met Chris? Want Chris zegt is weer geen volledige zin.”

“Aan de andere kant: als hij op de river een onderschikkend voegwoord krijgt kan hij Chris zegt dat hij lacht maken, en dan gaat hij geheid winnen.”

“Ja OK, maar die kans is klein, en Fatima heeft al Juf Chris denkt, en dat is op dit moment de winnende combinatie. Bovendien past daar een voorwerp iets bij, dat op de river kan komen, maar ze kan ook een voorzetsel over krijgen. Zij heeft dus twee kansen.”

“En dan zit er ook nog eens een joker in, waardoor ze allebei een vijfkaartzin kunnen maken.”

“Maar – mag ik dat zeggen? – dan wint Raymond omdat zijn vijfkaartzin een samengestelde zin wordt.”

“Ik onderbreek je even, Mart, want Fatima gaat all in.”

“Oei Rivkah, dan wordt het spannend. Raymond neemt zijn tijd. Hij weegt natuurlijk zijn kansen. Op dit moment heeft hij bagger, maar de verleiding van die samengestelde vijfkaartzin is natuurlijk groot.”

“Hij checkt, Mart, hij denkt dat ze bluft.”

“Hij checkt. Wat wordt de river?”

“Het wordt een joker.”

“Hoppa! Legt u hem daar maar neer! Een joker!”

“Een joker, Mart.”

“Dat is het verdict. Raymond wint.”

“Ja maar Mart, hij moet bij de showdown nog wel zijn winnende combinatie claimen.”

“Dat lijkt me voor een ervaren speler als Raymond geen probleem. Dat mag ik toch wel zeggen. Maar wacht, wat doet hij?”

“O nee, hij claimt een full house met tweekaartzin Chris lacht en driekaartzin hij zegt iets! Wat een blunder!”

“Fatima kan het haast niet geloven. Ja, die claimt natuurlijk meteen met het mooie hij denkt aan juf Chris, waarin de joker voor aan ligt, dus zij wint eenvoudig met een enkelvoudige vijfkaartzin.”

“Daar sta je dan met je ballen. Dat is een verrassende ontknoping bij het Holland Hold’em toernooi. Raymond verliest door een underclaim bij de showdown. Het is niet te geloven. Maar het is wel waar. Het is een harde sport. Terug naar jou, Tom!”

Dit bericht is geplaatst in Neerlandistiek voor de klas. Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter