Arnon Grunberg in miljoenen woorden

Door Marc van Oostendorp

Arnon Grunberg schreef in de afgelopen 20 jaar ongeveer zeven miljoen woorden, rekent Yra van Dijk voor aan het eind van haar grootse studie over het werk van de schrijver, Afgrond zonder vangnet.  Dat is een vrijwel onoverzienbare hoeveelheid, en zelfs een Grunberg-kenner als Van Dijk moet toegeven dat ze niet alles heeft kunnen lezen.

Ze beperkt zich daarom in haar rijke boek vooral tot Grunbergs romans. De columns, de brieven, de adviesrubrieken, de toneelstukken, de voetnoten en zelfs de verhalen komen hooguit zijdelings aan de orde.

Ondanks dat is Van Dijks boek geloof ik steeds ambitieuzer geworden. Anderhalf jaar geleden kondigde ze het aan als een “boek over de Shoah in het oeuvre van Grunberg”, maar uiteindelijk gaat het boek over veel meer dan dat.

Helend en genezend

Zelfs de veel wijdsere ondertitel, Liefde en geweld in het werk van Arnon Grunberg, doen feitelijk geen recht aan de grote hoeveelheid onderwerpen die aan de orde komen: de verwijzingen naar de Bijbel en de klassieke mythologie in Tirza, de bevrijdende rol die Marek van der Jagt had op het schrijverschap van Grunberg, de analyse van het laatkapitalisme dat je onder Man zonder ziekte kunt ontdekken, om er maar een paar te noemen.

Als er een overkoepelende term is, is het waarschijnlijk trauma. De avond waarop het boek vorige week donderdag werd gepresenteerd heette Trauma als verhaal en dat vat de boodschap volgens mij redelijk samen. Grunberg is doordrongen van trauma, van het verschrikkelijke dat mensen elkaar op allerlei manieren aandoen. Hij wil daar geen afstand van nemen door een moraal te adopteren die dat verschrikkelijke buiten zichzelf plaatst, maar het verschrikkelijke in zichzelf ervaren. Literatuur is dan ook niet alleen maar helend en genezend, maar ook ziekmakend.

Liefdevolle zoon

Is het schrijven van fictie dan niet een vorm van afstand bewaren? Je schrijft immers niet over jezelf, niet over hoe het écht gebeurd is, je houdt alles meer in de hand. Je hoeft alleen te confronteren wat je aan kunt. Maar in dat geval kun je dus juist wel veel bereiken, mits de schrijver ook heel veel aan kan.

Dat geldt voor Grunberg zeker. Hij heeft wel geprobeerd de afstand te bewaren, bijvoorbeeld in de eerste periode van Blauwe maandagen en Figuranten waarin hij slapstick inzette om dat te bereiken, maar uiteindelijk is het hem zelfs niet gelukt die afstand te bewaren.

Die overstelpende hoeveelheid van zeven miljoen woorden ook wel een rol. In zoveel tekst kun je je niet meer verstoppen; niet zozeer omdat we moeten aannemen dat er dan wel ergens een stukje zal zijn waarin de wáre Arnon Grunberg komt kijken, maar juist doordat er genoeg ruimte is voor allerlei kanten – de sardonische cynicus van de open brieven in Knack, de liefdevolle zoon van een stervende moeder in sommige van de latere columns. Ook een minder geslaagde roman als Onze oom of een door en door ironisch werkje als De mensheid zij geprezen horen er daarom bij.

In de afgrond springen

Dat lijkt me de kracht van Grunbergs schrijverschap: dat hij alles in zichzelf wil aanboren, alles, de analyticus en de honer, de kwajongen en de zorgzame man, de schaamteloze en de beschaamde. Hij heeft zo weinig grenzen dat hij de fictie wel nodig heeft. Hij heeft geen kinderen, maar kan toch een slechte vader zijn, zoals uit veel van zijn werk blijkt.

Grunberg heeft aangekondigd nog één roman te willen schrijven, een vervolg op Moedervlekken uit 2016. Daarna wil hij ophouden. “Of dat ook zal gebeuren”, schrijft Van Dijk, “is maar de vraag. Mijn voorspelling is dat de ‘verslaving’ die de roman voor hem betekent, nog niet ten einde is.”

Het veronderstelt dat het schrijven van romans de verslaving is, en we zullen moeten zien of dat klopt. Als ik goed tel beslaan de romans in het oeuvre van Grunberg hooguit twee miljoen woorden: niet de meerderheid. Ook de fictie is niet per se het enige vangnet. Wie weet vindt de schrijver nog andere manieren om in de afgrond te springen.

Yra van Dijk. Afgrond zonder vangnet. Liefde en geweld in het werk van Arnon Grunberg. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2018. Bestelinformatie bij de uitgever.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column, recensies met de tags . Bookmark de permalink.