Stijf in het kruis

Door Henk Wolf

Op de Friese radio was jarenlang vaak het lied De ballade fan Longerhou te horen, geschreven door Wibren Altena en uitgevoerd door Doede Veeman. In dat lied, een satire op allerlei thema’s uit volksverhalen, komt de volgende zin voor:

  • Hy skeat doe fuort, wat stiif yn ’t krús, dêr wie de kjeld yn sketten.

Die zin zal door de meeste Nederlandstaligen, en vermoedelijk ook door veel jonge Friezen, snel verkeerd worden geïnterpreteerd. Hoofdpersoon Simen – de hij in de zin – is na een lange schaatstocht namelijk stijf in zijn rug geworden. Het Friese woord krús betekent hier ‘onderrug’.

In het modernste Nederlands is die betekenis van kruis nauwelijks meer bekend. Daardoor treedt heel makkelijk verwarring op met kruis in de betekenis van ‘geslachtsdelen’. Ook in het moderne Fries krijgt krús die betekenis vaak.

Dat is niet zo heel gek. De woorden krús en kruis verwijzen vanouds naar meer delen van het lichaam die onder in de romp zitten. Daar kruisen zich immers de verticale ruggengraat en het horizontale bekken. Zo kon een krús of kruis, afhankelijk van de context, bijvoorbeeld de onderrug, de geslachtsdelen of het bekken zijn.

In het Fries is daar nog iets meer van over dan in het Nederlands. Zo kan in het Fries een kalfje ‘foar it krús sitte’. Dan wil het er niet uit en moet het gehaald worden. In overdrachtelijk gebruik kan een activiteit die niet opschiet ook ‘foar it krús sitte’. Vroeger hadden vrouwen die ongesteld waren het ‘foar it krús’ en wie ‘pine yn ’t krús’ had, die kon misschien niet plassen, maar het was ook mogelijk dat ie een zere (onder)rug had: wat dokters nu vaak low back pain noemen. Een koe met brede heupen wordt in het Fries krusich genoemd.

In zowel Fries als Nederlands heet het stuk stof van een broek dat het kruis bedekt ook kruis of krús. Dat kan een kwestie van metonymie zijn, in dit geval betekenisverschuiving van inhoud naar verpakking, maar het is ook mogelijk dat het stuk stof z’n naam eraan dankt dat het zit op de plaats waar de broekspijpen bij elkaar komen. Een derde verklaring, gegeven in het Wurdboek fan de Fryske Taal, is dat de naden daar een kruis vormden of vormen. In het Fries is ‘yn it krús taaste’ niet alleen een onzedige handeling en een daarop gebaseerde metafoor voor ‘schofferen’, maar ook zoiets als ‘bij kop en kont pakken’: iemand bij z’n kleren pakken om hem met licht geweld te verplaatsen.

Deze column is in een iets andere vorm eerder verschenen op itnijs.frl.

Dit bericht is geplaatst in column, lexikografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Stijf in het kruis

  1. Marcel Meijer Hof schreef:

    Goedemorgen Heer Wolf,
    Wahrig Deutsches Wörterbuch: Teil des Rückens um das Kreuzbein (heiligenbeen – deel van het bekken bestaande uit vijf samengegroeide wervels. Eronder volgt het staartbeen, vier à vijf [soms meer] in grootte afnemende wervels [stuitje])
    Met vriendlijke groet,

Laat een reactie achter