Naar de bea

https://www.dekleinemarkies.nl/index.php/pedagogische-informatie/buiten-spelenDoor Maartje Lindhout

Hoe inventief kinderen soms kunnen zijn! En hoe ’n lak ze kunnen hebben aan de spelling die de grote mensen gebruiken en die ze zo belangrijk achten.

Mijn zusje is leidster op een buitenschoolse kinderopvang en laatst hoorde ze een kind daar zeggen: “Ik moest vanmiddag natuurlijk nog naar de bea.”

De jongen bedoelde hiermee de bso. Mijn zusje had geantwoord met de uitleg dat bso een afkorting is van buitenschoolse opvang, maar de jongen “wist het wel hoor! Maar ik vind het gewoon leuk om te zeggen.”

Beejezo

Heel mooi om te zien is dat de jongen dus een afkorting maakt van een afkorting. De meeste volwassen taalgebruikers zien bso waarschijnlijk al als een heel kort woord. Slechts drie letters! Maar als je wat minder met die letters bezig bent, is beejezo nog helemaal zo kort niet! Er zitten wel drie lettergrepen in. Namen van drie lettergrepen korten we toch ook vaak af? Neem nou Leonie. Dat wordt Leo. Zo ook met beejezo.

Vanwaar die a?

Maar waarom zei de jongen dan geen beeje, maar beeja? Waar komt die a vandaan? Het zou kunnen dat de jongen het woord wat anders interpreteert en dat hij als onderliggende vorm iets als beaso in zijn mentale woordenboek heeft opgeslagen. Als hij dan het woord uitspreekt doet hij het iets slordiger of sneller, dus verandert die a in een stomme e. Beazo wordt dan in de praktijk bijna altijd beejezo. Die middelste klinker hoor je toch niet echt door de klemtoon op zo. Maar als hij de tweelettergrepige afkorting gebruikt, komt die klinker wel duidelijker aan het licht en klinkt -ie als een volle a.

Natuurlijk kan het ook zijn dat de jongen dondersgoed weet dat in bso geen a-klank zit, maar dat bea gewoon veel lekkerder klinkt.