Gedicht: Pierre Kemp • Rood I & Rood II

Rood I

De menschen zien het niet, hoe ik blijf staan
voor een bijzonder rood. Ik kan er niet vandaan.
Het wordt al grooter naar ik het bekijk.
Het wordt al dieper naar ik meer wijk.
Rood, waarom zijt gij geen wezen, niet vrouw, noch man,
maar dat ik toch mijn bleeke handen geven kan?


*

Rood II

Het wordt mij een kwellende gedachte
al te oud te zijn voor rood.
Op platen zoek ik of oude mannen in ’t rood daar wachten
op den dood.
Er zijn er nog wel met roode dassen
op verbeeldingen van den eersten Mei.
Is de strijd van de klassen
in dezen vorm ook al niet voorbij?
Er zijn er nog wel met roode linten
om een strooien hoed,
maar stroo staat niet meer bij mijn tint en
ook niet meer bij mijn gemoed.
Er is over heel mijn wezen een stemming van vilt,
die ik nooit heb gewild.

Pierre Kemp (1886-1967)
uit: Transitieven en immobielen (1940)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter