Wedstrijd: ontwerp de nieuwe taalregel van 2018

Door Marc van Oostendorp

De Nederlandse taal moet strakker beregeld worden, zodanig dat er in iedere willekeurige zin wel iets mis kan gaan en de gemiddelde schrijver of spreker niet meer weet waar hij het zoeken moet van ellende.

Uit dat ideaal ontstond enkele jaren geleden de wedstrijd voor de “nieuwe taalregel van het jaar”, een prijs voor de meest ingenieuze regel Het idee: een eind aan alle laksheid! En om dit te bevorderen moeten we de voorschriften voor ‘correct’ Nederlands steeds verder aanscherpen. Een evident voordeel hiervan is ook dat de gewone gebruiker binnen de kortste keren door de bomen het bos niet meer ziet. Dat levert (nog) meer werkgelegenheid op voor een nieuwe generatie neerlandici, want alleen zij kunnen als ons werk klaar is door de bomen het bos nog zien. Als andere beroepsgroepen hun gebied zo onoverzichtelijk kunnen maken dat je een specialist nodig hebt, waarom wij dan niet?

De regels waaraan de nieuwe regel moet voldoen: hij moet een kwestie oplossen, een onduidelijkheid in de Nederlandse taal, waarvan tot nu toe niemand zich bewust was dat er een probleem was.

Hier zijn enkele voorbeelden uit het verleden. De wedstrijd begon in 2012 met een op het Engels geïnspireerde regel die verbood om de woorden want en omdat te combineren met gebeurtenissen in de toekomst. Je mag bijvoorbeeld niet zeggen ‘Ik ga morgen naar Haarlem omdat mijn vriend gaat trouwen’. Iets dat in de toekomst ligt, bestaat immers nog niet en kan dus logischerwijs geen goede reden zijn. De zin moet dus worden afgekeurd als onlogisch en vervangen door ‘ik ga morgen naar Haarlem vanwege het voorgenomen huwelijk van mijn vriend’.

In de jaren na 2012 zijn er enkele nuttige regels bijgekomen. Kobie van Krieken won bijvoorbeeld al in het eerste jaar met de volgende overtuigende regel:

Het woord niemand mag niet als agens worden gebruikt in een zin omdat dit woord de aanwezigheid van een handelende/denkende/percipiërende entiteit uitsluit. Alleen iemand kan handelen, denken en percipiëren en dientengevolge ook agens zijn. De volgende zin is volgens deze nieuwe regel dus incorrect:
– Niemand trapte de bal het water in.
In een correcte variant wordt de zin lijdend, blijft de agens impliciet en wordt het negatie-element niet gebruikt:
– De bal werd het water niet in getrapt.
Het woord niemand mag nog wel worden gebruikt in zinnen waarin het niet als agens fungeert:
– Hij ontmoette niemand op de bijeenkomst.
– Het is voor niemand leuk om ontslag te krijgen.
– Niemand is gestorven.

In een volgend jaar won Bert Cappelle met de volgende, inderdaad ook zeer belangrijke, regel:

De volgende zin, door de ANS nochtans zeer ten onrechte als goed aangerekend, is overduidelijk fout:

(1) (Gisteren stonden er elf grammatica’s in de kast.) *Nu staan er nog maar zeven.

De fout in deze zin ligt erin dat er er maar één “er” in staat in plaats van drie: de “er” in zijn presentatief gebruik (“Er staan zeven grammatica’s in de kast”), de “er” in zijn kwantitatief gebruik (“Grammatica’s? Ik heb er nog maar zeven staan in de kast”) en de “er” in zijn locatief gebruik (“Ik keek in de kast en zag er zeven grammatica’s staan”). Elk van die gebruiksgevallen heeft zijn eigen raison d’être. Ze als taalgebruiker zomaar laten samenvallen in één “er” getuigt zowel van extreme laksheid als van een gebrek aan taalkundig inzicht. De ANS registreert gewoon dat dit stelselmatig gebeurt en verzuimt het zo in dit verderf in te grijpen met een duidelijke prescriptieve regel (zie verder voor een voorstel). (…)

Hoe moeten de foute ANS-zinnen hierboven worden gecorrigeerd? Dat is eenvoudig. De door taalkundige en intellectuele luiheid en nefaste historische conventie samengevallen “er’s” moeten elk apart expliciet worden vermeld. Daar hebben ze recht op. Dus (1) wordt voortaan in goed Nederlands:

(1)’ (Gisteren stonden er elf grammatica’s in de kast.) Nu staan er er er nog maar zeven.

Men hoeft overigens niet aan te voeren dat het meervoudig opeenvolgend voorkomen van eenzelfde woord een zin ongrammaticaal maakt, want dat dat dat zou doen, slaat nergens op.

Beide regels zijn heel succesvol en we kunnen erop wijzen dat zowel Van Krieken als Cappelle sinds hun prijsuitreiking een bloeiende wetenschappelijke carrière hebben doorgemaakt.

Op zeker moment, reeds in 2014, kwam echter de klad erin. Er was dat jaar geen winnaar en in een betreurenswaardige vlaag van lamlendigheid besloot de jury dat “de Nederlandse taal af was” en werd de wedstrijd opgedoekt.

Maar de Nederlandse taal is natuurlijk niet af! Hoog tijd dus om onze wedstrijd voor de beste taalregel 2018 weer nieuw leven in te blazen. Los een onduidelijkheid in onze taal op! U wacht sowieso een glanzende carrière, maar ook zullen wij een fraaie prijs ter beschikking stellen: het boekje U als scheldwoord, gesigneerd door de juryvoorzitter.

De deadline is op maandag 15 oktober 2018. U kunt uw bijdrage hieronder plaatsen in het reactievelden. Over de uitslag van de wedstrijd kan niet worden gecorrespondeerd.