we zijn briesende paarden in de stal des levens

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (196)
De laatste 14 afleveringen van deze reeks zijn gewijd aan 14 gloednieuwe, speciaal voor deze reeks geschreven sonnetten door hedendaagse Nederlandse en Vlaamse dichters.

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

(Radna Fabias; klik op het gedicht om in te zoomen)

Hoe lang zullen er nog sonnetten geschreven worden? Waarom heeft precies deze vorm het 450 jaar volgehouden, ongeveer even lang als het standaard-Nederlands? 

Een raadsel van de taal: je neemt je eigen ervaring van de verwarrende en almaar doorlopende werkelijkheid en je legt hem op het raster van geleende woorden en geleende grammatica dat een taal wordt. Die digitale afbeelding is dan al snel het enige wat er over blijft van je uitzonderlijke ervaring.

Een raadsel van de vaste vorm: het raster wordt nog veel nauwer, je krijgt maar een beperkt aantal regels, je krijgt een schema dat al duizenden keren gebruikt is om soortgelijke ervaringen te beschrijven, en toch komt er iets nieuws uit. Het sonnet is de taal in verhevigde vorm.

Je kunt er tegen protesteren, je kunt besluiten de zinnen in elkaar te laten overlopen, je kunt ervoor kiezen op de grens van het grammaticale te balanceren, het sonnet maar zes regels te laten tellen, om het uitzonderlijke van het uitzonderlijke uit te drukken, maar uiteindelijk kom je toch uiteindelijk bij P.C. Hooft uit.