we zijn briesende paarden in de stal des levens

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (196)
De laatste 14 afleveringen van deze reeks zijn gewijd aan 14 gloednieuwe, speciaal voor deze reeks geschreven sonnetten door hedendaagse Nederlandse en Vlaamse dichters.

Door Marc van Oostendorp

(Radna Fabias; klik op het gedicht om in te zoomen)

Hoe lang zullen er nog sonnetten geschreven worden? Waarom heeft precies deze vorm het 450 jaar volgehouden, ongeveer even lang als het standaard-Nederlands? 

Een raadsel van de taal: je neemt je eigen ervaring van de verwarrende en almaar doorlopende werkelijkheid en je legt hem op het raster van geleende woorden en geleende grammatica dat een taal wordt. Die digitale afbeelding is dan al snel het enige wat er over blijft van je uitzonderlijke ervaring.

Een raadsel van de vaste vorm: het raster wordt nog veel nauwer, je krijgt maar een beperkt aantal regels, je krijgt een schema dat al duizenden keren gebruikt is om soortgelijke ervaringen te beschrijven, en toch komt er iets nieuws uit. Het sonnet is de taal in verhevigde vorm.

Je kunt er tegen protesteren, je kunt besluiten de zinnen in elkaar te laten overlopen, je kunt ervoor kiezen op de grens van het grammaticale te balanceren, het sonnet maar zes regels te laten tellen, om het uitzonderlijke van het uitzonderlijke uit te drukken, maar uiteindelijk kom je toch uiteindelijk bij P.C. Hooft uit.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , . Bookmark de permalink.

3 reacties op we zijn briesende paarden in de stal des levens

  1. DirkJan schreef:

    Dat was een lange, mooie en interessante serie over het sonnet. Ik heb genoten van de meeste gedichten en veel van de commentaren opgestoken.

    En nu vandaag het laatste sonnet in opdracht en dan moet ik toch zeggen dat ik niet heel enthousiast ben geworden van de recente sonnetten van dichteressen die speciaal voor deze rubriek zijn geschreven. Maar evenzogoed toch ook meer dan de moeite waard.

    Bedankt.

  2. Jona Lendering schreef:

    Ik beken dat ik een iets ander einde had verwacht. Het liefst een samenvatting van wat de sonnetten ons vertelden over hoe het de taal in 450 jaar was vergaan, al was deze gedachte in de latere delen van de reeks wat op de achtergrond geraakt. Misschien komt zo’n terugblik nog?

    In elk geval: dank voor een lange reeks gedichten, waarmee het vaak aangenaam wakker worden was.

    • DirkJan schreef:

      Ik denk dat er niet nog een afsluiting of samenvatting komt, hoeft ook niet, conclusies en andere gedachten zijn aan de lezer. Daarom maakte ik ook mijn persoonlijke, niet zo positieve slotopmerking over de recente opdrachtsonnetten, hoewel ik moet zeggen dat het beeld van een vrouw die zich zo plat mogelijk vouwde en als een leeg melkpak tussen de spleet van bed en muur weggleed, van Dewi de Nijs Bik, me na ruim drie jaar het beste is bijgebleven. Meer dan Mijn lief van P.C. Hooft.

Laat een reactie achter