Laat ook de Sixtijnse kapel even opfrissen door Banksy, anders

Door Marc van Oostendorp

Wat is er tegen hertalingen? Er ontstaat een nieuw argument op internet: die vertalingen zijn een middel voor de politiek-correcte elite om onze cultuur te vernietigen.

Ik snapte de oude argumenten al niet. Stap een willekeurige boekwinkel binnen en tel het aantal daar verkochte Nederlandse boeken die voor 1918 geschreven zijn. Wie er meer dan vijf telt, krijgt van mij een van de titels naar keuze cadeau. Er is dus geen sprake van dat een hertaling de markt voor originelen bederft. Bovendien zijn die originelen inmiddels vaak gratis toegankelijk via de DBNL.

Je kunt het betreuren dat we zo afhankelijk zijn van die hertalingen, maar zolang zelfs die niet in stapels naast de kassa liggen. is dat loze treurnis.

Maar dat is gerekend buiten een nieuwe generatie politici, die vinden dat de Nederlandse cultuur zo onbezoedeld moet blijven dat het beter is om nooit een boek open te slaan. Politici als Annabel Nanninga, fractievoorzitter van Forum voor Democratie in Amsterdam. Zij reageerde dit weekeinde aldus op een oproep van de neerlandica Michelle van Dijk om de hertaling van Van oude mensen… (pardon, Van oude menschen) uit te geven waaraan Van Dijk de afgelopen op eigen initiatief heeft gewerkt:

Interpretatie

Ik neem onmiddellijk aan dat Nanninga thuis een verzameling eerste drukken van Louis Couperus heeft staan, die ze regelmatig raadpleegt, maar niet dan nadat ze eerst zijden handschoentjes aan heeft gedaan, maar van het project van Van Dijk heeft ze kennelijk geen kennis genomen.

Ze is overigens lid van een partij waarvan de leider het nog maar onlangs een goed idee vond om een gedicht van de onlangs overleden Menno Wigman naar eigen politieke inzichten te verminken.

De vergelijking met de Sixtijnse kapel gaat namelijk mank. Wanneer deze ‘door Banksy’ zou worden ‘opgefrist’, verander je een heel ander resultaat. De operatie van Van Dijk is eerder te vergelijken met een restauratie: ze wil precies de tekst van Couperus toegankelijk maken, vooral voor scholieren. Je kunt vast discussiëren op de manier waarop ze het doet – wat ik heb gezien vind ik respectvol en geslaagd. Ik zal zelf misschien de oorspronkelijke versie blijven lezen, maar als er één jongeren door dit werk verslingerd aan Couperus raakt is het winst. En ook als volwassene kun je door zo’n hertaling, die soms natuurlijk toch ook een interpretatie is, iets zien wat je eerder niet zag.

Jongens- en meisjeskamer

Nanninga verwoordde het nog netjes in vergelijking met de Twitter-volgers die zilch vervolgens bij Michelle van Dijk meldden: van oude literatuur blijf je af. En dat dan liefst zo letterlijk mogelijk. Blaas er geen stofwolken af, snijd pagina’s die nog aan elkaar vast zitten niet los. Bescherm je cultuur door hem volkomen van alles en iedereen af te schermen, graaf er een gracht omheen en hang prikkeldraad op, zodat niemand erbij kan komen, want alleen zo hou je hem in stand. Spreek over oude schrijvers alleen met grote eerbied, gebruik ze eventueel als instrument in je politieke strijd, maar lees ze nooit.

De volgers – voor wie Nanninga natuurlijk niet verantwoordelijk is – kwamen vervolgens wel bij Van Dijk aankloppen met het bezwaar dat zij Couperus minder politiek correct aan het maken was, al legde niemand uit hoe zij dat dan deed. Sommige personages een kleurtje geven? Af en toe een passage inlassen waarin de afwezigheid van moskeeën in het Den Haag van het fin de siècle wordt betreurd? Alle vlees schrappen van de menu’s van de Haagse etentjes?

Ondertussen hoop ik dat het Van Dijk inderdaad lukt een uitgever te vinden die het wél aandurft. Ondertussen wachten we natuurlijk af welke initiatieven de Amsterdamse fractie van FvD ontplooit om de jeugd aan het lezen te krijgen. Van oude menschen (pardon, Van oude mensen) op iedere jongens- en meisjeskamer!

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column. Bookmark de permalink.

16 reacties op Laat ook de Sixtijnse kapel even opfrissen door Banksy, anders

  1. Ingmar schreef:

    “Wanneer deze ‘door Banksy’ zou worden ‘opgefrist’, verander je een heel ander resultaat.” Ik denk dat je bedoelt dat de schilderingen van Michelangelo permanent aangetast worden wanneer Banksy in de Kapel aan het werk gaat. Het boek van Couperus blijft natuurlijk na zo’n hertaling in zijn “authentieke” vorm bestaan en te lezen.
    Daarnaast zijn andere werken van Michelangelo de afgelopen jaren ook al “opgefrist”, zie bijvoorbeeld wat Keith Haring heeft gedaan met zijn David en Mona Lisa.
    Maar verder ben ik het van harte eens met je laatste drie alinea’s! (En de eerste pagina’s van Van oude mensen… waren heel herkenbaar en leesbaar)

  2. Lucas schreef:

    Zou Nanninga ook tegen moderne interpretaties zijn van bv de toneelstukken van Vondel? Moet werk van hem, en zijn collegae schrijvers uit die periode, alleen in hun letterlijke vorm te zien zijn zoals ooit op papier gezet en op toneel gebracht?

    • P. Clijsen schreef:

      Kan niet anders, Vindel schreef namelijk vlaams, geen hollands. Hij was Antwerpenaar. Hertaling zou vertaling betekenen in het hollands.

  3. Bert De Bleecker schreef:

    Ik ben een geïnteresseerde leek, geen neerlandicus. Ik vraag me af hoe het komt dat Fransen nog altijd hun Diderot, Voltaire, Flaubert, Maupassant lezen, niet hertaald, de Britten hun Austen en Dickens, de Duitsers hun Kleist en Büchner enzovoort. Of klopt dat niet? Waarschijnlijk trap ik met mijn vraag open deuren in, maar toch: kan een expert het mij kort even uitleggen? Zijn er nog andere literaturen waarin klassiekers na 120 jaar al aan hertaling toe zijn?

    • Lucas schreef:

      Ik heb hier toevallig in Oxford onlangs gevraagd aan de profs Engelse literatuur hoe dat zit, en daaruit bleek dat het in het VK echt niet beter gesteld is dan in Nederland.

      • Bert De Bleecker schreef:

        Dat zou best kunnen, maar ik zie wel dat niet-hertaalde edities van pakweg Henry James (die voor sommigen misschien wel voor hertaling in aanmerking zou komen …), Fontane of Flaubert nog overal te koop zijn, en lang niet alleen in gespecialiseerde boekhandels, dat hedendaagse schrijvers zich erop beroepen en er volop essays over schrijven enz. Bij ons is reflectie van hedendaagse schrijvers over klassieken uit de Nederlandse traditie toch een uitzondering (bijvoorbeeld Kellendonk over Vondel en Bordewijk). Zoals ik zei: ik ben een leek, maar ik hoor graag verklaringen voor dat fenomeen. Was de kloof in de 19de eeuw tussen literaire taal en omgangstaal bij ons te groot? Hebben schrijvers en lezers de neiging om vaker voor buitenlandse klassieken te kiezen, omdat die nu eenmaal bekender zijn? Is dat het lot van een kleiner taalgebied? Speelt het onderwijs daar een rol in? Zijn onze klassieken simpelweg niet goed genoeg om ‘levend’ te kunnen blijven?

        • Lucas Seuren schreef:

          Ik ben op dit gebied ook een leek; ik weet wel dat in het VK nog populair-wetenschappelijke boeken over de klassiekers worden geschreven. De uitgevers nemen daar het initiatief toe. Maar ik heb geen idee hoe die popularisering ervoor staat in NL. Mogelijk dat men denkt dat daar geen markt voor is?

        • DirkJan schreef:

          Ik heb begrepen, uit reacties van deze blog in het verleden, dat oude Franse en Engelse literatuur nog prima zijn te lezen omdat de spelling nauwelijks is veranderd. In het Nederlands hebben diverse spellingshervormingen ervoor gezorgd dat oude teksten, ook die van Couperus, nu slecht leesbaar zijn en ook al om die reden om een hertaling vragen.

          [ En inderdaad, met een hertaling – anders dan bij het veranderen van een uniek kunstwerk – gaat het origineel niet verloren, maar ik zou heel terughoudend zijn met het aanpassen en herschrijven van de oorspronkelijke tekst, hou het vooral op spellingsaanpassingen en bij wat eenvoudig en beperkt redactiewerk. Juist ook de taal van Couperus bijvoorbeeld versterkt de hele sfeer en vervlogen romantiek van zijn werken. En dan nog denk ik dat de belangstelling voor hertalingen heel klein is. Oude romans zijn boeken die voorbij gaan. ]

  4. Marcel Plaatsman schreef:

    ’t Voelt toch ongemakkelijk dat nu zelfs zo’n kwestie politiek moet worden gemaakt. Voortaan kan wie tegen hertalingen is veilig worden weggeborgen in het hokje FvD-aanhanger. De extremen zijn zoveel aandacht helemaal niet waard. Het is een karikatuur. Daar is het debat veel te interessant voor.

    Zelf ben ik nog van her-, nog van vertalingen een tegenstander, maar alleen maar voorstander ben ik ook niet. Het beste vind ik het nog steeds om een tekst in de oorspronkelijke taal te lezen, omdat dát de tekst is die de schrijver bedoeld heeft – als hulpmiddel kun je er dan een hertaling naast houden. Bij vertalingen uit andere talen ben ik ook erg voor tweetalige uitgaves, dus met het origineel links en de interpretatie rechts (of andersom, het gaat me dus niet om links of rechts). Uitgevers vinden dat te duur, maar daar moet dan maar een fonds voor komen.

    De vergelijking met de Sixtijnse kapel gaat over een andere discipline. Maar een hertaling van Nescio, hoe zou dat vallen? De Uitvreter in de correcte spelling, dus zonder hatti’s? Ik denk dat daar al meer wrevel over zou ontstaan, omdat bij die schrijver de vorm zo belangrijk wordt gevonden. Ook in dat geval zou een tweetalige uitgave een mogelijke compromis zijn.

  5. Frans schreef:

    Ik neem onmiddellijk aan dat Nanninga thuis een verzameling eerste drukken van Louis Couperus heeft staan

    Eerste drukken heb ik waarschijnlijk niet, maar wel een verzameling herdrukken vanaf de jaren 1910 tot de jaren 2010 (2015 om precies te zijn). Maar dat terzijde.

    Ik vond het binnen de context van de discussie wel grappig om op te merken dat Couperus zelf ook verantwoordelijk is voor een toch vrij bekende hertaling. Hieronder een fragment uit het woord vooraf.

    https://www.dbnl.org/tekst/coup002zwev02_01/coup002zwev02_01_0001.php

    Verder laat de schrijver zijne ridders en edelvrouwen spreken een taal, die niet modern Nederlandsch is. Dat zij geheel zuiver grammatikaal Midden-Nederlandsch zijn zoû, durft de schrijver niet beweren. Hij had, na eene verfrissching zijner studiën van jaren geleden, het wel op zich durven nemen zijn sterken helden en zoete heldinnen zuiver grammatikaal de taal huns eigenen tijds in den mond te leggen, maar vreesde, dat het voor den lezer dan wel heel moeilijk zoû geweest zijn den dialoog te volgen. De schrijver heeft dus een middenweg gekozen: hij emailleerde de gesprekken van Lancelot en de koninginne Guenever, van Gawein en de zoete Ysabele met Midden-Nederlandsche termen en tikjes; hij incrusteerde er zelfs zijn eigen beschrijvenden stijl mede en spreekt dus wel eens van een ‘foreest’ in stede van een ‘woud’ en van een ‘liebaert’ in stede van een ‘leeuw’. Hij hoopt, dat noch dialoog, noch beschrijvende stijl op deze manier, die een zekere ‘locale kleur’ geeft, den beschaafden lezer moeilijkheid bare, en dat de eerst fronsende lezer – om zoo veel Midden-Nederlandsch email – spoedig de brauwen ontfronsen zal en wel heel gauw op de hoogte zal komen.

    Net als Marcel Plaatsman hierboven heb ik overigens ook liever zowel origineel als her/vertaling naast elkaar staan. Héérlijk is dat.

  6. santelogie schreef:

    Het ligt inderdaad heel genuanceerd. Zo er ooit een boek ontdekt zou worden dat gesteld is in het ‘Nederlands’ van de tijd van Karel de Grote of vroeger, dan mag je aannemen dat er echt niemand meer is die die taal als moedertaal heeft en er dus zonder letterkundige hulp van zou kunnen genieten. Dan is hertaling uiteraard het enige middel om er de doelgroep mee kennis te laten maken. Ik las onlangs ‘Der Zauberberg’ van Thomas Mann in niet-hertaalde vorm, maar gelukkig wel in Latijns schrift en niet in het Gotisch schrift waarin het in 1924 verscheen.

  7. Yoïn schreef:

    We zijn het er allemaal over eens dat het Germaans van het jaar nul een andere taal is dan het Nederlands van 2018, terwijl onze taal de rechtstreekse voortzetting van dat Germaans is. De taal van 100 na Christus is ook anders, die van 200 ook, die van 300 ook – en ga zo maar door. Waar ligt de grens waarop we spreken van een andere taal? Die grens zou theoretisch op vorig jaar kunnen liggen, maar een Nederlands boek van 2017 vertalen we natuurlijk niet: dat begrijpen we volledig. Daarentegen móet je een Germaanse inscriptie in vertaling lezen om de tekst te begrijpen als je geen specialistische kennis hebt.

    Couperus ligt ergens op die schaal tussen het Germaans en het hedendaagse Nederlands. Terug naar die grens: wie bepaalt dat de taal van Couperus nog dezelfde is of een andere? Ik denk dat iedere lezer dat voor zichzelf bepaalt.

    Trouwens: wie zo graag de oorspronkelijke taal leest maar minder kennis daarvan heeft dan hij denkt, stapt in allerlei valkuilen. Een ‘wijf’ uit 1500 is heel wat anders dan een ‘wijf’ uit 2018. In zulke valkuilen stappen Fransen met Molière en Italianen met Boccaccio net zo hard wanneer zij die teksten denken te kunnen lezen vanwege de minder veranderde spelling.

    Kortom, afgezien van het probleem van de eigen interpretatie van een hertaler (die er bij een vértaler net zo goed zijn) zie ik geen enkele reden om tegen een hertaling te zijn.

    • santelogie schreef:

      Ja, daar raak je een verwant probleem aan: Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik geen enkele moeite heb met het lezen van Duitse, Engelse en Italiaanse literatuur. Voor geen goud zou ik ooit nog een vertaling (in het Nederlands) uit die talen lezen — niet alleen omdat een vertaling per definitie iets anders is dan het origineel — maar vooral omdat er, een aantal uitzonderingen daargelaten, abominabel slecht vertaald wordt. Ik las Gomorra van R. Saviano in het Nederlands en zag dat de vertalers het woord ‘autotreno’ (vrachtwagen met aanhanger of oplegger) vertaalden met… autotrein en de rest van de vertaling was navenant. Dat nu zou ook wel eens kunnen gebeuren met hertalingen. Ik ken daar geen voorbeelden van, maar ik vrees het ergste. En voor hertaling als zodanig geldt wat ik hierboven zeg: net als een vertaling is de hertaling toch een min of meer geslaagde kopie. Ook een uitstekende her- of vertaler komt niet verder dan een zakelijke opsomming van de inhoud, of hij of zij moet er een geheel nieuwe tekst van maken — wanneer dat met talent gebeurt is het interessant, maar nog altijd ver van het origineel.

    • Lucas schreef:

      Je raakt nog aan een ander probleem; taal is niet alleen een kwestie van syntax en semantiek; woordvolgordes en betekenis van die woorden. Taal moet ook begrepen worden in zijn tijd. Dus je kunt nog zo adequaat letterlijk vertalen, maar dat vereist ook veel begrip van de context van de tekst; de schrijver, de wereld waarin hij of zij zich bevond, etc.

      Je ziet dat ook bij films bijvoorbeeld; Citizen Kane is onmogelijk op waarde te schatten door moderne kijkers, omdat velen geen idee hebben van hoe vernieuwend de film was en de achtergrond niet kennen. Het vereist tegenwoordig een specialistische kennis om films te begrijpen. En we hoeven niet eens zo ver terug; Reservoir Dogs zal een moderne kijker niet meer dan een prima film vinden, maar was in zijn tijd revolutionair.

      Anne Burns won de Man Booker prize deels vanwege het innovatieve aspect van haar stijl, maar mogelijk is dat een stijl die we over een paar decennia normaal vinden, en dan is zo’n boek dus niet meer zo’n prijs waard.

      In hoeverre speelt dat nog een rol bij Couperus? Als het bij films zo snel gaat, kunnen moderne lezers Couperus dan nog wel op waarde schatten, of is het gewoon niet besteed aan die markt?

      Ik heb voor de duidelijkheid geen flauw idee. Ik stel slechts vragen vanuit pure onwetendheid.

      • santelogie schreef:

        Ja, mooi. Ik word over drie weken tachtig jaar en ik heb Couperus gelezen in de jaren vijftig van de vorige eeuw. De inmiddels totaal verdwenen wereld van toen verschilde veel, maar niet onbegrijpelijk veel van die van Couperus. Ik lees net (o schande: voor het eerst) The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy uit 1979, en het daaruit opduikende tijdsbeeld is inmiddels minstens zo onbegrijpelijk (of liever: moeilijk aan te voelen, in te leven) voor ons, mij, als die van Max Havelaar op Java…

  8. Sander Bink schreef:

    Couperus vond men in 1900 doorgaans ook al moeilijk leesbaar, men vond dat hij rare taal gebruikte. Veel Couperus ís ook onleesbaar, Dionysos anyone? Er is dus helemaal geen Golden Age geweest waarin iedereen, ‘elite’ en rechts ruw gemeen, probleemloos Couperus las en met herspelling tast je dus ook deze nimmer bestaande ideale toestand niet met terugwerkende kracht aan.

Laat een reactie achter