It tsjerke

Door Henk Wolf

Wanneer er in het Fries iets verandert, dan is het resultaat meestal dat die taal ietsjes meer op het Nederlands is gaan lijken, óf dat de verschillen tussen de twee talen wat regelmatiger zijn geworden. Een opvallende uitzondering daarop is de geslachtsverandering van het woord tsjerke (‘kerk’). Dat is vanouds net als in het Nederlands een de-woord, maar een groeiend deel van de jongeren gebruikt het met het lidwoord it (‘het’).

Dat ‘de tsjerke’ ‘it tsjerke’ werd, viel me begin 2013 voor het eerst op in een tentamen van een eerstejaarsstudente. Ik dacht dat het een slordigheidje was en besteedde er geen aandacht aan, maar kort daarna kwam ik het nog een paar keer tegen. Toen schreef ik er een stukje over.

Nou zat de geslachtswisseling van tsjerke die ik in 2013 tegenkwam nog maar in een voorfase. Dat moet ik even uitleggen. In het Fries krijgt een klein aantal de-woorden na een voorzetsel namelijk soms het lidwoord ‘t. Zo zeggen Friezen wel ‘de winter is kâld’, maar ook ‘fan ’t winter is it kâld’. En het Fries heeft ‘de soad’ (‘de kook’), maar ook ‘by ’t soad’ (‘in grote hoeveelheid’, letterlijk ‘bij de kook’). Het woord tsjerke hoort vanouds niet bij die groep woorden met zo’n lidwoordverandering, maar ging er nu wel aan meedoen. Yn 2013 zeiden een paar studenten dus wel ‘de tsjerke is moai’, maar ook ‘yn ’t tsjerke is it kâld’.

Ik heb een sterk vermoeden hoe dat kan. Het Fries heeft namelijk net als het Nederlands een aantal woorden die na een voorzetsel geen bepaald lidwoord krijgen. Dat zijn in beide talen niet dezelfde woorden In het Nederlands zijn het bijvoorbeeld school (‘op school’) en huis (‘naar huis’). In het Fries zijn voorbeelden iten (nei iten = ‘na het eten’) en ook tsjerke (yn tsjerke = ‘in de kerk’, nei tsjerke = ‘naar de kerk’).

Je kunt niet horen of iemand nu ‘yn tsjerke’ zegt of ‘yn ’t tsjerke’, dus het is niet zo gek dat sommige mensen het verkorte bepaalde lidwoord ‘t dachten te horen. Dat is natuurlijk ook de verkorte vorm van het lidwoord it (‘het’). Dan is het een kleine stap om na een voorzetsel ‘it tsjerke’ te gaan gebruiken.

Ook op internet komt ‘it tsjerke’ ondertussen voor, voor zover ik kon nagaan alleen in teksten van 2010 en daarna. Een paar voorbeelden:

  • Oan tafel is plak foar maksimaal 50 persoanen, yn it tsjerke foar 75 persoanen.
  • Gelegenheid ta prostitusje efteryn it tsjerke
  • De sfear by dizze tsjinsten is wat gemoedliker, wat minder formeel as yn it tsjerke.
  • Der waard altyd fergadere yn de konsistoarje fan it tsjerke of it gymnastyklokaal fan de skoalle […]
  • Om 10 oere siet ik wer braaf yn it tsjerke
  • persoanlike fragen dy’t ús steld waar- den: Wêrom komsto yn it tsjerke? Wat lûkt dy? Wat sikest? […]

Sinds ik de verandering ontdekt hebt, vraag ik elk jaar aan nieuwe studenten of ze tsjerke als de-woord of als het-woord gebruiken. Vorig jaar kwam ik voor het eerst een studente tegen die tsjerke consequent als het-woord gebruikte, dus ook als er geen voorzetsel voor stond. Zij zei ook dingen als ‘it tsjerke is moai’. Dat was het bewijs voor de volgende stap in de taalverandering. Dit jaar zitten er in de groep van zeventien eerstejaarsstudenten Fries al drie voor wie tsjerke een gewoon het-woord is.

Geen Nederlandse invloed dus? Wel, misschien toch een beetje. Want waarom beginnen jongeren ‘yn tsjerke’ te horen alsof dat ‘yn ’t tsjerke’ zou zijn? Dat zou weleens kunnen komen doordat kerk in het Nederlands een woord is dat ook na een voorzetsel altijd een lidwoord moet krijgen. En als ‘in kerk’ niet bestaat, is het misschien wel logisch om aan te nemen dat ‘yn tsjerke’ dan ook niet zonder lidwoord kan en dat dat dus wel ‘yn ’t tsjerke’ moet zijn.