Hulke

Door Henk Wolf

Gisteren had ik het erover dat het Nederlands geen voornaamwoord heeft om generieke onbepaalde zelfstandige naamwoorden te vervangen. Vandaag wil ik wijzen op een ander gaatje in het Nederlands.

De meeste aanwijzende voornaamwoorden hebben in het Nederlands een vragende tegenhanger. Een paar voorbeeldjes:

  • Die man is boos – Welke man is boos?
  • Dat huis is wit – Welk huis is wit?
  • Zo’n auto wil ze ook – Wat voor auto wil ze ook?
  • Zulke stekkers zijn aan te raden – Wat voor stekkers zijn aan te raden?

Van die vier vraagzinnen kun je in de eerste twee zonder probleem het zelfstandig naamwoord weglaten:

  • Welke is boos?
  • Welk is wit?

In de derde zin wil dat niet. Daar moet je het woordje een toevoegen:

  • Wat voor een wil ze ook?

In de vierde vraagzin lukt het helemaal niet om het zelfstandig naamwoord (stekkers) weg te laten. Bij wat voor wil dat blijkbaar niet zo makkelijk. In het Duits kan het makkelijker. Daarin heb je:

  • Was für welche sind zu empfehlen?

Het Fries lost het probleem iets anders op, maar daar kan het ook:

  • Hoe’nent binne oan te rekommandearjen?

Verder heeft het Fries het woord hokker, dat zowel ‘welk(e)’ als ‘wat voor’ betekent en dat in elke van de vier Nederlandse voorbeeldzinnen het vraagwoord kan vervangen. Het kan ook zonder zelfstandig naamwoord voorkomen:

  • Hokker binne oan te rekommandearjen?

Ik weet dat we als kinderen in het Nederlands ook een oplossing hadden. Toen gebruikten we hulke als vragende tegenhanger van zulke. En dat leende zich prima voor zo’n constructie zonder zelfstandig naamwoord:

  • Hulke zijn aan te raden?

Misschien was dat ingegeven door de vormovereenkomst met het Friese hokker. Misschien ook was het gewoon woordspel, ik weet het niet. Ik heb wat zitten googelen, maar ik heb hulke niet op internet kunnen vinden, dus ik denk niet dat het een algemenere verbreiding heeft gekregen. Jammer, want het zou zo’n handig woordje zijn.