Het as

Door Henk Wolf

Een paar dagen geleden bekeek ik op nu.nl een video over cremeren. In die video had de voice-over het een paar keer over ‘het as’. Dat vond ik opvallend, want voor mij is as uitsluitend een de-woord.

Ik heb eerst op de online-woordenboeken WNT en Van Dale nagekeken of die as als het-woord kennen. Dat bleek niet zo te zijn. Toen heb ik op meldpunttaal.nl een melding van de vondst gemaakt. Dat kan ik iedereen die iets aparts hoort of leest, aanraden, want daar onstaat een mooi databankje van opvallende vernieuwingen in het Nederlands. Hulde aan de bedenkers!

Toen ben ik gaan googelen. Op internet komt ‘het as’ 267 keer voor. Daar zitten wel wat valse treffers bij, waarin ‘as’ de afkorting van aanstaande is of waarin het een Afrikaanse werkwoordsvorm is, maar de overgrote meerderheid van de treffers zijn wel degelijk teksten waarin over as wordt gesproken. En opvallend is dat in alle teksten die ik kon vinden ‘het as’ de specifieke betekenis van ‘restant van verbrand mensenlichaam’ heeft. Ik kon geen voorbeelden vinden waarin ‘het as’ verwees naar bijvoorbeeld sigarettenas of as uit de barbecue of de kachel. Ook as in de betekenis van ‘stang waar iets omheen draait’ kwam ik niet tegen.

Het gebeurt weleens vaker dat er in vaktaal een ander lidwoord bij een zelfstandig naamwoord wordt gebruikt dan in de algemene taal. Voorbeelden daarvan zijn microscoop (‘het’ voor onderzoekers, ‘de’ voor de meeste mensen) en ree (‘het’ voor jagers, ‘de’ voor de meeste anderen). Mogelijk speelt dat verschil bij as ook een rol. Opvallend veel van de vindplaatsen van ‘het as’ zijn namelijk websites van crematoria.

Nu nu.nl blijkbaar zonder erg ‘het as’ gebruikt, zou het me niet verbazen als we het begin van een betekenisspecialisatie zien, waarbij ‘het as’ langzaam de betekenis ‘mensenas’ naar zich toe trekt. Over twintig jaar maar eens kijken of die voorspelling uit is gekomen.

Dit bericht is geplaatst in column, lexikografie, taalkunde met de tags , . Bookmark de permalink.