Grote opdrachten (7): Experimenteren met taal en taalvormen stimuleert het creatieve proces

Door Marc van Oostendorp

Deze weken bespreek ik de ‘grote opdrachten‘, dat zijn ongeveer: de grote lijnen, die de docententeams van Curriculum.nu aan het opstellen zijn voor het schoolvak Nederlands van de toekomst. Vandaag bespreek ik de laatste grote opdracht, nummer  7:

  • Experimenteren met taal en taalvormen stimuleert het creatieve proces.

Ik ben blij dat deze grote opdracht er is. In een reactie op mijn eerste stukje over de grote opdrachten schrijft Marc Kregting:

Dit dunkt me een onverhuld ideologische boodschap, die linea recta voert naar ‘het neoliberalisme’. Voor mij is creativiteit vernietigend, terwijl hier iets geambieerd wordt wat gebruikersvriendelijk is, een dolletje op maat levert, enz. Dit heet toch gewoon ‘innovatief’ en wil boven alles renderen en laten consumeren, in plaats van die fameuze ‘kritische’ burgers groot te brengen?

Misschien wordt de creativiteit in de grote opdracht inderdaad wat braaf gepresenteerd, en niet als de verwoestende natuurkracht die ze ook kan zijn, die de mens meevoert naar allerlei ideeën die volkomen buiten het maatschappelijk aanvaarde vallen, die waanzinnig zijn en daarom ook gevaarlijk – in ieder geval voor de bestaande orde, waar ze buiten treedt.

In die zin staat creativiteit natuurlijk haaks op onderwijs, want dat betekent toch ook altijd: jonge mensen inleiden in wat de mensheid op dit moment zeker denkt te weten. Onderwijs veronderstelt een zekere mate van orde, en van acceptatie van die orde. Wij volwassenen hebben uitgevonden dat de wereld zus en zo in elkaar zit, als je in de door ons geschapen wereld mee wil komen zul je dat in je hoofd laten stampen.

Toch, of daarom, is het denk ik goed dat deze opdracht er is, hoe paradoxaal ook. Natuurlijk niet om mensen ‘innovatief’ te maken, dat wil zeggen vernieuwend binnen de bestaande kaders, maar om ieder jong mens even te laten proeven aan die gevaarlijke kracht die volgens mij uiteindelijk de belangrijkste is die je kunt ontdekken.

Een mens kan, denk ik, geen gelukkig mens zijn als hij niet kan bloeien, als hij geen eigen bijdrage kan leven aan de wereld om hem heen, aan de mensen in die wereld, als hij niets kan maken, als hij alleen maar een pixel is in een computerspel, volledig bepaald door omstandigheden buiten zijn eigen wil. Een mens wil werken, maar niet in de zin van het alleen maar uitvoeren van door anderen opgedragen taken, maar door de werkelijkheid net een beetje de goede kant op te duwen.

Waarbij ieder voor zich moet zien uit te vinden wat ‘de goede kant’ is. Dát lijkt mij creativiteit.

Het is heel moeilijk om het kinderen aan te leren. Maar het is ook vreselijk belangrijk.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.

12 reacties op Grote opdrachten (7): Experimenteren met taal en taalvormen stimuleert het creatieve proces

  1. Peter-Arno Coppen schreef:

    Wat is dat voor een puberale gedachte dat creativiteit vernietigend zou moeten zijn, of zelfs maar strijdig met (een gevestigde) orde? Dat is de romantiek van de comics. Het gaat bij creativiteit eerder om het omgaan met orde.

    • Wat Marc K. zegt, en anders zeg ik het: creativiteit zonder vernietiging loopt het gevaar dood te lopen in industriële ‘innovatie’ – we accepteren al het bestaande en voegen er nog iets aan toe om alles wat er al is nóg beter te maken.

      Het is de creativiteit van de kleurplaat, vermoedelijk de enige die in het onderwijs past: hier is de plaat, daar zijn de viltstiften, en de docent is bijzonder gevoelig voor creativiteit als hij toestaat om smaakvol buiten de lijntjes te kleuren. Maar wie alle viltstiften kapot buigt en er een stoeltje van knutselt, kan nooit een goed punt krijgen voor de opdracht.

      Er is geen enkele reden om alles te accepteren wat er al is, om te denken dat de bestaande manieren om tegen de wereld aan te kijken of over de wereld te praten de enige zijn die ertoe doen. Het kan allemaal anders dan we ooit hebben gedacht, maar de waaghalzen die dat durven te denken – vaak zullen ze het bij het verkeerde einde hebben – moeten bestaande manieren van naar de wereld kijken vernietigen.

      Het gaat er daarbij niet om dat creativiteit vernietigend ‘zou moeten’ zijn, maar om wat het in aanleg is. Je zegt ook niet dat vuur ‘zou moeten verbranden’, maar dat betekent niet dat het niet gevaarlijk is.

      Creativiteit in die zin is: je voorstellen dat alle bestaande ordes in de werkelijkheid er niet zijn, en dan proberen een nieuwe orde te scheppen. Dat afdoen als ‘de romantiek van de comics’ gaat denk ik voorbij aan een essentieel element van creativiteit, in tijden van Banksy.

      • Peter-Arno Coppen schreef:

        Sorry hoor, maar dit gaat echt totaal voorbij aan wat creativiteit werkelijk is. Het is bepaald gratuite om te zeggen dat creativiteit zonder vernietiging een bepaald gevaar zou lopen, want daar kun je net zo goed tegenover stellen dat creativiteit met vernietiging het gevaar loopt iets waardevols kapot te maken (wat je vermoedelijk met meer grond zou kunnen zeggen).

        En als we dan toch over gevaren bezig zijn: de gedachte dat vernietiging bij creativiteit hoort loopt het gevaar dat mensen om maar creatief te zijn eerst in het wilde weg beginnen met het vernietigen van alle kaders. Het zal wel dat ellendige frame van die Gordiaanse knoop zijn die je beter zou kunnen doorhakken dan ontrafelen. Dat is de creativiteit van het geweld.

        Er bestaat overigens ook serieus onderzoek naar creativiteit, en dat gaat wel over het vinden van originele oplossingen voor problemen en belemmeringen, maar daarbij hoeven die belemmeringen echt niet vernietigd te worden.

      • Peter-Arno Coppen schreef:

        O, nog even over de “creativiteit van de kleurplaat.” Het knutselen van een stoeltje van kapotgebogen viltstiften is natuurlijk een daad van krankzinnigheid, totdat iemand zegt ‘Hee wat leuk bedacht!’ Het is eerder een oplossing voor het probleem ‘ik moet iets doen wat ik niet wil of kan’ dan dat het een innovatieve uitvoering van de kleuropdracht is. Hoe dan ook, of je dit creatief vindt is afhankelijk van de mate waarin je vindt dat het een oplossing voor het oorspronkelijk gestelde probleem is. Dat is in dit geval misschien nog net mogelijk, als je bereid bent om als achterliggende doel van een kleuropdracht alleen het stimuleren van een soort scheppend vermogen te beschouwen.

        Echter, niet alle problemen kun je creatief oplossen door simpelweg iets anders te gaan doen. De meeste eigenlijk niet. Als je onderzoek doet naar een medicijn voor verkoudheid kan de creatieve oplossing niet zijn dat je een kunstwerk maakt van een volgesnoten zakdoek.

        • Volgens mij schets je nu precies de kwestie: jij definieert creativiteit als innovatie in de zin van het oplossen van een van te voren geschetst probleem. Dat is inderdaad de enige definitie van creativiteit die je in het onderwijs kunt toepassen én ook de enige die je ‘serieus kunt onderzoeken’. De rest is waanzin en destructie.

          Maar dat is precies wat Marc K. in mijn interpretatie in eerste instantie beweerde: creativiteit (in onze definitie) ontdaan van waanzin en destructie is innovatie. (Hij noemt dat ‘neoliberalisme’, maar dat is een term die ik niet goed kan plaatsen.)

          Volgens mij zijn we het dan ook in de analyse over bijna alles eens: er is een kracht die in potentie iets waanzinnigs en destructiefs heeft; alleen door die in te dammen krijg je hem in de bestaande kaders van onderwijs en onderzoek, want die zijn noodzakelijkerwijs wars van die krachten en gehecht aan orde. Het verschil zit hem in de waardering van wat daar noodzakelijkerwijs buiten valt.

          • Peter-Arno Coppen schreef:

            “Voor mij is creativiteit vernietigend” schrijft Marc K. Daarmee suggereert hij dat er naast de definitie die jij met te veel eer “mijn definitie” noemt nog een tweede definitie bestaat, die daar volledig disjunct aan is, en vermoedelijk in zijn ideologie de juiste. Jij probeert de kool en de geit te sparen door ervan te maken dat creativiteit “potentieel destructief” is, en daf wil ik graag met je eens zijn, maar die destructieve kracht is daarmee nog niet iets wezenlijks. Je kunt net zo goed zeggen dat creativiteit potentieel lachwekkend is en dat is evenmin bezijden de waarheid, Maar daarmee is lachwekkendheid nog geen wezenlijk bestanddeel van de definitie van creativiteit.

            Die destructieve kracht behoort, ik het herhaal het nog maar eens, en als we het inderdaad in alles eens zijn moet ik het gebrek aan tegenspraak als een bevestiging opvatten, tot het romantische idee van de eenzame held die de wereldorde met een geniale denkprestatie op zijn kop zet.

            Vanuit die analyse is het framen van “mijn definitie” van creativiteit als een soort voor het onderwijs ingedamde destructieve kracht dan ook onzinnig en onjuist. Ik heb het niet over het onderwijs, ik heb het over creativiteit in het algemeen. Zelfs in de schaarse voorbeelden van destructieve creativiteit is er noodzakelijk sprake van de appreciatie door een publiek, het overwinnen, omzeilen of opzij zetten van belemmeringen en een initieel relevant probleem dat als hinderlijk ervaren wordt. In tegenstelling tot destructieve kracht zijn dat wel wezenlijke elementen van een creatief proces.

  2. Marc Kregting schreef:

    Ontzag voor Marc van O. dat hij op deze voor hem toch drukke en bijzondere dag zijn reeks over de Grote Opdrachten gewoon voortzet.
    Omdat hij zijn betoog bouwt op een tekstje van mij dat prompt meer comments verwekt, voel ik me aangesproken. Ik heb me kennelijk onzorgvuldig uitgedrukt, dat mijn associatie van creativiteit met vernietiging ‘puberaal’ wordt bevonden, onder de vlag van ‘romantiek’.
    Voor vernietiging moet je namelijk goed en geconcentreerd mikken, wel het tegendeel van ‘in het wilde weg’. Veeleer is het noodzaak, cerebraal, de zwakke plek van het object te ontdekken. Zoiets kost tijd en studie. En lef, om iets te doorbreken. Van buiten naar binnen.
    De creativiteit die ik in het tussendocument ontwaarde, lijkt juist van binnen naar buiten te gaan. De eindeloze ego-uitstoot, de getuigenis van het diepste zelf waartoe in het vakonderdeel literatuur bijvoorbeeld het leesdossier in de plaats kwam van de analyse.
    Marc van O. geeft het voorbeeld van de vilstiften die een vooropgesteld doel dienen, ik zou evenzeer kunnen herinneren aan een even treurige als hilarische televisiecursus: Creatief met kurk.
    Bovendien ontkwam en ontkom ik niet aan de indruk dat de bedoelde creativiteit iets griezeligs is dat in vacatures ook wel ‘probleemoplossend vermogen’ wordt genoemd. Dat is in zijn aard veeleer opportunistisch, het accent ligt op de toevallige overeenkomst. Daarom vraagt men ook ‘out of the box’-denken, te specificeren in eigenschappen als competitief, dynamisch, flexibel, ondernemend, proactief. Kortom, ‘uniek’ volgens de grootste gemene deler, door de allerbrutaalsten ‘kritisch’ genoemd, waarmee men altijd binnen het ideologische kader blijft. De delicate activiteit van het breken is voorbijgestreefd door die van het lijmen.
    Aan mijn ontwerp voor een omzeillexicon [ http://kregtingarchief.blogspot.com/2018/09/omzeillexicon-2018.html ] is ‘creatief’ inmiddels toegevoegd. Tussen ‘Copernicaans’ (hovaardige zelfkwalificatie van een afwijkend argument) en ‘creëren’ (hovaardige zelfverheffing van wat Marc van O terecht in cursief ‘maken’ noemt). Iets verderop stond daar al: ‘Kleuren, Buiten de lijntjes’.
    Ik beken dat ik bij deze Grote Opdracht uit het tussenrapport bepaald geprikkeld werd door de onthulling van de vermoede motor achter lijmcreativiteit: ‘experimenteren’. Beantwoordt dat aan een cliché van ‘avant-gardistisch’? Ik besef dat ik hopeloos oud klink, of inderdaad gedateerd, met mijn overtuiging dat je pas kunt experimenteren met taal wanneer je taal beheerst. Grammaticaal, maar zeker op het vlak van registers. Ook getuige het tussenrapport zelf is er dan nog een lange weg te gaan.
    Hulde aan Marc van O. dat hij niet te beroerd is door te stappen. Want het is waar, je zou iedereen echte creativiteit toewensen. Voor het geluk, voor de wereld.

  3. MvO schreef: ‘Toch, of daarom, is het denk ik goed dat deze opdracht er is, hoe paradoxaal ook. Natuurlijk niet om mensen ‘innovatief’ te maken.’
    MK Schreef: ‘Bovendien ontkwam en ontkom ik niet aan de indruk dat de bedoelde creativiteit iets griezeligs is dat (…) ook wel ‘probleemoplossend vermogen’ wordt genoemd. ‘

    Inderdaad!! het laatste wat je zou willen op een school die voorbereid op beroeps- of wetenschappelijk onderwijs is dat de leerlingen er innovatief van worden en leren om problemen op te lossen…(Niet!)

    Belangrijke klachten over het vak Nederlands zijn dat het saai is en dat je er te weinig nuttigs leert. Het lijkt mij dat het vak een stuk minder saai wordt wanneer je leert om bijvoorbeeld nav een actueel onderwerp een grap of lied te bedenken, hier een cabaretact van te maken en uit te voeren op een podium. Dat is wat de Grote Opdracht suggereert, ze geven expliciet dat voorbeeld. Waarom zou dat te braaf en te ingekaderd zijn?

    Ik begrijp uit de tekst dat straks een zevende deel van het vak Nederlands uit zaken creatief schrijven e.d. zal moeten bestaan. Dat lijkt me grote winst. Het maakt het vak leuker, je leert veel over taal en hebt er de rest van je leven iets aan. NB het werken aan een tekst voor bijvoorbeeld een script vertraagt je tempo honderd keer meer dan het lezen van een literaire tekst. Je krijgt een ongekende focus op taal en je moet ook op zaken als stemvolume, lichaamstaal, timing en interactie met je publiek letten. Je leert daar iets mee!

    Als het ‘taalkundiger’ moet: je zou leerlingen bijvoorbeeld ook een kunstmatige taal (conlang) kunnen laten bedenken. Dan leren ze spelenderwijs alle aspecten van taal kennen en leerlingen met een andere taalachtergrond kunnen helpen met vreemde klanken.

    • Marc Kregting schreef:

      Mocht de reactiefunctie bij Neerlandistiek.nl gerepareerd zijn, dan wil ik nog even late dank zeggen voor de comments. Volgens mij begin ik het te begrijpen.
      ‘Experimenteren met taal en taalvormen’, dat werd door gediplomeerden al eens gedaan. Proeven daarvan zijn voor het Nederlandse taalgebied na te lezen in Sybren Polets bloemlezing Ander Proza uit 1978. De reacties waren allerminst juichend, en echo’s van die kritiek klinken dus tot op heden door.
      Bij nader inzien bedoelt het Curriculum hoogstwaarschijnlijk ‘spelen met taal en taalvormen’. Met als gevolg dat leerlingen een glimp kunnen opvangen van de duizelingwekkende mogelijkheden die dit communicatiemiddel biedt.
      Fantastisch dat docenten deze zware verantwoordelijkheid blijven opnemen. Bevlogenheid is een mooi ding.

  4. DirkJan schreef:

    Alle zeven grote opdrachten zijn nu aan de orde geweest en ik ben vooral nieuwsgierig naar hoe dat straks concreet wordt vormgegeven in lesmateriaal voor groep 1 op de lagere school tot klas 6 VWO op de middelbare. De proof is in de pudding. En ik hoop dat het ontwikkelteam flexibel en open genoeg is om hun nu neergelegde visie nog bij te stellen en dat ze niet in een tunnelvisie terechtkomen en niet meer open staan voor alle zinnige feedback. Maar het is sowieso nog een kwestie van lange adem.

    Ik zie ook in dat het vak Nederlands op de schop moet en vernieuwing hoe dan ook zinnig is, maar ik weet niet of er te veel van verwacht wordt. En zo vind ik ook dat er wel een karikatuur wordt gemaakt van hoe het vak nu wordt ingevuld door al die leraren Nederlands, ik denk dat de inhoud die er nu wordt meegegeven niet moet worden onderschat en al veel elementen bevat die nu ogenschijnlijk als nieuw worden gebracht. En behalve geleerde, toegwijde hoogleraren zijn er ook tal van docenten in het reguliere onderwijs die goed en bevlogen les geven, ook over literatuur of met aandacht voor anderstaligen.

    Dan nog over het mantra van de trucjes voor leesvaardigheid van Marc van Oostendorp. Ik heb dat altijd verkeerd begrepen tot zijn oratie. Ik dacht dat het ging om trucjes om je leesvaardigheid te bevorderen, wat is daar mis mee, maar hij bedoelt de trucjes om de examenvragen goed te beantwoorden. Een belangrijk verschil. Maar ook dan, al schaf je terecht het centraal eindexamen leesvaardigheid af, het zal ook altijd een wezenlijk onderdeel van het hele curriculum blijven uitmaken. Creativiteit is niet iedereen gegeven en dat zal veel leerlingen op een frustrerend spoor zetten, maar het leren lezen en begrijpen van een tekst is beter haalbaar en bereikbaar voor veel meer jongeren. Goed lezen betekent ook beter schrijven, beter nadenken, ook beter taal- en communicatievaardig zijn. Succes!

    • DirkJan schreef:

      [ En dan bedoel ik ook te zeggen dat met een vernieuwd curriculum de lessen Nederlands straks niet ineens niet meer saai worden gevonden, iedereen aan het literatuurlezen slaat en de universiteiten voor een studie Nederlands weer gaan vollopen. De neerlandistiek verkeert kennelijk in een crisis, maar ik denk dat simpele zaken als de mobiele telefoon en Netflix van grotere invloed zijn dan de slechte staat waar het vak Nederlands nu in zou verkeren. ]

Laat een reactie achter