Gedicht: Simon van Beaumont • Scheutige Jorden

Scheutige Jorden

Jorden reysde naer Amsterdam te mart
Met een stijve beurs, en een moedich hart,
Om alle kostelijckheyt te koopen;
Daer ginck hy alle winckels deur-loopen
Hy dede langen silvere lampetten,
Vergulde schroeven, goude braseletten;
Groote diamanten van veel caraten
Die keurde hy nauw voor deur op de straten;
Hy proefde ringen, of s’ hem oock pasten,
Hy sach fluweelen, satijnen , damasten
Turcksche Tapijten, Milaensche neêrbasen,
Schoone Porceleynen, Veneetsche glasen ,
Spiegels van ebben-hout, brand-ysers wichtich,
Kopere kroonen groot en opsichtich:
Hy taelde naer vermaerde Schilderijen,
Van de beste Meesters van d’ oude tijen
Van Lucas van Leyen, of Jan Mabuysen;
Naer lang geloop deur veelderley huysen,
Naer dat hy ’t al deur-pluyst en becnoeyt had,
En twintich winckel-knechts vermoeyt had;
Raet , wat hy kocht die sinnelijcke Jorden?
—Vier houte lepels en ses Taffel-borden.

Simon van Beaumont (1574-1654)

———————————–