Gedicht: Hélène Swarth • Herfstrood

Herfstrood

In rouwzwart groen een vroolijk vlekje rood:
Een blozend dak, een gladiolusvlam,
Een rozige appel of een hanekam,
Zal dat mij troosten over zomerdood?

O tragisch traag laat vallen van den stam
Scharlaken bladen in de bruine sloot
De wilde wingerd, of in gulpen vloot
Zijn bloed, gelaten najaars-offerlam.
Een huivrende angst bevangt me en jaagt mij voort,
Grijpt bij de keel me en steelt mijn levensmoed.

In ’t Westen praalt een karmozijnen poort,
Waarachter ‘k misdrijf, vreemd en wreed, vermoed.

De boze oktober heeft de Zon vermoord;
Zijn zwaard is rood, zijn mantel druipt van bloed.

Hélène Swarth (1859-1941)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter