De ‘Friese zachte g’

Door Henk Wolf

Al een jaar of twintig geleden zei een Duitse kennis tegen me dat naar zijn idee jonge Friezen Nederlandser klonken dan oudere. Hij kwam vaak in Friesland en had een scherp oor voor taal, dus ik nam zijn opmerking serieus en vroeg hem wat er volgens hem veranderde. Vooral de uitspraak van de g, zei hij. Bij jonge Friezen klonk die net als in het Nederlands schraperig, bij oudere mensen niet.

Dat gesprek kwam begin 2015 weer bij me op. Ik zat toen in de trein en in het zitje naast mij zaten drie conducteurs over de Friese g te praten. Ik begreep uit het gesprek dat een van hen uit Gelderland kwam, een ander uit Groningen en de derde uit Friesland. De Friese conducteur had net omgeroepen dat de trein om ‘negentien uur veertien’ op het station zou aankomen. De Gelderse conducteur had de uitspraak van de g in negentien opvallend gevonden en er tegen z’n Groningse collega een grapje over gemaakt. Toen de Friese collega weer aanschoof, had de Geldersman de Friese uitspraak gecontrasteerd met wat hij ‘de ABN-uitspraak’ noemde.

Wat nou precies het articulatorische verschil is tussen de twee g’s, durf ik niet met zekerheid te zeggen. Eigenlijk moet een onderzoeker daarvoor de tongbewegingen van sprekers heel precies bestuderen. Een vermoeden heb ik wel. Waar de algemeen-noordelijke g een zogenaamde fricatief is, zou de Friese variant weleens een approximant kunnen zijn. Bij een fricatief is de luchtdruk in het spleetje tussen tong en verhemelte zo hoog dat al dat zachte mondvlees eromheen gaat trillen, bij een approximant is het spleetje iets wijder en de luchtdruk daardoor wat lager. Het spleetje tussen tong en verhemelte zou ook weleens wat verder naar voren in de mond kunnen zitten. Wel zijn beide g’s stemhebbend: de stembanden trillen bij het uitspreken ervan.

Of de articulatieplaats (wat verder vooraan in de mond) van de Friese medeklinker de naam ‘zachte g’ rechtvaardigt, durf ik dus niet te beslissen, maar het ontbreken van het karakteristieke schraapgeluid van de ‘harde g’ doet dat wel. Het is wel een andere zachte g dan die in Zuid-Nederland en Vlaanderen, maar ook zeker een andere dan de algemene Noord-Nederlandse g. Daarom noem ik ‘m eerst maar de ‘Friese zachte g’. En die Friese zachte g is dus op z’n retour.

Wie wil weten hoe de ‘Friese zachte g’ klinkt, kan die onder andere horen bij voetbaltrainer Foppe de Haan. In het onderstaande filmpje is de uitspraak duidelijk te horen op 0:27 in het woord negentien, in op 0:47 in het woord zorgen en op 2:36 in onmogelijk.

(Een eerdere versie van deze column is verschenen op demoanne.nl.)

 

Dit bericht is geplaatst in column, taalkunde met de tags , , . Bookmark de permalink.

2 Responses to De ‘Friese zachte g’

  1. Weia Reinboud schreef:

    Hetzelfde geldt voor de zachte g uit het dialect van Utrecht stad. Bij oude Utrechters hoor je die nog wel, maar als je tegen jonge platpraters zegt dat het Utrechts een zachte g had kijken ze je schaopaachtig aan.
    Overigens is er veel variatie in de schraperigheid van de harde g. Is dat wel eens onderzocht? Een heel erg harde is die van bijvoorbeeld schaatser Hein Otterspeer.

  2. Jacob schreef:

    Ja blikje, khear it

Laat een reactie achter