Als er niets staat

Nultaal (3)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Aan de spelling kunnen we goed zien dat niets ook iets kan zijn, dat afwezigheid betekenis kan hebben. Begrijpen we waarom een kind kan schrijven hij eett? Ja, dat kunnen we heel goed begrijpen. Het is ik loop – hij loop+t dus ook ik eet – hij eet+t.  We moeten dan ook beginnen het kind bemoedigend te complimenteren. En daarna proberen we uit te leggen waarom we in onze spelling aan het einde van een woord niet twee dezelfde tekens schrijven. Maar het kind is slim en roept: Ga je mee naar zee! Nee, zeggen we dan, alleen medeklinkers. Gelukkig heeft het kind nog geen weet van grill, jazz en stress.

Dus in hij eet zonder tweede -t zit in het niets de betekenis ‘derde persoon’. Maar begrijpen we waarom een kind teej kan schrijven? Oh, zo’n kind luistert zo goed! Wij zeggen immers allemaal een kleine -j achter een ee-eindklank. We ontdekten dat pas toen we Frans gingen leren en we de é zonder -j moesten leren uitspreken in une tasse de thé. Dus ook achter mee, nee, thee en zee verschuilt zich in het niets iets.

In de spelling kan dus geen letter een letter zijn. En omdat spelling een weergave is van wat wij zeggen, kan dus geen teken een teken zijn. Ik haast me hier te zeggen dat dit geen ‘ontdekking’ van mij is. Nee, dit is al veel eerder ontdekt, en wel vier eeuwen voor onze jaartelling, en niet in Griekenland of Egypte, maar in het verre India, door een van de grootste taalkundigen aller tijden, Pāṇini. Hij ontdekte wat wij nu het ‘nulmorfeem’ noemen. Een morfeem is het kleinste deel van een woord met een eigen betekenis, bijvoorbeeld -s voor meervoud of -tje als verkleinbetekenis. Neem het onderscheid enkelvoud-meervoud: boek-boeken. Omdat er achter boek niets staat, weten we dat het enkelvoud is. Dus, moeilijk geformuleerd: het morfeem voor enkelvoud-meervoud heeft een nulmanifestatie in het enkelvoud. In alle talen schijnt deze nulmanifestatie voor te komen.

Moeilijk, het niets dat iets betekent? Omgekeerd, dat is pas moeilijk: iets dat niets betekent! Want soms is er een letter, maar heeft het weglaten ervan geen enkele invloed. Dus feitelijk heeft dan dat letterteken geen ‘be-teken-is’. Onze spelling is bijzonder rijk aan voorbeelden, met onze zogenoemde tussenletters, de -n- in bijvoorbeeld padde(n)stoel en de -s- in bijvoorbeeld spelling(s)kwestie. Nee, zeg nu niet dat er een -n- moet in paddenstoel. Want voor 1900 schreef men paddestoel, in de eerste helft van de vorige eeuw paddenstoel, in de tweede helft van die eeuw ging de -n- er weer uit, en in deze eeuw staat die er weer in. (Ja, en daarmee durven spelling(s)meesters kinderen lastig te vallen!) Als die -n- zo arbitrair is, heeft die dus geen betekenis. En de tussen-s hoor je bij sommige sprekers wel en bij andere niet. Of nog erger. In veel andere gevallen hoor je altijd een -s-, maar in verwante gevallen nooit. Vergelijk stadhuis en stadsgewoel, liefdewerk en liefdesavontuur. Als die -s- niets bijdraagt aan de betekenis, is het dus een leeg teken, een teken dat ‘nul’ betekenis heeft. Soms kunnen taalgebruikers niet tegen die leegte, en gaan ze die (wanhopig of liefdevol) proberen in te vullen met een betekenis: stedebouw (stadsarchitectuur) naast stedenbouw (de bouw van steden), liefdedaad (daad uit liefde) naast liefdesdaad (geslachtsdaad). Maar zo gemakkelijk laat die leegte zich niet vullen.

Kan het nog moeilijker in de spelling? Jazeker. Niet alleen de tussenletters, maar ook veel andere tekens blijven leeg. Wat doet die -t in Wendt u zich tot de directie? Die -t staat er ook niet in Wend u tot de directie. Wat doet die extra –d- in handdoek? We horen er maar één. Ja natuurlijk, deze tekens zijn het gevolg van spellingregels. Maar het resultaat is dat we tekens gebruiken zonder betekenis. Hoeveel van dat soort tekens ziet u in angstschreeuw? Dit woord bevat negen tekens voor medeklinkers, maar meer dan vijf daarvan horen we niet, n+g, st, ch en w, want we zeggen a ŋ s r eeu (met de ŋ voor n+g). Misschien is spelling daarom wel zo ‘interessant’, want er is nauwelijks een tekensysteem te bedenken waarin iets zo vaak verwijst naar niets.