Snelle voornamen zijn niet altijd doodlopers

Voornamendrift (30)

Door Gerrit Bloothooft en Yolan van der Horst

Figuur 1. Populariteit van Pascal en Kirsten, met modellering in rood.

Moet een modenaam snel overgenomen worden door ouders om uiteindelijk een groot aantal naamdragers te bereiken? Nee, dat is niet perse nodig, en de populariteitsverdelingen van Pascal  en Kirsten laten het zien. Beiden beginnen zo rond 1960 en halen respectievelijk 10.953 en 8.671 naamdragers. Maar Pascal  is in 16 jaar maximaal populair terwijl Kirsten daar ruim 30 jaar over doet. De imitatiesnelheden v verschillen dan ook een factor 2.

 

Figuur 2. Imitatiesnelheid v als functie van het totaal aantal kinderen dat een voornaam kreeg. Rode punten zijn afgeleid uit modellering van de ne naamdrager, met daarbij de trendlijn. Blauwe en groene open punten komen uit modellering van de populariteitsverdelingen van voornamen, waarbij blauwe punten uit vrijwel voltooide verdelingen en groene punten uit nog niet voltooide verdelingen zijn afgeleid.

De imitatiesnelheid wordt berekend door modellering van de populariteitsverdeling. Om inzicht in de variatie in de imitatiesnelheid te krijgen onderzochten we 625 modenamen die voor het eerst tussen 1920 en 1960 zijn gegeven en meer dan 500 naamdragers hebben gekregen. Voor 487 namen is de modellering uitstekend (determinatiecoëfficient R2>0,85). Daarbinnen onderscheiden we 187 namen waarvoor de verdeling vrijwel voltooid is en 300 namen die nog in ontwikkeling zijn. Voor namen met minder dan 500 naamdragers konden we teruggevallen op de imitatiesnelheid die nodig is om de tijd tot de ne naamdrager te modelleren, wat eerder gedaan is voor voornamen met respectievelijk minstens 2, 3-10, 11-100, 101-500 en meer dan 500 naamdragers. Figuur 2 vat alles samen en geeft de relatie tussen de imitatiesnelheid v en het totaal aantal naamdragers.

We zien dat de imitatiesnelheid gemiddeld toeneemt met het totaal aantal naamdragers volgens v = 0,063*log(n), maar dat de spreiding groot is. Bij eenzelfde aantal naamdragers kan de imitatiesnelheid voor de ene voornaam heel laag en voor een andere heel groot zijn. Voor heel populaire namen is de snelheid doorgaans wel iets groter. In figuur 3 staan voorbeelden  van namen die rond de 600 (links) en 6000 (rechts) naamdragers hebben, met grote variatie in imitatiesnelheid v.

Figuur 3. Voorbeelden van modellering van populariteitsverdelingen, met verschillende imitatiesnelheden v, en aantal naamdragers n.

Zowel populaire als minder populaire namen laten dezelfde patronen zien, met nog onvoltooide verdelingen voor de langzame namen Babs, Milou, Ilana en Jill. De relatieve jaarlijkse variatie is bij de minder populaire namen groter, en er zijn – ongeacht de populariteit – voorbeelden waarbij je meerdere pieken zou kunnen onderscheiden (Ramon, Milou en ook bij Kirsten in figuur 1). Interessant is dat ook de Arabische naam Mourad een modenaam is (alhoewel de opkomst van de naam beïnvloedt is door de komst van migranten in de jaren 70), mode is niet alleen een Westers verschijnsel. De opkomst van Maxime (v) ging zo snel dat het model er moeite mee heeft, en bij deze naam, en ook Pascal, is goed te zien dat de neergang na ijlt, wat te modelleren zou zijn met een extra groep ‘trage’ ouders.

De top van de snelst groeiende (en weer verdwijnende) voornamen is

naam                        n           startjaar     v
Serge (m)             1825          1962      0,53
Kimberley (v)      5860         1978      0,51
Nicky (m)             2491          1975      0,50
Pascal (m)         10.953         1958      0,50
Mascha (v)            1979         1962      0,49
Roxanne (v)         2344         1976      0,48
Mitchell (m)        4682         1979       0,48
Mirelle (v)              507         1964       0,47
Marlous (v)          1056         1970       0,47
Sonny (m)              842         1978       0,46
Barry (m)              4312         1961       0,46
Ronaldus (m)      4326         1946       0,46
Kelly (v)                9820        1973        0,46
Dennie (m)             847        1970        0,45
Patty (v)                1387         1973        0,45
Ramona (v)          2932        1965        0,45
Heidi (v)               3078         1959       0,45
Debby (v)              3784         1961       0,45

Het gegeven startjaar is modelmatig, er zijn sporadisch eerdere naamgevingen (wel in de periode 1920-1960 wat een selectie eis was). De piek ligt voor deze snelle groep zo’n 16 jaar na het startjaar, en de namen worden inmiddels allemaal bijna niet meer gegeven. Er zijn veel Engelse en Franse namen bij die in de jaren 80 en 90 het meest populair waren. Opvallend is Ronaldus, de gelatiniseerde vorm van Ronald die gelijktijdig een modenaam was in de periode 1940-1980 maar voor katholieken in die spelling blijkbaar nog te werelds. Ramona zal ongetwijfeld opgestuwd zijn door de gelijknamige hit van de Blue Diamonds uit 1960. En dat zal voor Roxanne van de The Police uit 1978 ook het geval zijn geweest. Serge werd na de komst van het duo Saskia en Serge in 1969 een aantal jaren flink populair, maar de naam zat al in de lift. Het wekt wel de indruk dat mediabekendheid op snelle stijging een flinke invloed kan hebben.

Deze snelle modenamen kunnen weinig of veel naamdragers krijgen, waarmee de mening van Berger en Le Mens, dat het grillen zijn die niet veel navolging krijgen omdat ouders er niet in mee gaan zodra ze dat merken, weerlegd wordt.

  • De populariteitsverdelingen zijn genormeerd en geven niet de absolute aantallen.
  • We beschouwen een verdeling als bijna voltooid als in 2014 het aantal naamgevingen minder dan 20% van het maximum was.
  • De modellering van de populariteitsverdeling is automatisch geoptimaliseerd voor één piek. Meerdere pieken (van meerdere groepen ouders die onafhankelijk van elkaar de naam kiezen) zijn soms een beter alternatief.
  • In figuur 2 is bij de imitatiesnelheid uit modellering van de tijd tot de ne naamdrager het logaritmisch gemiddelde van de groepsgrootte aangehouden: 2>2; 3-10>5,4; 11-100>31,6; 101-500>223;>500>1580. Daarbij moet opgemerkt worden dat de rode trendlijn gebaseerd is op alle 16.642 niet-unieke namen die in de periode 1920-1960 voor het eerst zijn gegeven, zonder verdere restricties. Voornamen waarvoor de populariteitsverdeling nog niet voltooid is (groene open symbolen) zullen nog doorgroeien in aantal waardoor ze op termijn in de figuur naar rechts verschuiven. Dat de voltooide verdelingen vrijwel allemaal boven de trendlijn liggen is opmerkelijk. Maar om in 2014 min of meer voltooid te zijn kan de imitatiesnelheid niet te laag zijn.
Dit bericht is geplaatst in column, Naamkunde met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter