Snelle en langzame mode

Voornamendrift (29)

Door Gerrit Bloothooft

Figuur 1. Modelmatige populariteitsverdelingen bij verschillende imitatiesnelheden v voor een nieuwe voornaam met uiteindelijk 500 naamdragers.

Als nieuwe voornamen populair worden dan gaat dat niet voor alle namen even  snel. Er zijn namen die eigenschappen hebben die veel aanstaande ouders direct aanspreken en snel in aantal toenemen. Bij andere namen duurt dat allemaal veel langer of komt het er nooit van. Die imitatiesnelheid kun je uitdrukken met een coëfficiënt die zegt wat de kans is dat een voornaam binnen een jaar door een ander ouderpaar wordt overgenomen. Die kans kan nul zijn. Dan is er sprake van een noviteit die niemand aanspreekt en blijft de voornaam uniek. Bij kansen van 50% of hoger heb je een naam die snel heel populair wordt. Maar hoe lang duurt het voordat een naam de grootste populariteit bereikt?

In figuur 1 staat de (model)ontwikkeling van populariteit van namen die in totaal 500 naamdragers krijgen, als functie van de imitatiecoëfficiënt  v (volgens het netwerkmodel dat in deze serie wordt uitgewerkt). Voor v=0,55 gaat de ontwikkeling van de naam erg snel: vanuit het niets wordt in 8 jaar de piek bereikt en na 20 jaar kiest niemand er meer voor. Bij v=0,25 duurt het al 29 jaar tot de top, voor v=0,15 is dat al toegenomen tot 54 jaar, en voor v=0,05 zou het meer dan een eeuw zijn.

Figuur 2. Modelmatige populariteitsverdelingen bij verschillende imitatiesnelheden voor een nieuwe voornaam met uiteindelijk 20.000 naamdragers.

Je kunt je afvragen wat er bij voornamen gebeurt die veel meer dan 500 naamdragers krijgen en waarvoor meer imitatiestappen in een sociaal netwerk nodig zijn. Figuur 2 laat dat zien voor een topnaam met in totaal 20.000 naamdragers. Interessant genoeg lijkt dat voor de ontwikkeling van de populariteit maar weinig uit te maken. Het duurt weliswaar een keer zo lang om de piek te bereiken, maar er moeten ook 40 keer zo veel kinderen de naam krijgen. In alle gevallen is de verdeling vrijwel symmetrisch en is de totale levensduur van de naam zo ongeveer het dubbele van de tijd die het kost om de top te bereiken. Huidige topnamen hebben meestal v>0,25 wat betekent dat er een aanlooptijd is geweest die tot wel 40 jaar geduurd kan hebben, en minder dan 10 jaar is het nooit. Wat nu mode is, is niet recent bedacht.

Ook Berger en Le Mens vonden voor naamgeving in Amerika en Frankrijk dat voornamen die heel snel stijgen weer even snel dalen.  Modellering van populariteit met een logistische verdeling door Coulmont et al, die ik de vorige keer besprak, is ook in essentie symmetrisch, ongeacht de snelheid van verspreiding. Maar daarnaast vonden Berger en Le Mens dat snel stijgende namen meestal niet heel populair worden (qua totaal aantal naamdragers) omdat – zo bleek uit een enquête – ouders een hype gewaar worden en daar niet in mee willen gaan. Maar ik ben er helemaal niet zo zeker van dat ouders een hype snel opmerken – tenzij ze daar tegenwoordig via de Nederlandse Voornamenbank achter komen.

Ik krijg steeds meer de indruk dat intrinsieke eigenschappen van een nieuwe voornaam van meet af aan de toekomstige populariteit bepalen, zowel wat betreft de snelheid van imitatie als het uiteindelijk aantal naamdragers. Waarbij de laatste twee niet onafhankelijk zijn, en de imitatiesnelheid (gemiddeld) logaritmisch met het totaal aantal naamdragers toeneemt. Dan zou een hoge imitatiesnelheid, in tegenstelling tot wat Berger en Le Mens vonden, juist indicatief zijn voor een grote populariteit. Maar er is veel variatie tussen namen. Hoe dat zit komt de volgende aflevering aan de orde.

  • Eigenlijk is de modelverdeling via een sociaal netwerk een klein beetje rechts-scheef, dus de opkomst tot de top duurt iets korter dan de neergang.
  • Merk op dat figuren 1 en 2 niets zeggen over de verdeling van de imitatiesnelheden bij een totaal aantal naamdragers.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in column, Naamkunde met de tags , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter