Ik zei er van Jaap

Door Henk Wolf

Over het woordje er is heel veel te zeggen en dat is dan ook gedaan. Het heeft een boel functies en het is nog niet zo makkelijk om die allemaal te onderscheiden. Een paar veelvoorkomende gebruikswijzen zijn:

als eerste woord van de zin, bij een onbepaald onderwerp:
Er staat een taart in de vensterbank.

als vervanger van woorden die bij een los telwoord horen:
Jij hebt vier rode appels en ik heb er drie.

als bepaling van plaats:
Kom je ook naar het station? Ik ben er al.

als vervanger van andere woorden die je na een voorzetsel verwacht:
Daar staat mijn chocomel. Het kleutertje kijkt er verlekkerd naar.

Een gebruikswijze die stilletjes uit het Nederlands lijkt te verdwijnen, vinden we in een bekend kinderliedje:

Ik zei er van Jaap, ik zei er van Jaap, ik zei er van Japie, sta stil.
Waarom moet ik stille staan? Ik heb van mijn leven geen kwaad gedaan.

Dit er staat steeds direct na de persoonsvorm. Het voegt weinig of geen betekenis aan de zin toen, maar lijkt vooral in de zin te staan omdat het metrum een extra onbeklemtoond lettergreep vereiste. Het opvallende is dat, als je op zinnen gaat zoeken met dit er erin, je vooral liedjes en gedichten tegenkomt.

Nog een liedje:

Maar och moeder, zo sprak er het knaapje.
’t Was een kind van pas zes jaren oud.
En och moeder, laat ons leven
En zolang als onze adem gaat.

En een liedje uit de achttiende eeuw:

Jan, koopt me een kermis.
Mooi meisje, ik heb er geen geld.
Ik zou u wel een kermis kopen,
maar ’t geld is door mijn broek gedropen

En uit een gedicht van Willem Wilmink:

‘Grootvader, ge zijt zo gebogen,
en uit uw oog loopt een traan,’
Zo sprak er het kleine ventje,
En de oude zag teder hem aan.

Waar dit er vandaan komt, weet ik niet, maar moest ik een gokje wagen, dan zou ik eerst eens proberen na te gaan of het niet ontstaan is naar analogie van constructie met ‘er eens’, zoals in deze zin die je vaak in liedjes en aan het begin van sprookjes tegenkomt:

Er was er eens een smid.

Dit ‘er eens’ is via een paar stappen ontstaan uit de woordgroep ‘een reis’. De woorden versmolten tot het woord ereis. Dat werd eerst verbasterd tot eris en dat werd weer als twee woorden opgevat: er en is (geschreven als eens). In het Fries komt het nog voor als ris. Ik kan me voorstellen dat wie de ‘smid’-zin vaak hoort, het idee krijgt dat je na de persoonsvorm een betekenisloos woordje er kunt gebruiken, een optie die dan vooral zou worden gekozen als het metrum om een extra woordje vroeg.