De vele betekenissen van ‘nou ja zeg’

Door Emma Kemp

“Nou ja zeg, wonderlijk dat dit niet helemaal goed ging” kopt VKMag op 5 september 2018 bij een blunder-filmpje. Een man bij het zwembad klimt op een gammele ladder die zijn vrienden vasthouden en is van plan een duik in het zwembad te nemen. Het resultaat mag duidelijk zijn.

‘Nou ja zeg’ is in eerste plaats een uiting van verbazing en verontwaardiging. Soms in positieve zin, meestal in negatieve zin. Bijvoorbeeld als je buurvrouw vertelt dat ze de goudvis door de wc heeft gespoeld. Levend. Maar wat willen we eigenlijk zeggen met deze constructie? En hoe gebruikt T-Mobile het in zijn marketingcampagne?

Een gebiedende wijs zonder gebod‘Nou ja zeg’ heeft eigenlijk dezelfde strekking als ‘nou ja’ en ‘nou’ (metde juiste intonatie). Er lijkt geen regel te zijn die bepaalt wanneer je kiest voor welke nou-optie. De toevoeging van ‘zeg’ is te verklaren als verbazing op een uitspraak die iemand doet: “Wat zeg je me nou”. ‘Nou ja zeg’ kan echter ook na handelingen en gebeurtenissen gebruikt worden, bijvoorbeeld na het ontvangen van een veel te prijzig cadeau, of als je ziet dat de bananen een dag na aankoop al bruin zijn geworden. Overigens is ‘nou ja’ hier ook prima op zijn plek.

 

Met ‘zeg’ spoor je de geadresseerde aan eens uit te leggen wat er door hem heen ging toen hij de vis door de wc spoelde. Dan komt er vermoedelijk het quasi-verzachtende antwoord: “dan blijven ze in ieder geval leven”. Een antwoord is echter niet verplicht. De uiting is dus geen aansporing, maar eerder een gebiedende wijs die niet gebiedt.

Een marge van ernst
Er is wel een marge van ernst waarin je deze uiting kan gebruiken. Een door de wc gespoelde goudvis kan nog, maar een overvallen supermarkt?

“De supermarkt op de stationsweg is gisteren overvallen!”
“Nou ja zeg!”

Ja, kan nog wel. Een granaat die voor een winkelpand is neergelegd, maar niet is afgegaan?

“Er is gisteravond een granaat gevonden voor de slijterij!”
“Nou ja zeg!”

Die is op het randje. Een neergestort vliegtuig? Nee, die kan niet meer. Daar heb je een serieuzere constructie voor nodig. Als de situatie juist niet ernstig genoeg is en je gebruikt deze drie woorden, dan lijkt het eerder of je zelf niet op de hoogte bent van de wereld:

“De winkels zijn op zondag dicht.”
“Nou ja zeg.”
“Zo gek is dat toch niet?”

Ironie
Het kan ook nog op andere manieren gebruikt worden:

“Ik heb de vaatwasser uitgeruimd.”
“Nou ja zeg!”

De reactie van de luisteraar heeft hier een toon van “dat werd tijd”. Het verbaast de luisteraar zogenaamd dat de spreker de vaatwasser heeft uitgeruimd. Maar omdat het eigenlijk iets vanzelfsprekends is en niet bijzonder zou moeten zijn, zit er een duidelijk spoor van ironie in. Vermoedelijk ruimt de spreker de vaatwasser niet vaak uit, en vist hij of zij hier naar een complimentje.

Arrogantie
T-Mobile gebruikte ‘nou ja zeg’ recentelijk als slogan boven een aanbieding voor een
telefoonabonnement. Het moet de suggestie wekken dat wat aangeboden wordt een beetje vreemd is. Iets wat eigenlijk niet zomaar kan. Toch is er iets vreemds aan de hand. Zij lanceren namelijk een marketingstunt en reageren vervolgens op hun eigen actie met verontwaardiging. Het is bijna arrogant.

Omdat ‘nou ja zeg’ op papier maar één duidelijke strekking heeft, kan T-Mobile geen gebruik maken van ‘nou ja’ of ‘nou’, iets dat in spreektaal vrijwel dezelfde betekenis heeft. Als T-Mobile ‘nou ja’ op de advertentie had gedrukt, wekt de aanbieding eerder de suggestie: “we konden niks beters bedenken”. Met een uitroepteken werkt het weer wel, zoals Das Kapital doet: “Nou ja! Beursexit Tesla gaat niet door”.

‘Nou (ja zeg)’ is een zachter alternatief op “Je bent me er eentje” of “Nu breekt mijn klomp”. Deze uitspraken hoor ik echter veel minder vaak in spontaan taalgebruik. Ik zie ze eerder verschijnen in een advertentie van Kruidvat. Of T-Mobile.

Dit bericht is geplaatst in column, geen categorie. Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter