zoeven

Door Michiel de Vaan

zoeven ww. ‘suizen, snorren’

Mogelijk in oorsprong een klanknabootsende vorm *sūf of *sōf, vgl. ook suizen uit klanknabootsend *sūs. De overlevering laat een opvallende verdeling zien: het woord komt eenmaal voor in het Middelnederlands, als gesoef ‘gehuil’ in 1360 (tgesoef van den heere ‘het gehuil van het leger’). Daarna pas weer in de 19e eeuw, als zoeven vanaf 1855 en als zn. zoef ‘deuntje’ in Vlaamse bronnen, vanaf het einde van de 19e eeuw ook bij auteurs van elders. Het tussenwerpsel zoef! vind ik het eerst vanaf 1879 (en zoef daar ging het, den schoorsteen door; François Haverschmidt, Op Reis [ed. dbnl]). Er moet wel bij gezegd worden dat een zoektocht naar oudere attestaties bemoeilijkt wordt door de vele foutlezingen van de OCR die een zoektocht naar ‘zoef’ bijvoorbeeld in www.delpher.nl oplevert.

De vraag is, hoe de attestatie bij Kiliaan (1599) “soeffen, soeffelen, dat wil zeggen sofflen ‘blazen’”, te interpreteren is. Het werkwoord met –elen is duidelijk uit Frans souffler ontleend, en is ook in 1615 in Vlaardingen geattesteerd als soffelen. De l kan niet fonetisch zijn verdwenen, maar indien soeffelen, soffelen werden opgevat als inheemse frequentativa met ‑elen (type hakken – hakkelen), dan zou soeffen als retrograde vorming gemaakt kunnen zijn bij soeffelen. Een ontlening uit het Frans zou ook het Zuidnl. zwaartepunt in de overlevering kunnen verklaren. De huidige staat van onderzoek staat geen definitieve conclusie toe.

Opvallend is dat zoeven in de 20e eeuw blijkbaar razendsnel gemeengoed is geworden, in de gesproken en geschreven standaard. In 1968 ontstond met Zoef de Haas een beroemd figuur in de Fabeltjeskrant. Als Zoefie werd de haas in 1975 de mascotte van de supportersvereniging van VV Helden en bezongen in het onvolprezen clublied.

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op zoeven

  1. Hannes Minkema schreef:

    Zo zijn, mogelijk onder invloed van de Fabeltjeskrant (?), ook nieuwvormingen ontstaan. Zo kan ik anno 2018 probleemloos zeggen: “Ik zoef even langs de Dirk voor brood en een doos eieren”, en weet dat ik dan verstaan word, ook door mijn kinderen.

Laat een reactie achter